Een prachtige vent, met een volle witte baard, krulsnor en overhemd met bloemetjesmotief, staat midden in een klaslokaal om een les seksuele voorlichting te begeleiden. Peter van Maaren heet hij. Een ‘vette homo’, naar eigen zeggen. En ook een islamitische bekeerling, die de Koran al zes keer van kaft tot kaft las.
‘Goedemorgen dames en heren en non-gender identified persons’, begint hij.
Over de auteur
Hassan Bahara is tv-recensent voor de Volkskrant.
De tienerleerlingen – armen gekruist voor de borst, al verveeld voordat de les goed en wel is begonnen – laten de wonderlijke aanspreekvorm gelaten over zich heen komen. Geen idee waar die vent het over heeft, zie je ze denken. Wanneer begint de pauze?
Zijn jongeren massaal kleine toxische Andrew Tates in de dop geworden en bezig om decennia aan vrouwen- en homo-emancipatie teniet te doen? Wie begin dit jaar de media volgde, zou kunnen geloven van wel. Het begon met de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema, die afgelopen februari in deze krant waarschuwde dat er een ‘conservatieve wind’ onder jongeren waait. Keer op keer trof de burgemeester bij tieners schokkend achterhaalde denkbeelden over man-vrouwverhoudingen en seksualiteit.
Ook in de korte NTR-documentaire Ik zeg je eerlijk, begin deze week uitgezonden, hoor je genoeg schokkends. Van Maaren hoort de leerlingen dingen zeggen als ‘ik ben dood, broer, als ik als homo thuiskom’ en ‘sommige dingen hebben gewoon grenzen’, als het over knuffelende mannen gaat.
Zorgelijke geluiden, zeker. Maar hoe representatief zijn ze? Onderzoek laat in ieder geval een diffuus beeld zien. Sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit onder jongeren is juist toegenomen, lieten kenniscentrum Rutgers en Soa Aids Nederland begin dit jaar zien. Wel verontrustend is de toename van seksueel grensoverschrijdend gedrag richting jonge vrouwen: in 2017 had 12 procent van de ondervraagden daarmee te maken, in 2023 was dat naar 20 procent gestegen.
In de klas bij Peter van Maaren blijven dat soort cijfers en onderzoeksuitkomsten achterwege. Van Maaren is er niet om te veroordelen, maar om het gesprek te aan te gaan met jongeren die niet heel vaak aan andere perspectieven op seksualiteit lijken te zijn blootgesteld.
Verwarring is daarbij Van Maarens grootste troef. Een flamboyante homo, met de islamitische naam Musa, die dingen vraagt als: ‘Mag je de kleren van een meisje dragen?’ Zelfs de stoerste boys beginnen steeds nieuwsgieriger te worden naar deze paradijsvogel. ‘Hoe bent u moslim geworden?’
Aankijken doen ze Van Maaren nauwelijks. En geregeld flappen ze er iets kwetsends uit (‘U bent verward.’) Maar tegelijkertijd zie je de stellige overtuigingen bij deze jongens wankelen. ‘Ik ken niet de hele Koran uit mijn hoofd’, geeft een jongen beschaamd toe als hij wordt gevraagd waar in de Koran een expliciet verbod op homoseksualiteit te vinden is.
Tot een totale omwenteling van hun ideeën komt het niet. Maar dankbaar voor de ontmoeting met Van Maaren zijn de leerlingen wel. ‘Best interessant’, brommen ze, en zeker voor herhaling vatbaar.
Van Maaren, een ware held van de dialoog, bedankt tot slot de jongens en meisjes, en ook de non-gender identified persons voor hun aanwezigheid.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant