Home

Zijn moederschap en schrijverschap daadwerkelijk onverenigbaar?

Een aantal jaren geleden maakte ik op een Volkskrant-columnistenborrel een praatje met Peter Buwalda. Aan zijn bestseller, Bonita Avenue, had hij vier jaar gewerkt, waarvan drie in volstrekte afzondering, vertelde hij. Geen tijd voor niets. Niet voor een relatie, niet voor familie. Laat staan kinderen.

‘Maar jij bent ook bezig aan een boek?’, vroeg hij. Ik nam een grote slok witte wijn. Ik was een tijdje eerder vol goede moed aan het boek begonnen en had dat ook al aangekondigd in columns, en subsidie gekregen. Wat wilde ik graag écht schrijven.

Sinds ik het prachtige Sonny Boy las, wist ik: zo’n soort verhaal wil ik ooit schrijven over mijn moeder. Mama is als baby in 1928 in een gereformeerd gezin geadopteerd en groeide als zwart meisje op in een tijd dat iedereen nog dacht dat haar kleur afgaf. Haar levensverhaal loodst ons door bijna een eeuw Nederlandse geschiedenis, die in elke tijd die kleur weer een andere beladenheid gaf. Mijn boek moest een soort ‘de eeuw van mijn moeder’ worden.

Maar het leven nam een andere afslag. Het eerlijke verhaal was dat het moederschap van een zorgintensief kind mij volkomen opslokte en opbrandde. Het enige wat in mijn leven overeenkwam met dat van een monomaan genie werkend aan een meesterwerk, was het isolement. Met moeite tikte ik gelukkig nog columns in mijn kamerjas – zorgend, onderwijzend, paniek opvangend. Maar het boek raakte achterop.

Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Als ik moet kiezen tussen een boek en een kind dan denk ik: er is maar één American Pastoral’, zei Buwalda bij het verschijnen van een roman, zo las ik in de Groene Amsterdammer. Vrij naar William Faulkner, die ooit, toen zijn 12-jarige dochter hem smeekte niet dronken te worden op haar verjaardagsfeestje, sneerde: ‘Niemand herinnert zich Shakespeares kinderen.’

Philip Roth liet inderdaad alleen boeken na, geen kinderen. Zelfs trad-vaderschap, in de vorm van zondags het vlees komen snijden, is kennelijk al storend voor ware literaire scheppingskracht. Maar dan moederschap. De vermeende onverenigbaarheid van moederschap en schrijverschap is een veelbesproken thema. Virginia Wolf schreef bijna een eeuw geleden in A room of her own, haar essay over vrouwen en literatuur, dat een schrijvende vrouw een eigen kamer nodig had, en wat kapitaal om zich aan het schrijven te wijden.

En het handjevol grote vrouwelijke auteurs destijds had één ding gemeen: kinderloosheid. Ook veel grote vrouwelijke schrijvers in mijn boekenkast leken te falen als moeders. Doris Lessing die haar peuters in de steek liet, Alice Walker die een breed uitgemeten conflict kreeg met haar enige dochter Rebecca, die stelde verwaarloosd te zijn door haar zelfzuchtige, roemverslaafde moeder.

Goede schrijvers waren kennelijk slechte moeders. Echt goede kunstenaars en schrijvers zijn nu eenmaal monomaan en egocentrisch? De enige schrijver, alleenstaande moeder nog wel, die kinderen uitdrukkelijk als bevrijdend omschreef, is Toni Morrison. Ze stond om vier uur ’s ochtends op om te schrijven. Kinderen bevrijden je van allerlei bagage zoals ijdelheid, en bezorgen je een betere versie van jezelf, vond Morrison. Ze leren je een goede manager te zijn. Humor te hebben. ‘De persoon die in mij zat die mij het meest beviel, was degene die mijn kinderen wilden.’

Als ik moet kiezen tussen mijn boek en mijn kind, is de keuze duidelijk: kiezen is geen optie. Monomaan ben ik eigenlijk vooral in mijn moederschap. Mogelijk speelt het feit dat mijn moeder nooit een woord met haar biologische moeder heeft kunnen wisselen, daar een rol in.

Moederschap, en zeker moederschap van een kind met een beperking, is iets wat je leven diepgaand verandert en zin en liefde geeft. Ik was een nogal op mijzelf gericht, vrij wezen en transformeerde tot een moederdier met een nogal gekooid bestaan. Wat overblijft van carrière en ambities, is om de verantwoordelijkheid voor de zorg heen geborduurd.

Toch wil ik schrijven. Als de kwaliteit van mijn schrijven lijdt onder de voortdurende ruis van onderbroken en afgeleid zijn door de realiteit van intensieve zorg, dan is dat maar zo. Het doet niet af aan het feit dat ik een boodschap heb. Maar met trots kan ik eindelijk melden dat ik ten langen leste in dat extreem pijnlijke proces zit van het verwerken van de laatste eindredactie. Straks is het er. De moederkloek schreef een boek.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next