In Museum Gouda is de tentoonstelling Susanna: van middeleeuwen tot MeToo te zien. Volkskrant-criticus Wieteke van Zeil ging kijken en ziet een verontrustend patroon in hoe er sinds de Bijbel en de Grieken over de seksuele omgang met vrouwen wordt gedacht.
In de beroemde film Psycho (1960) zit een scène waarin hoofdpersoon Norman Bates (Anthony Perkins) de jonge vrouw Marion Crane (Janet Leigh) bespiedt door een gat in de muur. Het is onderdeel van de spanningsopbouw en waartoe die leidt weten we, want de moord-in-de-douche-scène die volgt, behoort tot de bekendste uit de filmgeschiedenis.
Het stikt in films van mannen die vrouwen bespieden – van James Bond tot de komisch bedoelde voyeurs in The Revenge of the Nerds (1984), van de bad boy die het keurige meisje onder haar rok kijkt in The Breakfast Club (1985).
Over de auteur
Wieteke van Zeil schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.
De slechtst gerijpte verhaallijn komt uit de klassieker Love, Actually (2003): die van een man die de piepjonge bruid van zijn beste vriend van dichtbij filmt op hun bruiloft, en die video vervolgens geheimhoudt om er zelf naar te kunnen kijken. Ieuw. En dit werd gepresenteerd als romantiek; toen de bruid erachter kwam, beloonde zij het met een kus op zijn mond. De lijst van voorbeelden van voyeurisme in films is veel te lang voor één artikel.
Bespieden is natuurlijk een mooie verwijzing naar het kijken dat de toeschouwer doet. Maar bespieden gaat een stuk verder, want het draagt het verlangen tot bezitten in zich. En aangezien degene die bespied wordt het zelf niet weet, is die weerloos.
Vrijwel altijd staat de toeschouwer aan de kant van de voyeur – die kijkt mee met hem, die wenst met hem mee haar te bezitten. Vaak maakt de camera of schilder van de kijker vanzelf een voyeur. Dit perspectief is bijna zo oud als de kunst. En juist die ene scène in Psycho geeft daar een interessante hint bij. Want het schilderijtje dat Norman Bates opzijschuift om te kunnen gluren, is een voorstelling van Susanna en de ouderlingen.
Over Susanna is nu een tentoonstelling in Museum Gouda te zien. Susanna is een eeuwenoud verhaal dat in de Bijbel (het boek Daniël) staat en ook een hoofdstuk is in het Arabische sprookje Duizend-en-één-nacht. Het reist door de hele geschiedenis en beeldcultuur, zien we in de tentoonstelling, steeds weer met subtiele accentverschillen. Het gaat over loeren, over verlangen en overmeesteren, over (on)deugdelijkheid, chantage en gerechtigheid. En zelfs, zo blijkt uit sommige verbeeldingen, over het romantiseren van seksueel geweld.
In het kort: Susanna is aan het baden in een omsloten tuin. Ze waant zich ongezien. Twee mannen – met de ouderwetse term ‘ouderlingen’ aangeduid als leiders in een gemeenschap – gluren naar haar en zetten hun zinnen op seks. Ze ‘werden over haar met begeerlijkheid ontstoken’, staat in de Statenvertaling. Toen haar dienstmaagden even zeep gingen halen en Susanna alleen was, belaagden ze haar.
Heb seks met ons of we beschuldigen je van overspel, chanteerden ze, en Susanna wist dat op overspel de doodstraf stond. Ze gilde zo hard dat mensen kwamen kijken en werd daarmee behoed voor verkrachting. Maar de mannen beschuldigden haar inderdaad van overspel en een rechtszaak volgde.
Het was door de interventie van een jonge man, Daniël, die de twee oudsten apart verhoorde, dat hun leugens uitkwamen. Het volk was woest en doodde de oudsten. ‘En Daniël werd groot voor het volk, van die dag en daarna’, zo eindigt het verhaal – want eigenlijk ging het natuurlijk over de eer en prestaties van een man.
Bespieden en chanteren, omdat mannen nu eenmaal in begeerlijkheid zijn ontstoken, of omdat de vrouw ‘erom vroeg’ doordat ze immers zelf haar kleren heeft uitgedaan: het onderwerp kan nauwelijks actueler. Het aantal gemelde gevallen van sextortion, chantage met naaktbeelden, is in Nederland het afgelopen jaar verdubbeld. En hoewel het vrijwel altijd om mannen gaat die vrouwen onder druk zetten, blijkt uit recent nieuws over grootschalige sextortion van tienerjongens dat het fenomeen brede vertakkingen kent.
In Museum Gouda is te zien hoe Susanna een archetypische versie is van een #MeToo-verhaal, en hoe het verhaal gestaag de beeldcultuur in sijpelde. Daarmee werd toen al een dubbele boodschap afgegeven. Want ja, het gaat om de slechte mannen en hun gegluur, maar ondertussen worden we dus zelf uitgenodigd naar de naakte Susanna te turen.
In Gouda worden variaties op de vertelling getoond, met kunst uit verschillende tijden; ook de scène uit Psycho is er te zien. Op een kleine maar zalige 17de-eeuwse pentekening van de Italiaanse schilder Il Guercino kijkt Susanna wild opgeschrokken naar achteren, waar de twee oude mannen duidelijk te dichtbij komen.
Als verhoorders in een politiecel buigen ze over haar heen, je krijgt het er benauwd van. Mooi is dat Guercino haar naaktheid verhult, omdat ze haar arm voor haar borsten strekt. Haar haar is met de bruine inkt glanzend uitgewerkt – daardoor wordt duidelijk dat het haar van vrouwen ook meespeelt in het seksualiseren.
Heel anders is het op een vroeg 17de-eeuws schilderij van Hendrick Goltzius, met Susanna’s ronde witte lijf vol in het licht. Daarop liet een vriend van de kunstenaar zichzelf portretteren als een van de ouderlingen. Blijkbaar werd het gluren zo grappig gevonden, dat zo’n man zich onverbloemd met de voyeur identificeerde.
In een bepaalde periode kreeg het verhaal nog een draai, de oorspronkelijk Joodse personages veranderden: Susanna werd een steeds wittere vrouw, de oudsten werden steeds karikaturaler Joods, soms sterk antisemitisch, afgebeeld. Waarmee het racistische cliché van ‘de vreemdeling die onze witte vrouwen’ belaagt zijn intrede deed in de verbeeldingen van Susanna.
De basis van Susanna’s verhaal werd gaandeweg een soort blauwdruk van hoe er in de westerse samenleving over vrouwen en seksuele omgang werd gedacht. Ze is een van de meerdere vrouwelijke personages in de westerse literatuur die kunstenaars gelegenheid gaven vrouwen naakt te verbeelden, en daarmee de tegenstrijdige boodschap afgaven: kijk, dit is een moreel verhaal over deugdelijkheid, en kijk nog eens, mooie vrouw, hè?
Naast Susanna zijn er talloze Griekse mythen die zo verbeeld werden, verhalen waarin de verkrachtingen vaak wél plaatsvinden, en enkele andere Bijbelverhalen, zoals dat over de badende Bathseba die begeerd werd door koning David.
Vanuit deze literaire verhalen bleek het in de 19de eeuw een kleine stap naar het normaliseren van naakt in de kunst. In Gouda hangt een vroeg 20ste-eeuws schilderij van Gustave Vanaise dat laat zien hoe de nadruk op de schoonheid van het naakt kwam te liggen, ten koste van het verhaal.
Op haar mooie rug gezien zit een naakte vrouw in een rood ingericht boudoir, in zacht licht. De sfeer is intiem en verleidelijk. Alleen omdat achter haar aan de muur een schilderij van Susanna door Rubens is afgebeeld, weet je als kijker waar Vanaise naar verwijst. Susanna, die oorspronkelijk toch alleen maar in haar eigen tuintje wilde baden, is hier ineens een symbool van verleiding geworden. Haar verhaal is ondergeschikt. Alleen het lichaam telt nog.
In 1863 schilderde Edouard Manet Olympia: een porseleinwitte, naakte courtisane op een ligbed in een pose die vroeger werd gebruikt voor de klassieke godin Venus. Na dat beroemd geworden schilderij stond het licht definitief op groen voor erotiserend naakt aan de museummuren, zonder dat iemand daar nog vragen bij stelde. Die vrouwen zijn soms door de beste kunstenaars getekend of geschilderd. Wild, zacht, explosief, fijn, ruig, warm, pasteus of juist schetsmatig – vaak genoeg zijn ze adembenemend mooi.
Schoonheid van verf (of ander materiaal) valt dan samen met schoonheid van het object, het vrouwenlichaam, dat erotisch verlangen oproept. Zoals bij de renaissanceschilders lichamelijke schoonheid als een reflectie van goddelijke deugd en perfectie werd gezien. De naakte vrouw werd een metafoor voor andere soorten schoonheid: artistieke en hemelse.
Het Susanna-verhaal zegt nog meer over de beperkte zelfbeschikking van vrouwen. Zo staat er in de Bijbel dat zij schreeuwde en dat daarom mensen kwamen kijken. Dat voorkwam dat de ouderlingen haar konden verkrachten. In de tentoonstelling wordt toegelicht dat volgens de joodse wetgeving in die tijd een vrouw pas recht had om haar belagers aan te klagen als ze had geschreeuwd. Niet schreeuwen betekende: geen verkrachting.
Wat de verantwoordelijkheid bij haar legt, maar wat in de praktijk vooral een manier is om te zeggen dat de stem van een vrouw dus niet telt (ook in ons recht moest een vrouw tot voor kort aantonen dat ze duidelijk had gemaakt dat ze niet wilde om verkrachting te bewijzen).
Als een vrouw gewóón vertelt wat haar is aangedaan, hoeft ze blijkbaar niet te worden gehoord. Dit was een van de hoofdoorzaken van de #MeToo-protesten sinds 2017. Eeuwenlang konden machtige mannen wegkomen met seksuele intimidatie en meer, omdat ze erop rekenden dat de vrouwen toch niet werden gehoord of geloofd.
Het niet mogen of kunnen spreken is dieper verankerd in de westerse cultuurgeschiedenis. Dat laat de Britse classica Mary Beard zien in haar essay The Voice of Women (2017), dat begint met het eerste geschreven voorbeeld in de westerse literatuur van een man die een vrouw opdraagt haar mond te houden: Homerus’ Odysee. Daarin draagt Telemachos, de zoon van Odysseus, als snotneus nog, zijn moeder Penelope op te zwijgen: ‘want bevelen zal de mannen aangaan: alle, maar mij het meest, want ik heb het hier in huis voor het zeggen’.
Bijna drieduizend jaar oud, Homerus wordt gezien als de basis voor onze cultuur. Beard geeft vele andere voorbeelden, en als je dan Susanna’s verhaal voor je ziet, begrijp je hoe volstrekt ingesleten dit denken is. De actualiteit laat voortdurend echo’s hiervan zien, op dit moment in extreme vorm in Afghanistan, waar de Taliban vrouwen onlangs een verbod op spreken in het openbaar oplegden. ‘Want de stem van de vrouw is intiem en alleen bestemd voor haar man.’
Dat er ook een andere kijk op Susanna bestaat, waarin de kijker niet wordt uitgenodigd ongeoorloofd mee te loeren, is in de laatste zaal in Gouda zichtbaar. Eerst met een tekening van Rembrandt. Een piepklein werkje vol gevoel, waarin Susanna zichzelf probeert te bedekken en wegduikt voor de twee mannen achter haar, die zich groot maken en jennerig op haar kleren zijn gaan staan. Ha! Die kleren hebben wij. Sméék dan, om ze terug te krijgen. De schaamte en machteloosheid van de jonge vrouw spatten ervan af.
Hoogtepunt van de tentoonstelling is een schilderij uit 1649 van Artemisia Gentileschi, de succesvolle Italiaanse kunstenaar van wie is gedocumenteerd dat ze op jonge leeftijd verkracht is door een leerling van haar vader, die ook kunstenaar was. Niet alleen Rembrandt kon zich verplaatsen in de ervaring van Susanna, hier zie je ook dat Gentileschi dat deed. Susanna probeert zich af te wenden van de mannen. Gentileschi houdt haar waardigheid intact; armen en doek voorkomen dat ze volledig naakt te zien is. Op haar gezicht is de angst te lezen; haar wangen zijn rood, haar ogen lijken te willen vluchten. De impact van de intimidatie is hier voelbaar.
De #MeToo-beweging is begonnen omdat verhalen zoals deze van Susanna, die keer op keer verteld worden, niet meer geaccepteerd werden. En dan liep het voor Susanna nog goed af. De romantisering van seksueel geweld gaat in kunst, en vooral in films, geregeld nog veel verder. Herkijk Kids (1995), dé hit van de jaren negentig, en je ziet dat het bewusteloze, piepjonge personage, gespeeld door Chloë Sevigny, wordt verkracht op een huisfeest. De enige consequentie: dat de jongen ervan baalt daardoor hiv te hebben opgelopen.
Herkijk Buffalo 66, nog zo’n culthit, en je ziet dat de jonge Christina Ricci verliefd wordt op de gewelddadige Vincent Gallo, die haar opsluit. En hoe kan het gestalk in There’s Something About Mary (1998) ooit grappig zijn geweest? Een vrouw die ‘nee’ zegt toch dwingen en dat als romantisch verkopen, ook daar is een lange lijst films van op te stellen. Wat Susanna laat zien: er is een script voor deze omgang met vrouwen. Dat script is lang geleden opgeschreven in de Bijbel, in de Griekse mythen, in de literatuur. En ons eeuwenlang ingeprent door de kunst.
Susanna – Van middeleeuwen tot MeToo, Museum Gouda, Gouda. T/m 23/3.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant