Drie op de vier Nederlanders maken zich zorgen over het klimaat. Maar het merendeel weet niet hoe ze het best een steentje kunnen bijdragen, zeggen gedragswetenschappers. Samen hebben we meer slagkracht dan we denken, is hun conclusie.
Gedragswetenschappers van de Hogeschool van Amsterdam onderzochten wat mensen aanspoort of juist tegenhoudt bij klimaatbewust gedrag. Een opvallende conclusie is dat Nederlanders vooral kijken naar hun eigen rol als consument.
Vlees eten, vliegen, autorijden, of juist kort douchen, treinreizen en afval scheiden? Het onderzoek laat zien dat klimaat(on)vriendelijk gedrag in 95 procent van de gevallen wordt gelinkt aan het eigen consumptiegedrag. Dat gold voor Nederlanders uit alle inkomensgroepen.
Bovendien maakt driekwart van de Nederlanders zich zorgen om het klimaat. Die conclusie is niet nieuw, het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde eerder dit jaar hetzelfde. Het nieuwe HvA-onderzoek laat zien dat ondanks de zorgen, burgers vaak worstelen met de vraag hoe ze verschil kunnen maken.
"De meeste mensen kijken naar hun eigen voetafdruk: dus hoeveel je zelf uitstoot", legt gedrag- en duurzaamheidonderzoeker Reint Jan Renes uit. Daarin valt volgens hem zeker het een en ander te verbeteren, maar uiteindelijk kunnen mensen samen veel meer bereiken.
Bijvoorbeeld door met collega's of teamleden zaken proberen te veranderen op de werkvloer, sportclub of organisatie. Samen op de baas afstappen en ideeën uitwisselen over een vegetarische kantine of elektrisch wagenpark, bijvoorbeeld.
Dat geldt ook op kleiner niveau. Het gesprek aangaan met vrienden en familie kan volgens het onderzoek zoden aan de dijk zetten. Volgens Renes kwamen ze er tijdens het onderzoek achter dat verreweg de meeste mensen (onterecht) denken dat anderen minder duurzaam zijn dan zijzelf.
Door in gesprek te gaan, komen mensen erachter dat ze meer gemeen hebben dan ze denken. "Bijvoorbeeld dat anderen dezelfde zorgen hebben als jezelf." Dat kan weer aansporen tot verandering van gezamenlijk gedrag.
Wat oplossingen betreft, schatten Nederlanders de invloed van de overheid het grootste in (43 procent), daarna het bedrijfsleven (39 procent). Voor burgers zien ze een beduidend kleinere rol weggelegd (18 procent).
Dit terwijl het VN-klimaatpanel IPCC stelt: gedragsverandering heeft een aandeel van 40 tot 70 procent in het versnellen van groene transities wereldwijd.
Een maatschappelijke omslag zal altijd moeilijk blijven, al helemaal in relatie tot het klimaat. Maar zowel dit onderzoek als eerder bevolkingsonderzoek laat zien dat Nederlanders best bereid zijn om wat in te leveren als de overheid maar duidelijke regels opstelt voor iedereen, bijvoorbeeld rond goedkoop vliegen of autorijden.
Renes: "Een beter milieu begint dus helemaal niet bij jezelf: we moeten het samen doen."
Source: Nu.nl algemeen