Of ze hem die ochtend van 7 augustus 1944 nog had uitgezwaaid vanuit de erker, wist ze niet meer. Wel dat er rond tien uur ’s avonds op de deur werd gebonsd: politie. Ze hadden haar vader gearresteerd en kwamen nu zoeken naar wapens.
In het mooie postuum van Ianthe Sahadat over Judith de Kom, die zondag op 93-jarige leeftijd overleed, stond dat ze 13 jaar was toen ze haar vader voor het laatst zag. Misschien dus vanuit die erker, misschien ook niet. Ze kon het zich niet goed herinneren.
Ik loop bijna dagelijks langs die erker. Formeel omdat hij aan mijn hardlooprondje ligt, maar in werkelijkheid omdat de erker zich schuin boven de beste snackbar van Den Haag bevindt. Gistermiddag stond ik er even stil. Op de stoep lagen geen bloemen, enkel een verroeste stadsfiets die een struikelsteen aan het zicht onttrok.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Judiths vader, schrijver Anton de Kom, is de enige Surinamer die is opgenomen in de Canon van Nederland. Daarin staan uitsluitend mensen als Rembrandt, Anne Frank, Willem van Oranje en Erasmus, waarmee ik bedoel te zeggen: Anton de Kom was een hele grote.
Dat veel Nederlanders desalniettemin geen benul hadden wie hij was, stak zijn dochter Judith haar leven lang. Ze maakte haar vaders eerherstel daarom tot levensopgave. Over de hele wereld gaf ze lezingen waarin ze vertelde hoe haar vader via zijn schrijfwerk uitgroeide tot een van de belangrijkste stemmen in de antikoloniale beweging. Hoe hij, vanwege zijn strijd tegen onderdrukking en uitbuiting, verbannen werd uit Suriname, maar ondanks het grote onrecht dat Nederland hem toen aandeed, toch betrokken raakte bij het verzet tegen de Duitsers.
En hoe dat laatste hem uiteindelijk een struikelsteen opleverde voor zijn toenmalige appartement in Den Haag. ‘Hier woonde Anton de Kom’, staat daarop. ‘Geb. 1898. Gearresteerd 1-8-1944 Oranjehotel. Gedeporteerd uit Vught. Vermoord 24-4-1945 Sandbostel’.
Dat hij in datzelfde appartement de definitieve versie van zijn monumentale boek Wij slaven van Suriname voltooide, is helaas nergens terug te zien. Niet op een plaquette, niet op een standbeeld, nergens. ‘PIMP IT!’, schreef een makelaar enkel toen hij het appartement vorig jaar probeerde te verkopen. ‘Misschien droom jij wel van een chique look en wil jij dit appartement een urban uitstraling geven of kies je ervoor om dit appartement weer te herstellen in zijn originele sfeer. It is up to you!’
Ook op het straatnaambordje op de hoek ontbreekt de naam De Kom. Daar staat alleen de naam van een 17de-eeuwse gouverneur-generaal van de VOC onder wie het aantal slaafgemaakten op Batavia toenam tot 60 procent van de totale bevolking.
Het is een pijnlijk detail, want vanuit diezelfde straat schreef volksheld De Kom ooit over zijn jeugd in Suriname: ‘Wij, die de namen van de opstandelingen Bonni, Baron en Joli Coeur tevergeefs in onze geschiedenisboekjes zochten, beijverden ons om vlug en nauwgezet voor het examen de namen en jaartallen op te dreunen der Nederlandsche gouverneurs, onder wier bewind men onze vaders als slaven ingevoerd heeft.’
De geschiedenis zoals wij hem in eerste instantie opschrijven, doet bijna nooit recht aan de volledige waarheid. Daarom was het levenswerk van Judith de Kom ook zo belangrijk. Tot aan haar dood probeerde ze zoveel mogelijk mensen te betrekken in haar strijd tegen de onzorgvuldigheid. Haar vader drukte een beslissende stempel op de Nederlandse geschiedenis en iedereen moest dat weten.
‘Het rechtzetten van onrecht’, noemde ze dat belangrijke werk zelf.
Dank daarvoor, mevrouw De Kom.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant