Home

De kwestie Ta-Nehisi Coates: wie mag in de media zijn perspectief geven op de oorlog in Gaza?

Hét tv-fragment dat de afgelopen week de gemoederen in Amerika bezighield, is een interview in het populaire ochtendprogramma CBS Mornings. Werd hier felle journalistiek bedreven of had het meer weg van een tribunaal? Dat was de vraag in vele opiniestukken.

Te gast bij CBS Mornings was Ta-Nehisi Coates, een prijswinnende Afro-Amerikaanse auteur die met zijn werk overtuigend aantoont hoezeer Amerika gevormd is door zijn slavernijverleden.

Begin deze maand kwam een nieuwe essaybundel van Coates uit, The Message, waarin hij voor het eerst zijn blik over de Amerikaanse landsgrenzen werpt. In het meest spraakmakende essay bezoekt hij de Israëlische stad Jeruzalem, waar hij evidente apartheid aantreft. Op straat en voor de wet worden Palestijnen als tweederangsburgers behandeld.

Over de auteur
Hassan Bahara is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.

Een van de drie hosts van CBS Mornings, journalist Tony Dokoupil, mag als eerste Coates over dit essay doorzagen. In iets wat meer lijkt op een monoloog dan op een vraag, wordt Coates voorgehouden dat hij geen oog heeft voor het terroristisch geweld waarmee Israël te maken heeft, de vijanden waar het door omringd wordt. Eigenlijk, zo vindt Dokoupil, zou Coates’ boek niet misstaan in de rugzak van een extremist.

‘Hmmm’, bromt Coates voordat hij het enige correcte antwoord mogelijk geeft: er is niets dat de discriminatie van Palestijnen op basis van etniciteit rechtvaardigt. ‘Ofwel apartheid is verkeerd, of het is niet verkeerd.’

Natuurlijk viel het te verwachten: bij een betoog op tv dat Israël, met steun van Amerika, morele misdaden begaat, is de kwalificatie ‘extremist’ niet ver weg. Maar dat dit al bij zijn eerste publieke optreden zou gebeuren, daar stond Coates toch wel van te kijken.

Het interview bracht ook de CBS-bazen in verwarring. Een deel vond dat Dokoupils felle vragen niet aan CBS’ journalistieke standaard voldeden, terwijl andere bonzen het juist voor de geplaagde journalist opnamen.

Het tumult scheen in ieder geval licht op een paar belangrijke vragen: wie is het door de poortwachters in medialand gegund om zijn perspectief te geven op de oorlog in Gaza en hoe ruim is de bandbreedte voor kritiek op Israël?

Coates brengt als antwoord hierop een pijnlijk feit in. Hij kan maar een handjevol Palestijnse-Amerikanen noemen die weleens op Amerikaanse tv voor de Palestijnse zaak mogen pleiten. Nog minder in aantal zijn de journalisten met een Palestijnse achtergrond die hun perspectief kunnen inbrengen bij de redacties van Amerikaanse nieuwsprogramma’s en talkshows.

De meeste ruimte wordt ingenomen door de Dokoupils, die er niet voor terugdeinzen afwijkende geluiden te framen als extremistisch.

Dat is Amerika, kun je denken, maar nog vers in het geheugen ligt de rel rondom tv-presentator Natasja Gibbs, toen zij als host van talkshow Op1 over Israël sprak als een ‘apartheidsregime’.

Honderden klachten ontving de NPO hierover, ook de NPO-Ombudsman was niet te spreken over de uitspraak, terwijl Gibbs slechts herhaalde wat mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch, Amnesty International en ook de Verenigde Naties al eerder concludeerden over Israël.

Sindsdien heb ik Gibbs nooit meer over de kwestie gehoord. Te zeer afgeschrikt om te benoemen wat overduidelijk is? Ik vrees met grote vreze van wel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next