Hoe hard slaat Netanyahu terug na het Iraanse rakettenvuur richting Israël twee weken geleden? De Golfstaten kunnen leven met met een militair verzwakt Iran, maar niet met aanvallen op nucleaire installaties of de olie-industrie. Diplomaten maken overuren.
Onzekerheden genoeg in het Midden-Oosten, maar één ding is zeker: er komt een Israëlische vergeldingsaanval op Iran. Het gaat om een militaire reactie op de Iraanse aanval met circa 180 ballistische raketten, die begin deze maand plaatsvond. De vraag is alleen hoe groot die Israëlische vergelding zal zijn en wat de doelwitten worden. Kiest premier Benjamin Netanyahu ervoor om olieraffinaderijen aan te vallen, of zelfs nucleaire installaties? Een derde optie, een aanval op militaire doelwitten, is het meest waarschijnlijk.
Op basis van bronnen in het Witte Huis wist The Washington Post maandag te melden dat de Amerikaanse president Joe Biden de toezegging heeft gekregen van Netanyahu dat Israël ‘slechts’ militaire doelwitten wil bestoken. De bedoeling is om toe te slaan vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 5 november. Netanyahu’s belofte zou doorslaggevend zijn geweest bij Bidens besluit eerder deze week om het Thaad-systeem, een geavanceerd antiraketsysteem, naar Israël te sturen.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
Of Netanyahu’s kabinet woord zal houden, laat zich slecht voorspellen: het zou niet de eerste keer zijn dat hij het ene zegt en het andere doet. Dat komt ook door de ultrarechtse krachten in zowel media als politiek die sinds dagen aandringen op een meedogenloze aanval. Zij redeneren dat het Iraanse blok (inclusief Hezbollah in Libanon) verzwakt is, en dat dit een ‘eenmalige kans’ is om het bewind van de opperste leider van Iran, ayatollah Ali Khamenei, af te houden van een kernwapen. Toen Israël tijdens de vorige escalatieronde met Iran, in april, een militaire basis bij de Iraanse stad Isfahan bombardeerde, twitterde de invloedrijke uiterst rechtse Israëlische minister Itamar Ben-Gvir één woord: ‘Zwak.’
Daar staat tegenover dat Israël volgens kenners niet de militaire middelen heeft om Irans nucleaire faciliteiten hard te raken. Die bevinden zich meters onder de grond. De schade die een eventueel bombardement zou aanrichten, zo waarschuwen de Amerikanen, kan ertoe leiden dat Iran juist nog meer haast gaat maken bij de ontwikkeling van een kernwapen.
Wel bestaat binnen een deel van het Israëlische veiligheidsestablishment de overtuiging dat de aanval zo hard moet zijn dat die het Iraanse regime voldoende afschrikt om niet terug te slaan. Dat klinkt riskant en dat is het ook. Israël wil harder toeslaan dan in april. Op die manier zou de ‘balans’ in de regio hersteld moeten worden, zonder een grotere oorlog met Iran uit te lokken.
Dit alles leidt tot nervositeit in onder meer de Arabische Golfstaten die hun uiterste best doen om neutraal te blijven. Mocht Israël de Iraanse olie-infrastructuur raken, dan kan Iran besluiten de Straat van Hormuz af te sluiten, met grote gevolgen voor de olie-export uit de hele regio. Ook zijn landen als Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) – beide nauwe bondgenoten van Washington – bang dat Iran als reactie Saoedische of Emiraatse olie-installaties zou willen raken. Aan Amerikaanse zijde zit ook niemand op dat scenario te wachten: een verhoogde benzineprijs aan de pomp kan presidentskandidaat Kamala Harris missen als kiespijn.
De dreigende escalatie, de Libanon-oorlog incluis, plaatst de Golfstaten voor dilemma’s. Ze kunnen er prima mee leven dat de pro-Iraanse ‘ring van vuur’, met daarin groeperingen als Hezbollah (Libanon) en de Houthi’s (Jemen), door Israël worden verzwakt. Ze willen alleen niet dat Netanyahu het hele regionale kaartenhuis omver blaast. ‘We zitten hierin gevangen’, zei een toonaangevende Emiraatse politicoloog tegen de Financial Times over Iran en Israël. ‘Dit zijn twee duivels. De één is net zo erg als de ander.’
Veel zal afhangen van de diplomatie in de regio. De Iraanse minister Abbas Araghchi (Buitenlandse Zaken) was in Saoedi-Arabië en Qatar waar hij aangaf wat Irans rode lijnen zijn. Zo is het voor Teheran ‘onacceptabel’ als de Israëlische raketten en/of gevechtsvliegtuigen toestemming krijgen om door het Saoedische of Emiraatse luchtruim te vliegen. Ook Jordanië wil dat niet. Ieder land dat Israël ‘assisteert’, waarschuwde de Iraanse afvaardiging bij de Verenigde Naties, zal beschouwd worden als een valide doelwit.
Het alternatief ligt voor de hand. De route via Syrië en Irak zal, gezien de zwakke regeringen daar, niet tot een tegenreactie leiden. De Golfstaten zelf drongen tegenover Araghchi aan op de-escalatie, en hielden hem de wortel voor van investeringen in de door sancties geplaagde Iraanse economie.
Waar Netanyahu voor gaat kiezen, weet alleen hij. ‘We luisteren naar de meningen van de Verenigde Staten’, aldus zijn woordvoering dinsdag, ‘maar we zullen onze uiteindelijke beslissingen nemen op basis van ons nationaal belang.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant