Politiemedewerkers en vakbonden zijn het eens geworden over een vroegpensioenregeling, maar een duidelijke omschrijving van een zwaar beroep is nog lastig vast te stellen. Lezers vertellen over hun zware werk en hun carrièreswitch.
Lezer Wouter is al tien jaar toezichthouder asbestsloop en heeft recent besloten om iets anders te doen. "Ik ben leidinggevende bij een asbestsaneringsbedrijf. Dat betekent dat ik eindverantwoordelijke en het eerste aanspreekpunt ben. Daarnaast werk ik ook gewoon mee op de vloer."
"Het is fysiek zwaar. Je moet muren slopen, vloeren verwijderen en zakken heen en weer slepen die wel 15 kilo of meer kunnen wegen. Aan het eind van de dag voel je dat wel." Alle collega's vinden dat zwaar, zegt Wouter. Daarom is er ook een hoog verloop in de branche. "Gemiddeld houdt men dit geen vijf jaar vol. Dat ik dit tien jaar doe, is redelijk uitzonderlijk."
Dat Wouter dit werk zo lang heeft volgehouden, zit een beetje in zijn karakter. Lachend zegt hij: "Ik stel wel vaker dingen uit. Maar ik liep er al een paar jaar mee. Komende december moet ik weer mijn certificering behalen, dus dit was een mooi moment om iets nieuws te zoeken."
Zijn nieuwe baan is nog niet helemaal officieel, want Wouter wacht nog op zijn contract. "Maar er moet wel iets heel geks gebeuren, voordat dit misgaat. Het is in deze branche ook niet moeilijk om over te stappen, want iedereen staat te springen om nieuwe werknemers." Hij wordt voorman bij de brandbeveiligingstak van een lokale aannemer. "Ik heb een dag proefgedraaid en dat was stukken lichter werk."
Lezer Janneke de Jong werkte meer dan twintig jaar als verpleegkundige in de thuiszorg. Daarna werkte ze met ouderen met dementie. Ze was toen "een jaar of vijftig" en had kinderen thuis. "Lichamelijk was het heel zwaar werk", vertelt ze. Dat zat 'm vooral in het tillen: van bed naar stoel, van stoel naar opstaan. "Als je iemand een arm gaf, hing die persoon echt aan je. Daar kunnen ze natuurlijk niets aan doen", lacht ze. "Maar dat maakt het wel heel zwaar."
Dat eiste na verloop van tijd zijn tol. "Het begon met pijn in mijn rug", zegt Janneke. Daar kwamen later meer klachten bij, zoals een frozen shoulder. Dan heb je pijn in de schouder, vaak uitstralend naar de bovenarm. De pijn wordt steeds erger en je schouder verstijft. Ook kreeg ze een tennisarm en het zogeheten carpaletunnelsyndroom. Daarbij zit een handzenuw in de knel, waardoor je klachten krijgt aan je hand: pijn, tintelingen of een doof gevoel in je duim, vingers en handpalm.
Een hele lijst, dus. "Het maakte ook de rest van mijn leven lastig", vertelt ze. "Ik had op dat moment kleine kinderen te verzorgen en moest nog het huishouden doen als ik thuiskwam. Dan had ik last en pijn." Ze besloot om zich te laten omscholen. "Ik dacht bij mezelf: als ik zo doorga, beland ik in de ziektewet. Dat wil ik niet." De opleiding praktijkverpleegkundige leek haar het leukst, en zo is ze uiteindelijk ook aan de slag gegaan.
Toen ze eenmaal als praktijkverpleegkundige werkte, verdwenen de meeste klachten ook. "Binnen een aantal weken was dat voorbij. Van mijn rug heb ik nog wel last. Vooral bij het bukken of door mijn knieën gaan."
Inmiddels is Janneke 70 en werkt ze nog drie dagen per week. Volgend jaar gaat ze met pensioen. "Ik vind dit heerlijk om te doen. Als ik die switch niet had gemaakt, zou ik niet eens de 55 hebben gehaald als beroepsbeoefenaar."
NUjij'er Bram van Munster is in zijn werkende leven diverse keren van richting en baan veranderd. Hij belandde uiteindelijk in de transportwereld. "In het begin laadde en loste ik bijvoorbeeld de vrachtwagens en verzamelde ik orders. Daarna ben ik pakketbezorger geweest, met meer dan 150 stops per dag, wat een belachelijke werkdruk met zich meebrengt. Het zijn lange dagen en je ontvangt een mager loontje, waarvan je de rekeningen niet kunt betalen tegenwoordig."
Tot zijn pensioen zou hij dit fysiek niet meer kunnen volhouden. Daar kwam Bram achter toen hij 45 jaar was. "Ik voel me wel een jonge God van achttien jaar, maar soms moet ik ook toegeven dat dit veel te zwaar is om lang te doen. Je rug gaat kapot, je knieën verslijten en ga zo maar door." Het was dus tijd voor een volgende stap, vond Bram.
Rijbewijs CE werd behaald en sindsdien zit hij op de weg met zijn trailer. "Ik ben altijd ergens in Europa te vinden, en doorgaans zijn de ladingen zo groot of zo zwaar dat ik ze niet langer met de hand hoef te lossen. Het zijn nog steeds lange dagen met de onmogelijkste werktijden, maar mij krijg je die truck niet meer uit, tenzij ook dit weer te zwaar wordt."
Bram legt uit waarom zijn werk zwaar is. "Je bent altijd alleen, werkdagen van tussen de tien en vijftien uur zijn écht geen uitzondering. Je bent de hele dag geconcentreerd bezig om alle lading van A naar B te brengen en dat vergt minimaal net zoveel energie als het daadwerkelijk laden of lossen. Niet alleen ik, maar met mij vele collega's zijn aan het einde van de week helemaal kapot."
Kortom: Bram is meerdere keren van baan gewisseld en van richting veranderd in de hoop het fysiek te kunnen volhouden tot zijn pensioen. "De passie voor het leven op de weg stopt niet als je naar huis rijdt. We zijn altijd bezig met ons geliefde werk. Je ziet ons altijd en overal, maar vrijwel geen enkele trucker zal ongeschonden zijn pensioen halen. Ondanks slijtage en ongemakken, beuken we toch door. Dat is wat we doen, dat is onze passie, door weer en wind."
Source: Nu.nl economisch