Home

Inkopper of niet, ook makkelijke doelpunten tellen. Dan ben ik maar de Wout Weghorst van de romantiek

De auto is warm, maar wij zijn koud. Pas als we een tijdje onderweg zijn en het stoplicht naderen, zeggen we voor het eerst wat tegen elkaar. Niet over waar we naartoe gaan, maar over waar we net vandaan komen. Over mijn humeur dat leidde tot een ruzie, die leidde tot de kille stilte, die nu doorbroken wordt met een herinnering aan wat ik juist probeer te vergeten.

Een uur geleden overwogen we nog om niet te gaan. Toch zijn we in de auto gestapt. Om de stilte het hoofd te bieden zet ik de radio aan. De avond is gevallen, als we over de brug rijden kleurt de hemel oranje. Op de radio begint Wonderful Tonight van Eric Clapton. Ik twijfel of ik het moet doen. De sfeer is er niet naar, het zal geforceerd overkomen en het is clichématig. En ik heb geen zin om de eerste stap te zetten. Laat haar dat lekker doen. Toch doe ik het. Als het refrein klinkt, haal ik een hand van het stuur, leg die op het been van mijn vrouw, knijp er lichtjes in en kijk haar aan. ‘You look wonderful tonight’, zing ik mee.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Ze blijft recht voor zich uit kijken. Schudt haar hoofd zacht, een schier onzichtbare glimlach om haar lippen. ‘Echt een enorme inkopper’, zegt ze.

‘Wat? Is het weer niet goed?’

‘Jawel. Het is alleen een enorme inkopper.’

Inkopper of niet, ook makkelijke doelpunten tellen. Dan ben ik maar de Wout Weghorst van de romantiek. Het ijs vertoont scheurtjes en scheurtjes worden spleten en uiteindelijk, een paar uur later, breekt het helemaal.

We zitten in een uitverkocht Paradiso. We doen dit te weinig, samen naar prachtige muziek luisteren. De laatste keer was twee jaar geleden, op dezelfde plek, bij dezelfde artiest.

We zitten op het eerste balkon en kijken op de volle zaal. Halverwege het concert leunt ze met haar hoofd tegen mijn schouder en legt ze haar hand op mijn been. Als ik naar de wc ga en de trap afloop, valt me op hoeveel brandplekken er in het hout van de vloer zitten, als verstilde zwarte wormpjes. Van al die honderdduizend sigaretten die hier zijn gerookt, uitgedrukt of haastig werden laten vallen als de eerste tonen van een lievelingsnummer klonken. Er zitten vast een of twee wormpjes van mij bij.

Er komt een toegift. En nog één. En nog één. Als we naar buiten lopen regent het dikke, zware druppels en is de Amsterdamse nacht begonnen. Dankbaar laten we die aan ons voorbij gaan om even later kletsnat in de auto te stappen. Tijdens de rit terug drogen we langzaam op. Warm waren we toch alweer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next