Het nationaal elftal van Suriname speelt dezer dagen in de Nations League. Europese spelers van Surinaamse afkomst mogen worden opgesteld, waarmee de hoop op plaatsing voor een groot toernooi groeit. Alleen: ‘Het zijn nog niet de grootste spelers die voor Natio kiezen.’
Amsterdam-Zuidoost, vrijdagavond. In Tori Oso, een als sportkantine ingericht buurthuis in de wijk Ganzenhoef, is het gezellig druk. De ruimte is voornamelijk gevuld met Surinaamse mannen, die vrijwel zonder uitzondering hun regenjas of hoodie aanhouden. Op deze Nations League avond zijn op twee grote schermen verschillende interlands te zien. Blikjes bier of soft en plastic bekertjes met sterke drank gaan van hand tot hand, terwijl het er fanatiek aan toegaat aan het poolbiljart.
Met financiële steun van de gemeente voorziet Tori Oso (letterlijk: verhalen- of praathuis) in de sociale behoeften onder buurtgenoten, vertelt coördinator Ludwig Brown. Het centrum fungeert dagelijks van drie uur ’s middags tot drie uur ’s nachts als huiskamer voor ‘hangouderen’. Daarnaast zijn er wekelijks karaokesessies, voorlichtingsavonden, bijeenkomsten voor vrouwengroepen en biedt de ruimte doordeweeks plaats voor huiswerkbegeleiding.
Het zwaar bevochten gelijkspel van Oranje tegen Hongarije wordt voor kennisgeving aangenomen, al probeert een van de oudere mannen de Hongaren in de slotfase nog naar de overwinning te schreeuwen. Hij wordt fel gecorrigeerd. ‘We zijn hier in Nederland.’
Vanavond gaat de meeste aandacht uit naar de wedstrijd tussen Suriname en Costa Rica, in de Caribische editie van de Nations League. De meeste aanwezigen tekenen vooraf voor een gelijkspel; ‘Jongu, die Costa Ricanen zijn tranga (sterk), ze doen altijd mee aan het WK toch?’
Het bescheiden Essed-stadion in Paramaribo is met een kleine vierduizend toeschouwers uitverkocht en ook in Tori Oso klinkt gejuich wanneer de spelers rond middernacht Nederlandse tijd het veld opkomen. Bij ‘natio’ staan er tien in de basis die in Europa hun geld verdienen. De enige international met een Surinaams paspoort in de basis is spits Gleofilo Vlijter, die bij de Servische club OFK Belgrad onder contract staat.
Het maakt Tori Oso-voorzitter Renaldo Dorder niet uit welke spelers bondscoach Stanley Menzo opstelt en waar ze precies vandaan komen. Zolang ze maar hun best doen. ‘De spelers uit Suriname moeten zich optrekken aan het niveau van de Europese profs. Sneller keuzes maken, van tevoren weten waar de bal naartoe moet. Terwijl de profs zich op hun beurt moeten inleven in de Surinaamse cultuur. Dan heb je toch een ideaal voetbalteam? Doen ze dat ook op maatschappelijk en economisch vlak, dan wordt het nog wel iets tussen Suriname en Nederland.’
Daar denkt Brown (63), die voor zijn emigratie naar Nederland in 1987 voor onder meer Voorwaarts in de Surinaamse hoofdklasse uitkwam, net even anders over. Hij is er weliswaar van overtuigd dat de Europese profs ‘Natio’ naar een hoger niveau kunnen brengen, ‘maar dan hoef je er toch niet meteen tien op te stellen? Vlijter was onze topscorer en zodra de diasporaspelers mochten meedoen, zat hij meestal op de bank. Kon hij er ineens niets meer van? Laat de bondscoach daar wat meer balans in brengen. Op deze manier betekent een oproep voor het nationale elftal geen enkele stimulans voor de lokale jongens.’
Natio lijkt de wedstrijd in de beginfase aardig onder controle te hebben, maar het is Costa Rica dat bij de eerste de beste aanval op voorsprong komt. Krachttermen galmen door de kantine. Nog voor rust brengt uitgerekend Vlijter uit een voorzet van Sheraldo Becker de stand weer in evenwicht. ‘Dat n’a Srananman’, klinkt het bij de bar. ‘Dat is pas een Surinamer.’
‘Paal doet wel mee, toch?’, vraagt Brigitte Santjes, die bij de start van de tweede helft binnenloopt. Van haar dochter hoorde ze dat hier een fatu (toffe bijeenkomst, red.) aan de gang was, waarop ze besloot toch maar even langs te gaan. Ingespannen tuurt ze naar het scherm. ‘Ah, daar heb je ’m, nummer 22. Stiefbroertje van me: mijn vaders kind. Ik ken hem vanaf het moment dat hij begon te lopen.’
Ze gloeit van trots wanneer middenvelder Kenneth Paal de bal breed legt op het middenveld. Het voormalige PSV-talent speelt inmiddels zijn derde seizoen in de basis bij Queens Park Rangers, op het tweede niveau in Engeland. ‘Z’n ouders vonden het eerst niet zo verstandig dat-ie voor Natio ging spelen. Hij moest zich eerst maar eens concentreren op het niveau in de Championship. Maar Kenneth wilde zelf dolgraag. Hij is dan wel in Nederland geboren, maar het Surinaamse zit heel diep bij hem. Op de terugvlucht neemt hij altijd een paar flessen orgeade (amandelsiroop, red.) mee. En als hij geblesseerd is of tijdens een langere periode zonder interlands, laat hij onze tante een hele doos sturen. Zonder orgeade houdt hij het niet vol in Londen.’
Kort na rust moet Costa Rica verder met tien man na een rode kaart voor doelpuntenmaker Josimar Alcócer. De toegenomen winstkansen lijken eerder door te dringen tot het publiek in Paramaribo en Tori Oso dan bij Natio en de technische staf. Pas in de slotfase brengt Menzo met Virgil Misidjan (Ferencváros) een extra aanvaller in het veld en gaat de thuisploeg onder aanvoering van Becker over tot een omsingeling van het vijandelijke doel. Het blijft desondanks 1-1.
‘Ze kwamen best aardig voor de dag, al moet ik zeggen dat Costa Rica mij behoorlijk tegenviel’, zegt de Surinaamse oud-international Jerrel Linger (56) een dag later. Hij vindt het een goede ontwikkeling dat de nationale selectie sinds vijf jaar voor het grootste deel uit Europese profs van Surinaamse afkomst maar zonder Surinaams paspoort bestaat. Linger is sinds een paar jaar voorzitter van Real Sranang in de Amsterdamse Watergraafsmeer: ‘de enige puur Surinaamse, door de eerste lichting migranten opgerichte voetbalvereniging in Nederland’.
Na de invoering van het sportpaspoort eind 2019 ontstond binnen de Surinaamse gemeenschap algauw het gevoel dat plaatsing voor het WK met de inbreng van Suriprofs een kwestie van tijd was, herinnert hij zich: ‘Maar de mensen hier hebben geen idee van het hoge niveau in de Concacaf-regio. Landen als Mexico, Costa Rica maar ook Trinidad en Jamaica stellen al jaren spelers op uit Europese topcompetities. Tegen zulke teams red je het niet met een paar leuke Surinaamse spelers uit de Nederlandse eerste divisie en een enkeling uit de eredivisie.’
Linger spreekt uit ervaring. Na zijn komst naar Nederland in 1992 voetbalde hij één seizoen voor AZ op het tweede niveau. Zijn interlands voor Suriname - ‘een stuk of twintig, dacht ik’- speelde hij tussen 1986 en 1991. In die periode werd Suriname geteisterd door de Binnenlandse Oorlog tussen het Junglecommando onder leiding van Ronnie Brunswijk en het Nationale Leger van Desi Bouterse. De regering stelde destijds militaire vliegtuigjes ter beschikking voor de uitwedstrijden van Natio. ‘Het was matig georganiseerd. We hebben meer dan eens op het vliegveld geslapen. Dan ging het weer eens mis met de aansluiting op de volgende vlucht, terwijl er geen geld was voor een hotel.’
Tijdens zijn jaren als international was Suriname nog enigszins opgewassen tegen regionale toplanden als Jamaica, maar daarna ging het hard achteruit. Linger onderscheidt twee hoofdoorzaken: de teloorgang van de door de overheid gefinancierde voetbalopleiding in de jaren negentig en het te ver doorgevoerde nationalisme: ‘Na de staatsgreep in 1980 van Bouterse en co werd de overtuiging dat we het als Surinamers wel even zouden fiksen, steeds sterker. Maar daarna is het volledig ingestort.’
Er zit volgens Linger weliswaar schot in het selectiebeleid met het speelgerechtigd krijgen van nieuwe aanwas, maar hij heeft er een hard hoofd in dat de mannen van Menzo het WK in 2026 halen. ‘Met alle respect, maar het zijn nog niet de grootste spelers die voor Natio kiezen. Spelers als Kluivertje (Justin Kluivert, red.) zullen de eerste jaren nog blijven hopen op een oproep voor Oranje. En organisatorisch en logistiek blijft er bij de Surinaamse bond nog veel te wensen over. Dat schrikt spelers af. Dat kan veranderen wanneer spelers van Europese clubs, waar alles tot in de puntjes is geregeld, tot de juiste mindset komen en de mindere randvoorwaarden bij Natio voor lief nemen.’
Suriname en Costa Rica komen uit in de hoogste divisie van de Nations League voor Caribische, Noord- en Midden-Amerikaanse voetballanden. In een poule van zes speelt elk land twee keer thuis en twee keer uit. De bovenste twee landen plaatsen zich direct voor het tweejaarlijkse eindtoernooi om de Gold Cup, waarin Mexico en de VS meestal de finale halen. Vannacht om 12 uur speelt het Surinaams elftal de laatste poulewedstrijd tegen buurland Guyana. Alleen bij een overwinning maakt Natio nog kans op een plek in de eindronde.
In de voorronde van de WK-kwalificatie heeft Suriname de eerste twee poulewedstrijden gewonnen. Dit toernooi krijgt in juni 2025 een vervolg met interlands tegen Puerto Rico en El Salvador. Bij succes gaat Natio door naar de volgende poulefase met vier landen. De groepswinnaar doet mee aan het WK dat in 2026 wordt gespeeld in de VS, Mexico en Canada en ditmaal 48 deelnemende landen telt. De nummer twee kan zich via play-offs alsnog plaatsen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant