Museum De Buitenplaats in het Drentse Eelde bungelde vorig jaar op het randje van faillissement. Nu is het onder leiding van directeur Harry Tupan ‘het eerste art-nouveaumuseum van Nederland’ en wordt nadrukkelijk de verbinding met de omgeving gezocht.
‘Die bosjes wil ik eruit hebben.’ Directeur Harry Tupan (66) van het Drents Museum in Assen wijst in Eelde, een dorp zo’n kilometer of 16 ten noorden van de Drentse hoofdstad, op een heg. Het groen scheidt het recent onder zijn leiding gekomen Museum De Buitenplaats af van het dorpscentrum. En dat is jammer, vindt Tupan. ‘Dit museum moet toegankelijk worden voor de Eeldenaren. Dan moet je alle barrières weghalen.’
Vorige week is Museum De Buitenplaats, dat al dertig jaar bestaat, heropend als Drents Museum De Buitenplaats. Daarmee is de plek gered van een faillissement, maar het werk is nog niet klaar. Samen met stichting Het Drentse Landschap, waar Drents Museum het museumgebouw van huurt, wil Tupan Eelde op de kaart zetten als village of flowers door hier de bloemrijke kunststroming art nouveau te gaan tentoonstellen.
Marsha Bruinen schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Daarover later meer. Eerst terug in de tijd, naar 1996. Toen werd De Buitenplaats opgericht door Jos (1934-2018) en Janneke van Groeningen (1943-2007). Speciaal voor hun verzameling naoorlogse, figuratieve schilderkunst liet het echtpaar een museum bouwen in organische architectuur, met golvende muren en daken.
Eromheen lieten ze een tuin aanleggen met orangerie, doolhof, appelhof en vijver. Zelf woonden ze in het naastgelegen 17de-eeuwse Nijsinghhuis, waar ze de wanden lieten beschilderen door kunstenaars van het ‘noordelijk realisme’. Sinds hun overlijden is ook dit huis toegankelijk voor publiek.
Genoeg te zien dus, in De Buitenplaats. Waarom bungelde het dan toch aan het randje van faillissement vorig jaar? Deels is dat te wijten aan de locatie, zegt Tupan. Eelde is niet makkelijk te bereiken met het openbaar vervoer: er gaat geen bus vanaf Assen en de busrit vanuit Groningen (18 kilometer verderop) duurt drie kwartier. Tupan: ‘De ontsluiting van deze regio is slecht, er is veel bezuinigd.’
Maar volgens de museumdirecteur was ook de collectie van De Buitenplaats reden voor dalende bezoekcijfers. De afgelopen vijf jaar schommelden die tussen de tien- en twintigduizend; door corona, maar ook doordat de belangstelling voor figuratieve kunst en het noordelijk realisme de afgelopen tien jaar sterk is afgenomen, zegt de directeur.
Tijd voor iets nieuws, dacht Tupan daarom toen de gemeente en provincie bij hem aanklopten om een voorstel te doen voor een doorstart. Ook andere Nederlandse musea, zoals het Centraal Museum in Utrecht en Museum de Fundatie in Zwolle, onderhouden een buitenplaats als satellietlocatie. Tupan: ‘Eelde staat bekend om haar natuur, bloemencorso en bloemenveiling, dus ik dacht al snel aan art nouveau, een florale stijl.’
Het Drents Museum beschikt met veertigduizend schilderijen, tekeningen, meubelstukken en ambachtswerken over een van de grootste art-nouveaucollecties van het land. Conservator Annemiek Rens noemt het een ‘onuitputtelijke bron waar ongelooflijk veel mooie tentoonstellingen mee gemaakt kunnen worden’.
Toch zag de gemeente – samen met de provincie de belangrijkste subsidieverstrekker voor Drents Museum De Buitenplaats – het plan voor ‘het eerste Nederlandse art-nouveaumuseum’ niet meteen zitten. Omwonenden vonden De Buitenplaats elitair, zegt Tupan. Dorpsbewoners vertelden hem nog nooit in het museum te zijn geweest, ze voelden zich er niet welkom.
Zou De Buitenplaats onder de vleugels van het Drents Museum haar hoogdrempelige imago af kunnen schudden? De gemeenteraad van Tynaarlo, waaronder Eelde valt, was sceptisch. Leden opperden dat het gebouw van De Buitenplaats ook als cultuurhuis gebruikt zou kunnen worden. Zouden de elfduizend inwoners van Eelde en het direct aangrenzende Paterswolde daar niet meer aan hebben?
Cultuurcentrum in plaats van museum: het voorstel komt vaker voorbij. Toen het Cobra Museum in Amstelveen eind vorig jaar op omvallen stond, werd ook daar voorgesteld van het museum een gemeenschapscentrum te maken.
Tupan snapt de behoefte aan een cultuurhuis in Eelde ‘heel goed’. Maar hij denkt dat de regio uiteindelijk meer profiteert van zijn plan, door de inkomsten die Drents Museum De Buitenplaats volgens hem zal gaan genereren. Zo hoopt hij bezoek aan andere lokale musea zoals het Klompenmuseum en Museum Vosbergen en aan dorpsevenementen zoals het bloemencorso te stimuleren.
Eind januari lukte het Tupan de gemeente te overtuigen. In de maanden die volgden heeft Tupan volgens de lokale krant Dorpsklanken ‘overal zijn gezicht laten zien’. Bijvoorbeeld bij de vereniging Ol Eel, die de geschiedenis van Eelde vastlegt. Zij krijgen een vitrine in De Buitenplaats waar ze archiefmateriaal kunnen laten zien. ‘Dit museum is van iedereen’, zegt Tupan. ‘We werken immers met gemeenschapsgeld.’
In de gemeenteraad ontstond nog het plan om statutair te bepalen dat het museum ruimte zou bieden aan lokale kunst en cultuur, maar die verplichting is er niet gekomen. ‘Een museum is geen buurthuis’, zegt Tupan. ‘We zoeken de verbinding op, maar wel vanuit een autonome positie en vanuit ons vakmanschap: de kunst.’
De tentoonstelling Power to the Flower is daarvan het eerste voorbeeld. De openingsdag van de tentoonstelling op 5 oktober trok ruim tweeduizend bezoekers. Te zien zijn schilderijen en tekeningen, maar ook vazen, kasten, servies en kledingstukken. Een klein deel daarvan komt uit de figuratieve collectie van het vroegere Museum De Buitenplaats, die door het Drents Museum in haar geheel is aangekocht.
Stichting Het Drentse Landschap, dat naast de museumgebouwen ook de tuinen beheert, vertelt in de expositie waar de afgebeelde bloemen tijdens de lente- en zomermaanden in Drenthe te vinden zijn. Lelies in Landgoed Vossenberg, bostulpen in Landgoed Lemferdinge, twintig minuten lopen vanaf het museum. De dorpskrant is positief. De Buitenplaats is ‘eindelijk ook van Eelde’.
Power to the Flower, Drents Museum De Buitenplaats, Eelde. T/m 6/4.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant