Biologisch voedsel maakt een opmars in de supermarkt. Toch blijft het marktaandeel klein, ook ten opzichte van vergelijkbare landen. Wat is er nodig voor een doorbraak? En hoeveel scheelt bio nu echt voor het milieu?
Wie de afgelopen tijd boodschappen heeft gedaan in een van de deelnemende supermarktfilialen, heeft ze misschien zien hangen: kaartjes en borden met boodschappen als ‘Kies voor biologische avocado’s en bespaar per avocado een douchebeurt van 3 minuten’, of: ‘Kies je voor dierenwelzijn, dan kies je voor biologisch’.
Ze werkten, bleek uit onderzoek van brancheorganisatie Bionext naar dergelijke ‘nudges’, manieren om de consument een duwtje in de gewenste richting te geven. De verkoop van de producten nam gemiddeld met zo’n 20 procent toe.
Het onderzoek past in een bredere trend: supermarkten hebben de laatste jaren steeds meer aandacht voor biologisch en hebben hun assortiment uitgebreid. Niet langer is de bewuste consument gedwongen om te fietsen naar de biospeciaalzaak. Dat levert harde knaken op: de omzet van biologische producten nam in de afgelopen vijf jaar met 51 procent toe, bleek onlangs uit onderzoek van Yougov (voorheen GfK). Van 900 miljoen naar 1,4 miljard euro.
Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.
Goed nieuws dus voor het milieu. Of toch niet? Het marktaandeel van biologisch is nog altijd niet meer dan 4 procent. Dat is in vijf jaar gegroeid van heel erg weinig naar iets minder weinig. Wat zou het milieu winnen bij meer groei? En wie is er aan zet om dat percentage omhoog te krijgen?
Melkveehouder René Cruijsen kreeg vier jaar geleden een telefoontje van de Superunie, de inkooporganisatie van onder meer Plus, Dirk en Spar. Of Eko Holland, de coöperatie van 250 biologische melkveehouders, jaarlijks 2,6 miljoen liter melk extra kon leveren. ‘Dat gaan we regelen’, zei Cruijsen, voorzitter van de coöperatie.
Eko Holland levert al jaren rauwe melk voor de huismerkzuivel van alle grote Nederlandse supermarktketens. Die bieden doorgaans zowel reguliere als biologische zuivel aan. Plus ging het anders doen: onder eigen merk verkoopt het alleen nog biologische zuivel.Het prijsverschil van zo’n 10 cent per liter past de supermarkt uit eigen zak bij. Maar eerst moest die melk er komen.
Geen probleem, vertelt Cruijsen (64) aan de keukentafel van zijn bedrijf in het Gelderse Dreumel. ‘Ik heb een voorraadkast met biologische melkveehouders. Er kwamen er toen net twaalf bij, die hadden die liters.’ Zijn boodschap: boeren willen best omschakelen, zolang ze de zekerheid hebben dat ze hun product voor een fatsoenlijke prijs kunnen verkopen.
Plus wil graag meer biologisch verkopen en ziet dat de klant daar nog te vaak niet voor kiest. Door minder niet-duurzame keuzes aan te bieden hoopt de supermarkt de omslag een zetje te geven en ook minder bewuste of kapitaalkrachtige klanten in aanraking te brengen met bio.
Het was aanvankelijk geen doorslaand succes. De melk zat in een nieuwe verpakking, met daarop pontificaal de aanduiding biologisch. ‘Die moet ik niet hebben’, zullen veel vaste kopers van de ‘gewone’ huismerkzuivel hebben gedacht. De verkoop liep flink terug. Pas na een uitgebreide campagne om de keuze uit te leggen haalde Plus het omzetverlies in.
Klanten informeren is belangrijk, denkt Cruijsen. ‘Ik heb weleens voorgesteld: laat ons boeren maar eens in de winkel staan. Niet om te schooien, maar om het uit te leggen.’
Een biologische boer als Cruijsen gebruikt geen kunstmest en geen chemische bestrijdingsmiddelen, wat beter is voor de waterkwaliteit en natuur in de nabije omgeving. De waterkwaliteit verbetert ook door minder dierlijke mest te gebruiken. Waar de gangbare veehouderij kampt met een acuut mestoverschot, kent de biologische sector juist een tekort.
Ook voor het stikstofprobleem kan omschakelen naar biologisch een deel van de oplossing zijn. De uitstoot op biologische melkveebedrijven ligt 40 tot 50 procent lager dan op gangbare bedrijven.
Dat komt vooral doordat biologische melkkoeien veel buiten lopen. Bij Cruijsen wel 2.200 uur per jaar, ruim twee keer het landelijk gemiddelde. Ook nu nog liggen de zwartbonte dieren onder een bleek herfstzonnetje in het gras. Pas als de najaarsregen de grond te nat heeft gemaakt, gaan ze voor de winter de stal in.
Alleen kalfjes jonger dan drie maanden mogen niet naar buiten. Die liggen in het stro in de halfverlichte schuur naast Cruijsens huis, waar kukelende hanen langs hun hokken scharrelen. Zodra ze oud genoeg zijn en de grond het toelaat, staat het jongvee 24 uur per dag buiten.
Supermarkten zijn biologische landbouw de laatste jaren meer gaan waarderen. Na de zuivel volgde bij Plus de omschakeling naar bio in het aardappel- en uienschap. Andere supermarkten deden hetzelfde met bijvoorbeeld gember of rode en witte kool. Conservenfabrikant HAK wil in 2027 bijna al zijn potten, blikken, pakjes en stazakken vullen met biologische groenten en peulvruchten.
Een winnende strategie, denkt Katja Logatcheva. Bij Wageningen Economic Research onderzoekt zij de consumptie van voedsel met een duurzaamheidskeurmerk. ‘Uit onze cijfers blijkt dat de grootste veranderingen tot stand komen als supermarkten met leveranciers afspreken hun assortiment integraal in te kopen en aan de consument door te verkopen onder een bepaald keurmerk.’
Omdat supermarkten bijvoorbeeld alleen nog vers varkens- en kippenvlees inkopen met minimaal 1 ster in het Beter Leven-keurmerk, heeft de omzet van vlees met dat keurmerk een vlucht genomen. Ook bij Plus merkten ze het resultaat, vertelde duurzaamheidsmanager Marlijn Simons-Somhorst vorige week op een bijeenkomst van Bionext op een landgoed in Odijk. ‘De groei zit bij ons in zuivel, en daarna aardappels en uien. Je ziet een-op-een het resultaat van de keuzes die we maken.’
Als boeren en supermarkten enthousiast zijn, is de consument dan de achterblijver in de omslag naar biologisch? Dat is te kort door de bocht, denkt Logatcheva. ‘Consumenten maken ook uit zichzelf andere keuzes. Bij productgroepen waar de supermarkt nog steeds reguliere producten aanbiedt, gaat de consument in toenemende mate toch voor het biologische equivalent.’
Wel is de Nederlandse consument duidelijk lastiger te overtuigen dan die in vergelijkbare landen als Oostenrijk en Denemarken, waar het marktaandeel van biologisch voedsel op respectievelijk 11 en 13 procent ligt. ‘Dat zijn geen wezenlijk andere mensen dan wij’, zegt Logatcheva. ‘Acceptatie van biologisch zit in het hoofd van de consument.’
Dat biologische producten vaak tientallen procenten duurder zijn, speelt uiteraard mee. Maar dat is in andere landen ook zo. Bovendien, zegt Logatcheva: ‘We zijn een van de rijkste landen ter wereld en besteden een relatief klein deel van ons inkomen aan voedsel.’
De grote variëteit aan opties maakt de keuze voor de klant niet makkelijker. Naast biologisch staat in het schap ook melk met keurmerken als ‘On the Way to PlanetProof’, ‘Beter voor Koe, Natuur en Boer’, ‘Weidemelk’ en ‘Beter Leven’. Niet vreemd dat de twijfel over de juiste keuze toeslaat, en de klant uiteindelijk kiest voor de eigen portemonnee.
Bovendien slaat voor het groenteschap nog weleens de twijfel toe: hoeveel scheelt het nu echt? Biologisch is het keurmerk met over het algemeen de strengste eisen, maar ook op de duurzaamheid daarvan valt het een en ander af te dingen.
Aangezien een bioboer zijn grond minder intensief gebruikt en minder hulpmiddelen inzet, is zijn productie per hectare lager. Dan is er meer land nodig om dezelfde hoeveelheid eten te produceren. In het Westen krimpt het landbouwareaal ten koste van bebouwing. Op de plekken in de wereld waar er nog wel boerenland bijkomt, gaat dat dikwijls ten koste van tropische bossen. Indirect draagt de biologische landbouw daaraan bij.
Kort gezegd zou het extensieve landgebruik van biologische landbouw er dus toe kunnen leiden dat biodiversiteit elders in de wereld verloren gaat in ruil voor wat meer boerennatuur in Nederland. Die ontbossing is bovendien schadelijk voor het klimaat.
Cruijsen ziet het liever anders. Hij wijst uit het raam, naar de uiterwaarden van de Waal, hemelsbreed een handvol kilometers van zijn bedrijf. ‘Vroeger gingen mijn vader en ik daar weleens hooien. Tegenwoordig is het onderdeel van een natuurontwikkelingsproject en staat er vegetatie op die wordt afgemaaid en naar de verbrandingsoven gaat. Terwijl er gewoon een koetje op kan lopen om het af te grazen.’
Wat hij bedoelt: door extensieve, biologische landbouw en natuur te combineren los je een deel van het grondprobleem op. Zeker rond natuurgebieden kan biologische landbouw een belangrijke rol spelen in het oplossen van milieuproblemen.
Voor de meeste supermarkten is de vraag over de wenselijkheid van biologisch een gepasseerd station. Plus wil volgend jaar 5 procent van zijn omzet uit bioproducten halen. Albert Heijn wil dat in 2026 10 procent van alle omzet uit het segment aardappels, groente en fruit (agf) biologisch is. Jumbo mikt op hetzelfde percentage een jaar later.
Bij agf doen biologische producten het sowieso al relatief goed, blijkt uit het onderzoek van Yougov. In het hele verssegment heeft biologisch een marktaandeel van 5,8 procent. Opvallende koploper is babyvoeding, waar 30 procent van de omzet van biologische producten komt.
Tijdens het evenement van Bionext legden de duurzaamheidsmanagers van grote supermarkten uit wat de opmars van biologisch elders in de supermarkt nog tegenhoudt. Bij samengestelde producten moeten bijvoorbeeld alle ingrediënten gecertificeerd zijn. Een verspakket krijgt pas het sticker biologisch als alles biologisch is. ‘Best een uitdaging’, zei Martijn Versteegh van Albert Heijn. ‘De producten moeten jaarrond beschikbaar zijn, ook de kruiden.’
Dat biologische komkommer in een folietje zit, heeft te maken met de strenge regels over het scheiden van biologische en niet-biologische producten. Nog zo eentje: biologisch brood mag niet in dezelfde snijmachine als ‘gewoon’ brood.
Supermarkten worstelen ook met de kleine verkoopvolumes van biologisch. Zet je te veel neer, dan loop je het risico dat de helft bederft voordat het is verkocht. Zet je te weinig neer, dan staan klanten keer op keer voor een leeg schap.
Waarom kiezen ze niet, net als Plus, ook bij populaire en toonaangevende producten voor de vervangingsstrategie? ‘Het begint bij beschikbaarheid’, zegt Versteegh. Ook Lidl en Jumbo stellen dat het aanbod nog niet groot genoeg is om meer categorieën om te schakelen.
Onzin, vindt melkveehouder Cruijsen. ‘Als Albert Heijn of Jumbo alle anderhalveliterpakken wil vervangen voor bio en ons vraagt of we volgend jaar 40 miljoen liter beschikbaar hebben, dan ga ik op zoek en vind ik dat wel.’
‘Ze moeten niet allemaal tegelijk komen natuurlijk, dan hebben we te weinig’, zegt hij. ‘Maar als boeren zien dat er meer biologische melk wordt verkocht, gaan ze zich achter hun oren krabben. Omschakelen willen ze heus wel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant