Het mestbeleid van landbouwminister Femke Wiersma (BBB) zaait grote verdeeldheid onder boeren. Varkens- en pluimveehouders vinden dat de minister hen laat opdraaien voor het mestprobleem van de melkveesector. Ze dreigen met rechtszaken als Wiersma’s wetsvoorstel dinsdag wordt aangenomen.
De Tweede Kamer stemt dinsdag over de nieuwe Meststoffenwet van Femke Wiersma. De BBB-minister legt daarin vast hoeveel dierlijke mest de Nederlandse melkvee-, varkens- en pluimveehouders volgend jaar maximaal mogen produceren. Dat maximum wordt uitgedrukt in miljoenen kilo’s fosfaat en stikstof per sector (het sectorplafond). Die maxima liggen in 2025 voor alle drie sectoren fors lager dan dit jaar, omdat de Europese Commissie het nationale mestproductieplafond met circa 10 procent heeft verlaagd. Dit is een strafmaatregel, omdat Nederland volgens Brussel te weinig doet om de waterkwaliteit te verbeteren.
Wiersma vindt dat de drie grootste veehouderijsectoren een evenredige bijdrage moeten leveren aan het wegwerken van het nationale mestoverschot. Ze wil elke sector daarom een korting opleggen naar rato van hun aandeel in de nationale mestproductie in 2024. Dat komt erop neer dat de varkenshouders volgend jaar 25 procent minder mest mogen produceren en de kippenboeren 17 procent, terwijl melkveehouders slechts 2 procent worden gekort.
Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.
Alles over politiek vindt u hier.
Hierin wijkt Wiersma af van het voorstel van haar ambtsvoorganger Piet Adema, die elke sector een korting van 10 procent wilde opleggen. Wiersma maakt een andere keuze, omdat het plan-Adema waarschijnlijk niet genoeg fosfaatreductie oplevert om onder het door Brussel vastgestelde nationale productieplafond te komen. In dat geval zullen de veehouders die hun sectorplafond overschrijden eind volgend jaar geconfronteerd worden met een gedwongen krimp van hun veestapel.
Het mestoverschot is echter het grootst in de melkveehouderij. Varkens- en pluimveehouders zitten al een aantal jaar onder hun sectorplafonds, maar Nederlandse melkkoeien overschrijden dit jaar waarschijnlijk al de fosfaatnorm. Voor melkveehouders is het gevaar van gedwongen krimp dus het grootst, als hun sectorplafond volgend jaar verder daalt. Wiersma wil zo’n generieke korting voor melkveehouders, het verkiezingsprogramma van BBB indachtig, koste wat kost vermijden. Omdat pluimvee- en varkenshouders dit jaar nog ‘ruimte’ hebben onder hun sectorplafond, doet de verlaging daar minder pijn, redeneert de minister.
De pluimvee- en varkensboeren zijn het daar op zijn zachtst gezegd niet mee eens. Zij vinden dat Wiersma hen laat bloeden voor het mestprobleem in de melkveehouderij. Boeren rijden namelijk vooral drijfmest van runderen op land uit, waarna de meststoffen uitspoelen naar sloten en rivieren. Dat uitrijden gebeurt met slechts 5 procent van de kippenmest en iets meer dan 10 procent van de varkensmest. Varkens- en pluimveehouders laten het overgrote deel van hun mest verwerken in biogasinstallaties of andere mestfabrieken. Dus hún mest draagt nauwelijks bij aan de watervervuiling die de Europese Commissie ertoe heeft gebracht Nederland sancties op te leggen.
De Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) verstuurde maandag een furieus persbericht, dat de BBB ervan beschuldigt de achterban te hebben verraden. ‘Met veel trots kwam de BBB naar Den Haag. Het ‘boerenverstand’ zou terugkeren naar de residentie. Maar met het mestdebat en de plannen van minister Wiersma lijkt het ‘boerenverstand’ ergens in Friesland (waar Wiersma vandaan komt, red.) te zijn achtergebleven’, schrijft voorzitter Bart-Jan Oplaat. ‘De BBB wil haar minister niet afvallen en steunt Wiersma’s desastreuze wetsvoorstel.’ De NVP verdenkt Wiersma ervan de melkveehouders te willen ontzien ten koste van de andere twee sectoren.
De branchevereniging van varkenshouders POV kwalificeerde Wiersma’s voorstel in eerdere mediaberichten als ‘bizar’ en ‘absurd’. Beide brancheorganisaties zeggen naar de rechter te stappen als het wetsvoorstel door Eerste en Tweede Kamer wordt aangenomen. ‘We moeten wel’, zegt Oplaat. ‘Anders vallen er volgend jaar honderden kippenbedrijven om.’
De varkens- en pluimveehouders vinden het ook oneerlijk dat hun dierrechten (het recht een bepaald aantal varkens, kippen of melkkoeien te houden) volgend jaar met respectievelijk 25 en 15 procent worden afgeroomd als zij die aan een ander verkopen. Voor melkkoeien is dat percentage hoger, namelijk 30 procent. Die afroming bij verkoop ziet Wiersma als een relatief pijnloze manier om het aantal landbouwdieren volgend jaar met enkele procenten extra te laten krimpen.
Maar ook die afroming lijkt, ondanks het lagere percentage, de pluimvee- en varkenssector veel harder te gaan raken dan de melkveehouderij. Dat komt doordat veel kippen- en varkenshouders niet genoeg dierrechten bezitten voor het aantal dieren dat ze op stal hebben. Zij huren (leasen) de benodigde dierrechten elk jaar opnieuw via een tussenhandelaar. Eind volgend jaar vindt bij al die huurtransacties afroming plaats.
De afromingsmaatregel is tijdelijk. De brancheverenigingen zijn daarom bang dat de eigenaren van dierrechten een verhuurstop instellen totdat de maatregel weer is ingetrokken. Of een veel hogere leaseprijs vragen ter compensatie van de afgeroomde dierrechten. In beide gevallen zullen veehouders die afhankelijk zijn van lease massaal over de kop gaan, zeggen de brancheverenigingen. In de melkveehouderij speelt dit probleem niet, omdat lease van dierrechten in die sector niet gebruikelijk is.
De Tweede Kamer lijkt het wetsvoorstel van Wiersma desondanks te zullen steunen, met een kleine tegemoetkoming aan de pluimvee- en varkenshouders. De ChristenUnie en de BBB hebben een amendement ingediend dat dinsdag zeer waarschijnlijk op een Kamermeerderheid kan rekenen. Daarin gaan de sectorplafonds voor varkens en pluimvee iets minder omlaag dan Wiersma van plan was, en wordt het afromingspercentage voor varkens 22 in plaats van 25 procent en dat voor kippen 13 in plaats van 15 procent.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant