De recente aanval van PVV-leider Geert Wilders op burgemeester Femke Halsema is het nieuwste voorbeeld in een lange reeks van intimidaties richting vrouwelijke politici. Wanneer rekent de samenleving hiermee af?
Haat en intimidatie beheersen steeds vaker het politieke debat. Dat werd vorige week opnieuw pijnlijk duidelijk bij de aanval door PVV-leider Geert Wilders op burgemeester Femke Halsema. ‘Het land uit met dat tuig en Halsema mag mee’, zo meldde hij op X over een demonstratie in Amsterdam tegen het geweld tegen Palestijnen. Later die dag vertelde Wilders aan de NOS dat Halsema ontslagen zou moeten worden: ‘Hoe eerder ze verdwijnt, hoe beter. Ik heb geen enkel respect voor haar’. Een persoonlijke aanval op Halsema’s integriteit en functioneren als burgemeester.
Het is niet de eerste keer dat Wilders haat uit jegens een politica: hij noemde Sigrid Kaag meermaals ‘heks’, uitte verdachtmakingen naar oud-Kamerleden Fonda Sahla en Kauthar Bouchallikht, die hij tevens uitschold als draagsters van een ‘kopvod’, en ook Dilan Yesilgöz en Sylvana Simons moesten er in het verleden aan geloven.
Dit gedrag van een van de meest zichtbare politici van Nederland vergroot het risico dat haat jegens vrouwelijke politici verder wordt genormaliseerd.
Over de auteurs
Devika Partiman is directeur bij stichting Stem op een Vrouw. Anna Bomhof is voorzitter van Rooie Vrouwen.
Dit opiniestuk is ondertekend door Alliantie Politica, CDA Vrouwen, Els Borst Netwerk (D66), FemNet (GroenLinks), Jonge Socialisten (PvdA jongeren), Nederlandse Vrouwen Raad, PerspectieF (ChristenUnie jongeren), Rooie Vrouwen (PvdA), Stichting Stem op een Vrouw, Vrouwen van Volt en WO=MEN Dutch Gender Platform.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ongeveer de helft van alle politici in Nederland ervaart agressie en geweld; 47 procent krijgt te maken met verbaal geweld en bijna een kwart wordt bedreigd of geïntimideerd, zo blijkt uit de Monitor Integriteit en Veiligheid (2022). Haat kan weliswaar iedere politicus overkomen, maar het komt structureel vaker voor bij bepaalde groepen mensen.
Ben je vrouw, van kleur, jong, dik, trans, lesbisch, homo, biseksueel, queer, moslim, of op een andere manier anders dan ‘de norm’? Dan is de kans op haat groter. Uit internationaal onderzoek blijkt dat het aantal vrouwelijke politici dat een vorm van geweld ervaart in haar carrière tussen de 80 en 95 procent ligt.
Ook vrouwelijke politici in Nederland hebben bewezen vaker last van agressie en geweld. Niet alleen online, maar bijvoorbeeld ook van politieke collega’s. Zo ervaart 20 procent van vrouwelijke politici ongewenst gedrag in de eigen organisatie. Hoe ziet dat eruit? Vrouwenhaat is vaker gericht op uiterlijk, er worden seksistische woorden gebruikt zoals ‘heks’, ‘hoer’ en ‘zeikwijf’, en het is soms seksueel grensoverschrijdend. Denk aan bedreiging in de vorm van het toewensen van verkrachting.
Het is dan ook niet moeilijk om haat te onderscheiden van kritiek. En helaas kan online haat, en haat die geuit wordt in offline verbale intimidatie, ook verschuiven naar fysieke intimidatie en geweld. Denk aan de groep mensen die met fakkels naar het huis van Sigrid Kaag ging, de mannen die verkleed als zwarte piet Sylvana Simons thuis opzochten en de intimiderende acties van Farmers Defence Force.
Haat jegens politici heeft verstrekkende gevolgen. Uit onderzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken en DeGoedeZaak uit 2023 blijkt dat het meemaken van haat ertoe kan leiden dat politici zich minder vaak uitspreken, van sociale media af gaan, minder zelfvertrouwen hebben en minder energie hebben. Het kan er zelfs toe leiden dat zij stoppen met hun functie.
Haat heeft bovendien een bredere impact: uit onderzoek van alliantie Politica uit 2023 blijkt dat vrouwen met politieke aspiraties worden afgeschrikt door het zien van online haat jegens vrouwelijke politici. Haat schaadt dus zowel de mogelijkheid van vrouwen om onder gelijke omstandigheden hun politieke werk te doen, als de vrije keuze om überhaupt politiek actief te worden.
Na de aanval door Wilders spraken vele burgemeesters zich uit in solidariteit met burgemeester Halsema. Onder meer Sharon Dijksma (Utrecht), Ahmed Marcouch (Arnhem), Hubert Bruls (Nijmegen) en Jan van Zanen (Den Haag) riepen het kabinet op om afstand van de uitspraken van Wilders te doen. Ze benadrukten daarbij dat een dergelijke aanval een gevaar vormt voor het democratische proces. Zo noemde Bruls de aanval ‘volstrekt ongepast en intimiderend’. Marcouch waarschuwde dat dergelijke uitspraken kunnen leiden tot radicalisering in de samenleving.
Dergelijke solidariteit en onderlinge steun ontvangen is belangrijk voor politici die ten prooi vallen aan haat. Het laat zien dat zij niet alleen staan, dat zij niet de enige zijn die staan voor een betere fatsoensnorm, en geeft een signaal aan politici als Wilders die deze grens keer op keer overschrijden.
Deze solidariteit geeft ook aan de rest van de samenleving het signaal dat haat niet normaal is. Willen wij de democratie beschermen en versterken, dan is het noodzakelijk om een einde te maken aan de normalisatie van haat en intimidatie in de politiek.
We roepen daarom de regering, politieke partijen en politici, de politie en het Openbaar Ministerie op om in actie te komen tegen online haat, en om de veiligheid van vrouwelijke politici en alle politieke ambtsdragers te waarborgen. Samen moeten we ervoor zorgen dat vrouwen niet monddood worden gemaakt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant