Home

De band, de hoeksteen van de popmuziek, is aan het verdwijnen. Wat is hier aan de hand?

Het magische popcollectief wordt bedreigd. Wat is hier aan de hand? De Volkskrant zet drie desastreuze ontwikkelingen op een rij.

Je ziet het gebeuren, maar wilt het niet weten. Omdat het zo pijnlijk is, en eigenlijk ongelooflijk. Maar het lijkt dus werkelijk waar te zijn. De band sterft uit.

Ja echt: de band. De bouwsteen van de popmuziek. De muzikale vriendenclub, die samen tot grootse dingen komt – of elkaar de hersens inslaat, waarna het weer goed komt. De band dus, het mythische popcollectief. The Beatles. The Rolling Stones. Die dreigt te verdwijnen. The Band. This is the end.

Over de auteur
Robert van Gijssel is muziekredacteur van de Volkskrant en schrijft over pop en de muziekindustrie. Hij schrijft ook over gamecultuur.

En door wie worden al die jongens en meisjes, die samen in een oefenruimte op een omgekeerd bierkrat zitten te componeren of te liedschrijven in een notitieblok, langzaam maar zeker naar de marges van de popmuziek gemanoeuvreerd? Door de soloartiest. Die einzelgänger die de eigen naam op die albumhoes wil zien, of solo de top van die afspeellijst wil beklimmen. Door Taylor Swift, Post Malone, Froukje en Billie Eilish.

Nu denkt u misschien: dit is niet waar, ik ken best veel bands. Dat dachten – en hoopten – wij ook. Tot vorige maand een rekensom voorbij kwam op sociale media, van iemand die het ook om zich heen zag gebeuren en er graag eens wat data bij wilde zien.

De Engelse schrijver, comedian en BBC-presentator Richard Osman was gaan tellen. In de eerste helft van de jaren tachtig stond 147 weken lang een band op nummer 1 van de Engelse hitlijsten. In de eerste helft van de jaren negentig ging het ook nog prima: 141 weken.

Maar dan: de eerste helft van dit decennium, de jaren twintig? Drie weken! Met dank aan The Beatles, die met hun nagelaten Now and Then in 2023 zo nodig ook nog een week op 1 moesten staan.

De cijfers zijn niet in beton gegoten. Op Instagram, waar een video van Osman over dit onderwerp werd gedeeld, kwam een discussie los over de vraag of bijvoorbeeld Take That wel een band kan worden genoemd. Terecht. Maar er blijkt hoe dan ook iets te verschuiven in vooral de hoogste regionen van de pop.

Het bewijsmateriaal ligt voor het oprapen. In de Nederlandse top 40 staan momenteel twee echte bands genoteerd: Coldplay en Linkin Park, relikwieën uit de jaren negentig. In de top 10 van mondiaal meest beluisterde tracks op Spotify staan uitsluitend soloartiesten: Sabrina Carpenter, Lady Gaga, Billie Eilish, Karol G, The Weeknd, Jimin, Chappell Roan, noem maar op. Aan de lijst met solonamen komt in de hele top 50 geen einde.

Kijk je naar de bezetting van bijvoorbeeld de Johan Cruijff Arena, de grootste concerthal van Nederland, dan zie je daar de afgelopen jaren bands uit een ver verleden (AC/DC, Metallica, The Rolling Stones) worstelen tussen heel veel soloartiesten van nu, de absolute sterren van dit poptijdperk (Taylor Swift, The Weeknd, Harry Styles). En op de hoofdpodia van de grote popfestivals, van oudsher het domein van de bandjes, rukken ook de solosterren op, van Dua Lipa tot Fred Again, Joost en Kendrick Lamar, de onvermijdelijke Froukje en S10, en wéér Billie Eilish.

Helemaal weg is de band natuurlijk niet. Integendeel: op de kleine poppodia, in oefenruimtes en tijdens altijd gezellige indiefestivalletjes zie je volop heerlijke nieuwe bandjes, van Tramhaus tot Gurriers en Library Card. En op de Tilburgse Rockacademie, het oudste popopleidingsinstituut van Nederland, dat deze week het 25-jarig jubileum viert, worden nog best veel bands aan elkaar gesmeed – ook al levert de academie ook steeds meer grote solo-namen af (Eefje de Visser, Duncan Laurence, Flemming, Danny Vera).

Maar er is duidelijk iets groots gaande. Onze geliefde bandjes worden bedreigd, en wel door drie belangrijke culturele en maatschappelijke ontwikkelingen.

1 - De muzikale smaak verandert

Natuurlijk behoorden de jaren zeventig, tachtig en negentig de bands toe. Want in die glorietijd domineerden de rock, de new wave en de grunge, als vaak hoekige muziekvorm met (soms) een boodschap en (meestal) een vrij basaal klankenpalet: drums, bas, gitaar, zang en vooruit: een keyboard. Zet ze bij elkaar in een garage en je hebt een band.

Joost van Haaren, bassist van het eerste uur bij de Nederlandse rockband Krezip, erkent dat het tijdperk waarin je opkomt kan bijdragen aan je succes. ‘Wij begonnen in de jaren negentig en onze liedjes werden snel opgepikt. Het was echt de tijd van de band, al kwam in die jaren ook voorzichtig de dance op.’ Krezip kon met een paar succesnummers constant op tournee en speelde een ongelooflijke zes keer op Pinkpop: zeker in die tijd het hoogst haalbare hoofdpodium voor een band. Van Haaren kan nog altijd leven van zijn muziekwerk.

Maar aanschouw je het huidige Nederlandse aanbod voor de grootste podia, ook op de festivals, dan zie je daar vooral pop en hiphop, van Froukje, S10, Frenna, Jonna Fraser en bijvoorbeeld Boef. En natuurlijk Goldband, dat eerder een drietal leuke soloartiesten is dan een klassiek bandje.

Echte Nederlandse bands die nog een Ziggo Dome met 17 duizend man voltrekken, zijn schaars: Di-Rect, de oude metalheads van Within Temptation en binnenkort ook Son Mieux. Rondé dringt aan, maar moet het eerst nog even doen in de Afas Live, voor vijfduizend fans.

De smaak is veranderd, onder invloed van het streamingtijdperk en de bijbehorende democratisering van de popmuziek. Niet alleen de betweterige muziekliefhebber bepaalt wat goed is en populair, maar iedereen met een al dan niet gratis Spotify-abonnement of de beschikking over YouTube (iedereen, dus).

Pop is de allesoverheersende muziekstijl geworden. En die wordt nu eenmaal vaker aangevoerd door sprankelende solomensen als Dua Lipa, Charli XCX, Sabrina Carpenter en Billie Eilish, dan door ouderwetse bandjes. En al die fijne popsterren staan nu doodleuk op de hoofdpodia van festivals, waar ze tien jaar geleden nog met eieren en tomaten af zouden zijn gekogeld, omdat pop niet werd getolereerd op stoere rockfestivals als Pinkpop.

Daarnaast rukten de afgelopen decennia ook de dance en de hiphop op. En dat zijn genres die gedijen bij het gedachtegoed van de solist, de stille knoppendraaier of de eenzame tekstschrijver, die in de hiphop vaak een persoonlijk verhaal te vertellen heeft. En juist die persoonlijke verhalen lijken het tegenwoordig goed te doen.

Volgens Chris Berendsen, een jonge singer-songwriter die het in zijn soloproject Simpleton graag alleen doet, moeten we wel rekening houden met een ander fenomeen, dat het beeld op de werkelijkheid misschien wat vertroebelt. ‘Er zijn nog steeds heel veel goede bands met een enorme achterban, die ongelooflijk veel succes hebben. Denk aan Arctic Monkeys of The Strokes. Ze maken vaak ‘sleeper hits’, nummers die niet direct bovenaan de top 10 komen, maar wel jarenlang héél veel worden gedraaid. Do I Wanna Know van Arctic Monkeys heeft volgens mij bijna twee miljard streams, dat is gigantisch. Je kunt succes niet altijd afmeten aan die ene nummer 1-hit.’

Dus onder de toplaag van dikke hits die in het oog springen, sluimert nog altijd een massief publiek voor degelijk – noem het ouderwets – bandjeswerk. Maar veelbetekenend is dat juist die oude bands tot vervelens toe als headliner opduiken op de festivals. Weer de Foo Fighters en weer de Red Hot Chili Peppers. Komt er eindelijk weer een stevige band als Fontaines D.C. opzetten, met eigenzinnig en vernieuwend werk, dan viert de hele muziekliefhebbersgemeenschap feest. En dat zegt ook iets. Iedereen houdt wel van bandjes. Maar heeft de industrie er nog wel geld voor over?

2 - Een band is niet meer te betalen

Een ernstig probleem dat steeds nijpender wordt, is namelijk het zorgwekkende financiële plaatje van de band. De muzieksector gaat momenteel gebukt onder ernstige inflatie en oplopende kosten voor ongeveer álles wat je als rondreizend gezelschap nodig hebt: vervoer, verblijf, energie, personeel.

Vorige week verscheen een dramatisch bericht van de band Will and The People op Instagram. De band schreef dat de tournee van de vriendenband noodgedwongen moet worden afgemaakt door zanger Will Rendle. Er was geen geld meer om een goede show neer te zetten, en voor het vervoer en verblijf van de rest van de bandleden. De hele financiële bandjesmisère in één hartverscheurende mededeling samengevat. ‘Geacht publiek: vanavond komt alleen Will op. Met zijn gitaar.’

Dit probleem duikt overal op. Willen kleinere bands groter worden, dan moeten ze veel spelen en het liefst ook een keer buiten de landsgrenzen, om zieltjes te winnen. Maar in zo’n tournee moeten alle bandleden dan zo’n beetje al hun persoonlijke spaargeld storten. Optreden kóst tegenwoordig geld.

En dat heeft een band vaak niet. Want kijk ook naar de berg apparatuur die in een oefenruimte staat opgesteld, voor een man of vijf. De versterkers. En elke week nieuwe snaren. Vergelijk die dure spullen dan met de eenzame laptop met Ableton Live-software, van die solo musicerende artiest. Of de rapper met zijn dj achter de knoppen van een mixertje. Of erger nog: de dj met zijn usb-stick, die ook nog een miljoen vangt voor een uurtje draaien op een dancefestival.

Afgelopen weekend kwam in het Verenigd Koninkrijk het schokkende nieuws naar buiten dat bands er dit jaar ongeveer de helft minder shows konden spelen dan voorheen. Er vallen gaten in het tourschema omdat er steeds minder plekken beschikbaar zijn, of het geld van de kleinere zalen op is.

The Guardian schreef al eerder dat er een dramatische ontwikkeling gaande is, van bands uit de werkende klasse – oftewel: met minder geld – die straks niet meer kunnen spelen. En dus niet meer kunnen bestaan. Waardoor de popmuziek een hobby dreigt te worden van de beter gesitueerde klasse en misschien ook wel van die welgestelde jongens en meisjes die al in hun slaapkamer beginnen te pielen met dure software: soloartiesten in wording. Niemand wil dit. En toch gebeurt het.

Zegt ook studieleider (en drummer) Hans van den Hurk van de jubilerende Tilburgse Rockacademie, die al 25 jaar popmusici opleidt en voorbereidt op een werkzaam leven. ‘Deze sector is gebaat bij een goede keten: van talentontwikkeling naar opleidingen, dan naar kleine plekken waar je kunt spelen, dan naar wat grotere plekken, enzovoorts. In die keten zijn de afgelopen jaren gaten gevallen. Vaak door wetten en regelgeving, waardoor een kroegje met een podium ineens geen livemuziek meer kan brengen, vanwege de geluidsoverlast. Of door geldzaken: omdat een bandje 800 euro kost en een kroeg die even niet heeft. Je kunt dan als uitgaanscafé ook een plaat wat harder zetten.’

Kleine bands kunnen hun opmars naar grotere podia en dus een breder publiek niet meer zelf financieren. En blijven daardoor klein, vaker dan voorheen.

3 - Een persoon verkoopt beter dan een band, dankzij Instagram.

Krezip-bassist Joost van Haaren is een bandmens. ‘Ik vind het geweldig om samen dingen te maken, een collectief te vormen en elkaar ook artistiek scherp te houden. En om de taken te verdelen: ook een belangrijk voordeel van het bandjesleven. De een is goed in het artwork, de ander organiseert de promo. Weer een ander ruimt de studio even op. Een band is een relatie. En daarin kun je de epische dingen die je hebt beleefd, die eerste show op Pinkpop bijvoorbeeld, altijd met elkaar delen. Herinneringen ophalen, als je weer samen in de bandbus zit.’

Singer-songwriter Chris Berendsen ziet ook wel die geneugten van de bandrelaties. Hij zat zelf ook weleens in een band. Maar vindt het nu, solo, ook fijn om zelf alles te kunnen beslissen; van artistieke koers tot geldzaken en de investeringen. ‘Ik heb de touwtjes in handen.’ Maar als hij muziek heeft gemaakt, vraagt hij andere musici of een producer om de noodzakelijke feedback. ‘Dat is eigenlijk net zo als in een bandje. Niemand doet het alleen.’

Volgens Hans van den Hurk van de Rockacademie is het verschil tussen solo en band ook minder groot dan het soms lijkt. ‘Veel mensen die in Tilburg studeren, willen toch graag met elkaar muziek maken. En soloartiesten als Froukje hebben ook veel mensen om zich heen om mee te sparren. En natuurlijk een band waarmee ze op tournee gaan.’

Het werkelijk grote verschil zit hem tegenwoordig vaak in de marketing. Het lijkt wel of in onze tijd niemand meer echt geïnteresseerd is in de verhalen over het bandjesleven. Over de onderlinge relaties. De oeverloze ruzies tussen de zanger en de gitarist. Want de sociale media hebben de rol van de ouderwetse popmedia overgenomen, van de popradio of het poptijdschrift. En de fancultuur van nu is veel meer gericht op het individu: het poppersonage dat in de etalage staat op het eigen en hoogstpersoonlijke Instagramaccount.

Fans volgen de dagelijkse humeurwisselingen van Ariana Grande, de mening van Beyoncé of de staat van de wenkbrauwen van Selena Gomez. Sociale media zijn dé marketingtools voor de solerende popster geworden. En daar steken de accounts van de bandjes bleek bij af.

Wat zet je als band op je Insta? Niet iets over je wenkbrauwen. Dat het leuk was in de Ziggo Dome te Amsterdam? En dat je nu op weg gaat naar Duitsland? Dat boeit toch minder. Joost van Haaren van Krezip: ‘Je moet als band echt overleggen wat je precies op je account gooit. Gaan we bijvoorbeeld de kinderen erbij betrekken, of liever niet? Dat is best ingewikkeld.’

Het bandjesverhaal is gewoon minder sexy geworden. Maar relaties tussen grote solosterren doen het uitstekend. Kijk naar de openlijk uitgevochten ruzies tussen Drake en Kendrick Lamar, of Taylor Swift en Katy Perry. Die scheldpartijen absorberen alle popaandacht en genereren miljoenen likes. En daardoor waarschijnlijk ook weer nieuwe hits, vanwege die altijd maar groeiende fanmassa.

Er is hoop

Hans van den Hurk, Joost van Haaren en Chris Berendsen denken geen van allen dat het einde van de band nabij is. ‘De pop gaat in golfbewegingen’, zegt Van Haaren. ‘In de jaren tachtig kwamen tussen de grote bands ook de nieuwe, iconische solosterren op, van Michael Jackson tot Whitney Houston.’ Dat klopt, en ze werden toch weer gevolgd door een toevloed aan grunge- en Britpopbands.

Volgens Van den Hurk komt er vast weer een tegenbeweging. ‘Wat als AI blijft oprukken in de muziek? Ik kan me voorstellen dat daar een reactie op gaat komen. Dat mensen door dat soort ontwikkelingen juist weer bij elkaar willen komen. Weer samen dingen willen doen.’

En dan dus toch maar weer in dat bandje kruipen. Desnoods zonder geld. Of hits.

Jubileum Rockacademie

De Fontys Rockacademie in Tilburg bestaat deze maand 25 jaar. De hbo-opleiding voor popmuziek is de oudste van het land en dat wordt dinsdag gevierd met een concert in de Tilburgse popzaal 013 en een symposium over de toekomst van de popmuziek. Bij de show in 013 spelen bekende oud-studenten van de Rockacademie als Eefje de Visser en Joël Domingos. Maar ook het opkomende, nog niet afgestudeerde talent beklimt het podium. Zie: 013.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next