Home

Belastingdienst begint hersteloperatie: honderdduizenden Nederlanders kunnen belasting op vermogen terugkrijgen

Vanaf dinsdag verstuurt de Belastingdienst informatiebrieven naar honderdduizenden Nederlanders die vanaf 2017 mogelijk te veel belasting hebben betaald over hun vermogen. Zij krijgen dat geld op zijn vroegst in 2026 terug.

Wat is er ook alweer mis met de belasting op vermogen?

De informatiecampagne van de Belastingdienst die deze week begint vloeit voort uit een aantal vonnissen van de Hoge Raad. Het eerste dateert van 24 december 2021 en staat bekend als het ‘kerstarrest’. De hoogste rechtbank oordeelde toen dat de Nederlandse belasting op particulier vermogen (de box 3-belasting of spaar- en beleggingstaks) strijdig was met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het Europese mensenrechtenverdrag.

Vanaf 2017 ging de Belastingdienst er voetstoots vanuit dat particulieren die box 3-belasting betalen minstens 33 procent van hun vermogen beleggen – bijvoorbeeld in aandelen of vastgoed – en maximaal 67 procent op een bankrekening aanhouden. Volgens de toen geldende box 3-logica beleggen burgers relatief meer en sparen ze minder naarmate hun vermogen hoger is.

De Belastingdienst veronderstelde daarbij dat box 3-miljonairs (mensen met minstens 1 miljoen euro belastbaar vermogen) hun hele vermogen beleggen en geen euro op een spaarrekening hebben staan. Omdat beleggingen gemiddeld veel meer opleveren dan spaargeld, ging de Belastingdienst er ook nog van uit dat iedereen die vermogensrendementsheffing betaalt jaarlijks minstens 2 procent rendement maakt op zijn vermogen.

De werkelijkheid is vaak anders. Meer dan een miljoen vermogende Nederlanders hebben tien- tot honderdduizenden euro’s op bankrekeningen geparkeerd. Die spaartegoeden brachten in de jaren 2017-2022 veel minder rente op dan de Belastingdienst aannam. De gemiddelde spaarrente lag net boven de 0 procent. Spaarders moesten daardoor meer belasting over hun vermogen afdragen dan ze eraan verdienden.

Een echtpaar met een paar ton spaargeld stapte naar de rechter om dit aan te vechten, met het argument dat deze wijze van belastingheffing neerkomt op onteigening. De Hoge Raad gaf hun daarin gelijk en vond dat het paar recht had op restitutie van de te veel geïnde belasting.

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Alles over politiek vindt u hier.

Welke gevolgen had het kerstarrest?

De Hoge Raad had de box 3-belasting (vermogensrendementsheffing) in één klap onwettig verklaard. Het kabinet moest op stel en sprong een andere manier bedenken om particulier vermogen te belasten. Het kerstarrest bezorgde de overheid een fikse financiële tegenvaller, omdat vermogenden voortaan minder belasting zouden betalen dan voorzien. Een groot aantal kon op grond van het arrest bovendien een gedeeltelijke teruggave eisen over de al afgesloten belastingjaren 2017 tot en met 2020.

Ten tijde van het kerstarrest was toenmalig staatssecretaris van Fiscale Zaken, Marnix van Rij (CDA), al bezig met het ontwerpen van een ‘eerlijker’ box 3-belasting op basis van het werkelijke vermogensrendement. Het is een oude wens van de Tweede Kamer om Nederlanders te belasten voor inkomsten uit vermogen die ze daadwerkelijk hebben genoten, in plaats van uit te gaan van een onnauwkeurige schatting.

Maar het ontwerpen van een preciezere vermogensbelasting is ingewikkeld en tijdrovend. Van Rij moest dus een tijdelijke box 3-belasting bedenken ter overbrugging van de periode tot de invoering van een belasting op werkelijk vermogensrendement. De beoogde invoerdatum is sinds het kerstarrest al meerdere malen verschoven. Volgens de huidige planning is dat 1 januari 2027, maar de laatste signalen wijzen op nog meer vertraging.

De overbruggingsregeling, die van kracht is vanaf het belastingjaar 2021, kent twee belastingtarieven: een laag tarief op banktegoeden en een hoger tarief op beleggingen. Beide tarieven worden jaarlijks bijgesteld op basis van de actuele ontwikkeling van de spaarrente en de beleggingsrendementen.

Daarmee had Van Rij het box 3-probleem dus getackeld?

Dat had hij gedacht. Fiscaal juristen wezen er meteen op dat de belasting op spaargeld nu weliswaar het werkelijke rendement benaderde, maar dat sommige beleggers nog steeds een veel te hoge belastingaanslag krijgen. Aandelen kunnen immers ook in koers dalen, waardoor de eigenaar verlies lijdt. Het jaarrendement op een effectenportefeuille kan van persoon tot persoon sterk verschillen. Bovendien betalen vastgoedbeleggers en effectenbezitters hetzelfde belastingtarief, terwijl de waardestijging van onroerend goed meestal anders is dan de koersbewegingen op de effectenbeurzen.

Met andere woorden: de noodoplossing van Van Rij was ‘juridisch kwetsbaar’, zoals dat heet. De staatssecretaris was zich daarvan bewust, maar kon geen kant op. De Belastingdienst is vanwege capaciteitsproblemen namelijk niet in staat op korte termijn een fijnmazige belasting op vermogen te implementeren.

Het was dus een kwestie van tijd voordat een vermogende belegger ook de overbruggingsregeling in de rechtbank zou aanvechten. Meerdere beleggers die zich ook door de tijdelijke box 3-taks gedupeerd voelen, deden dat inderdaad. In juni 2024 stelde de Hoge Raad ook deze bezwaarmakers in het gelijk, op dezelfde gronden als in het kerstarrest.

Dus ook de tijdelijke box 3-belasting kan de prullenbak in?

Gedeeltelijk, ja. De Hoge Raad vindt het aangepaste belastingtarief op spaargeld namelijk wél fair. Maar het beleggingstarief dus niet. Daarom moet de Belastingdienst vermogende beleggers alsnog de kans geven om verlaging van hun aanslag te vragen. Dat geldt ook voor degenen die spaargeld én beleggingen hebben. De bewijslast ligt in dit geval bij de belastingplichtige. Beleggers moeten zelf om verlaging van hun aanslag vragen, het initiatief ligt niet bij de Belastingdienst.

Het kerstarrest kostte de schatkist bijna 4 miljard euro aan misgelopen spaartaks. De juni-arresten verhogen de belastingtegenvaller met nog eens 10 miljard euro. Potentieel moet de Belastingdienst volgend jaar ongeveer 2,7 miljoen belastingaanslagen herberekenen voor meer dan een half miljoen beleggende Nederlanders.

Hoe kom ik erachter of ik tot die groep behoor?

Cruciaal hierbij is de vijfjaarstermijn. Vijf jaar na afloop van een belastingjaar wordt de belastingaanslag over dat jaar onherroepelijk. De arresten van de Hoge Raad veranderen daar niets aan. Dat betekent dat spaarders en beleggers die vinden dat ze in 2017 en 2018 te veel hebben betaald sowieso achter het net vissen, tenzij ze al eerder bezwaar hebben aangetekend én ze hun definitieve aanslag pas ná het kerstarrest ontvingen.

Wie aanspraak wil maken op belastingvermindering over 2019 en 2020, maakt alleen kans als de definitieve belastingaanslag na 21 december 2021 is opgelegd. Wie de aanslag eerder heeft gekregen kan geen beroep doen op het kerstarrest, omdat dit niet geldt met terugwerkende kracht. De circa 38 duizend Nederlanders die aan deze voorwaarde voldoen voor het belastingjaar 2019, moeten even opletten. Zij moeten vóór eind dit jaar een verzoek tot ‘ambtshalve vermindering’ van hun aanslag indienen, anders vervalt hun recht op compensatie vanwege het verlopen van de vijfjaarstermijn.

Over het belastingjaar 2021 en de jaren erna kunnen álle beleggers die box 3-belasting betalen om verlaging van de aanslag vragen.

Hoe dien ik een aanvraag voor belastingvermindering in?

De Belastingdienst verstuurt tussen aanstaande dinsdag en 6 november een informatiebrief aan de doelgroep. Daarin wordt het allemaal uitgelegd, maar het komt erop neer dat u volgend jaar een speciaal ontworpen formulier moet invullen. Volgens de huidige planning zet de Belastingdienst dit formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) in juni 2025 online.

Met dit OWR-formulier kunt u opgeven wat het werkelijke rendement op uw effecten, vastgoed of andere beleggingen is geweest in de jaren waarvoor de Belastingdienst u een te hoge aanslag heeft opgelegd. U moet dit werkelijk rendement kunnen onderbouwen als de Belastingdienst daarom vraagt, bijvoorbeeld met een beleggingsoverzicht van uw bank of een taxatierapport. Als uw werkelijk rendement hoger was dan het fictieve rendement waar de Belastingdienst mee rekende, hoeft u niet bij te betalen. Dan heeft u mazzel en laat u het OWR-formulier gewoon links liggen.

Volgens de voorlopige planning (vertraging is mogelijk) stelt de Belastingdienst eind volgend jaar de definitieve, herberekende aanslagen van alle OWR-bezwaarmakers vast. Degenen die al te veel hebben betaald, bijvoorbeeld naar aanleiding van een voorlopige aanslag, krijgen in de lente van 2026 (alweer: dit is een voorlopige planning) een bedrag teruggestort.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next