Home

Waar Unifil normaal de rust in Zuid-Libanon moet bewaren, biedt het nu ‘de internationale ogen ter plekke’

Militairen van de VN-vredesmacht Unifil werden deze week beschoten door het Israëlische leger. Waarom zijn deze ‘blauwhelmen’ al sinds 1978 in Zuid-Libanon gestationeerd? En blijven ze daar nu Israël een grondoffensief is begonnen?

De kritiek op Israël kwam deze week van alle kanten. Drie dagen achter elkaar beschoot Israël posities van Unifil, de VN-vredesmacht die al 46 jaar in Zuid-Libanon is gestationeerd. Vijf soldaten raakten daarbij gewond. Israël zegt dat het ongelukken waren. Hezbollahstrijders die vlakbij de VN-posities zaten zouden het eigenlijke doelwit zijn geweest. Om herhaling te voorkomen, waarschuwde het leger, moesten de vredestroepen zich verplaatsen.

Israël wekte daarmee opnieuw de woede van de Verenigde Naties, met wie het toch al op ramkoers ligt. ‘Iedere opzettelijke aanval op vredestroepen is een grove schending van het internationaal humanitair recht’, zei secretaris-generaal António Guterres. Hij benadrukte dat de VN-Veiligheidsraad Unifil het mandaat heeft gegeven om in Zuid-Libanon te zijn. Met andere woorden: de vredesmacht gaat geen kant op. Hun werk is te belangrijk, zeker nu.

Over de auteur
Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.

Want waar Unifil normaal vooral in Zuid-Libanon is om de rust te bewaren, documenteert het nu wat er tijdens het Israëlische grondoffensief gebeurt, zegt Vanessa Newby, assistant-professor aan de Universiteit Leiden, die onderzoek deed naar de vredesmacht. ‘Unifil-soldaten zijn nu de internationale ogen ter plekke. Hun aanwezigheid is nodig om achteraf iemand verantwoordelijk te kunnen houden voor eventuele excessen, en om de burgers zo veel mogelijk te beschermen.’

Blauwe Linie

Unifil werd in 1978 opgericht na de eerste Israëlische invasie van Libanon. Daarmee probeerde Israël een einde te maken aan de aanhoudende aanslagen van de Palestijnse bevrijdingsbeweging PLO, die destijds vanuit Zuid-Libanon opereerde. In Libanon was op dat moment een burgeroorlog gaande. En ook toen al kon de zwakke Libanese staat weinig beginnen tegen de Israëlische aanval. Het vroeg de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties om hulp.

Het United Nations Interim Force in Lebanon (Unifil) kreeg drie taken van de VN. Het moest erop toezien dat Israël zich terugtrok uit Zuid-Libanon. Het moest vrede en veiligheid herstellen. En tot slot hielp Unifil de Libanese autoriteiten om weer grip te krijgen op de regio. Nederland was die eerste jaren actief in Unifil. Van 1979 tot 1985 waren in totaal negenduizend Nederlandse blauwhelmen in Zuid-Libanon gestationeerd.

Unifils werkgebied loopt van de Litani-rivier tot aan de Blauwe Linie. De laatste is een ‘terugtrekkingslijn’ die de facto geldt als de grens tussen Libanon en Israël. Officieel is de grens tussen die twee landen nooit vastgesteld.

Wapenleveranties

Al 44 jaar is het dus Unifils taak om in rustige tijden te zorgen dat het rustig blijft in Zuid-Libanon. ‘Dat doet het door veel te patrouilleren’, zegt Newby. ‘De soldaten controleren bijvoorbeeld veel voertuigen om wapenleveranties te onderscheppen.’

Daarnaast probeert Unifil te voorkomen dat mensen per ongeluk de onzichtbare Blauwe Linie oversteken, daarvoor plaatst het leger bijvoorbeeld grote blauwe tonnen. En tot slot biedt het leger allerlei vormen van hulp aan de inwoners, zegt Newby. ‘De soldaten leggen bijvoorbeeld straatverlichting aan in dorpen, maar geven ook taal- of computerles.’

Elk jaar stemt de Veiligheidsraad opnieuw over Unifils mandaat. In 2006, nadat Israël met Hezbollah in oorlog raakte en opnieuw Libanon binnenviel, voerde de VN de grootste verandering door. Met resolutie 1701 vergrootte de Veiligheidsraad de maximumcapaciteit van de troepenmacht van vier- naar vijftienduizend soldaten.

Op dit moment zijn tienduizend blauwhelmen gestationeerd in Libanon, uit vijftig landen. Indonesië, India en Ghana leveren de meeste soldaten. Nederland levert nu nog maar één Unifil-blauwhelm, een genderadviseur.

Soldaten neergeschoten

Het jongste Israëlische grondoffensief, dat twee weken geleden begon, heeft veel van Unifils normale werk onmogelijk gemaakt. Patrouilleren is vanwege de vele bombardementen bijvoorbeeld te gevaarlijk. Daarom zitten de meeste soldaten op dit moment in bunkers.

Toch speelt Unifil volgens Newby nog wel een cruciale rol, zowel op het gebied van monitoring als hulpverlening. Dat deed het ook bij de eerdere Israëlische invasies in 1982, 1993, 1996 en in 2006. ‘In 2006 hielpen de soldaten de burgerbevolking door dingen als brandstof en schoon drinkwater uit te delen, en ze hielpen bij evacuaties. Sommige dorpen hebben bijvoorbeeld maar één toegangsweg en als die net is gebombardeerd, kunnen mensen er niet uit. Unifil helpt dan.’

Net als nu, vielen bij de eerdere Israëlische invallen in Libanon ook slachtoffers bij Unifil. Zo kwamen in 2006 vier blauwhelmen om het leven bij een bombardement van het Israëlische leger. ‘Die aanval vond toch plaats, ook al had het Unifil-hoofdkwartier meerdere keren gewaarschuwd dat er ongewapende soldaten op die positie zaten.’

Ondanks die bekende veiligheidsrisico’s heeft Unifil zich in al die 46 jaar nooit teruggetrokken. ‘We zijn hier omdat de Veiligheidsraad ons dat heeft gevraagd’, zei een woordvoerder afgelopen week, na de beschietingen. ‘Dus we blijven totdat het onmogelijk voor ons wordt om te opereren.’ Newby verwacht niet dat dit moment snel komt. ‘Ook al zijn ze nu niet volledig inzetbaar, hun aanwezigheid is beter dan niets.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next