Home

Voor PVV-ministers liggen de politiek assistenten niet voor het oprapen

Ministers leunen sinds jaar en dag op hun politiek assistenten. In het kabinet-Schoof hebben PVV-bewindspersonen moeite om geschikte talenten te vinden voor die ‘hondenbaan’. Dat lijkt onderdeel van een breder probleem voor de partij van Geert Wilders.

Marjolein Faber wil er niet te zwaar aan tillen. De minister van Asiel en Migratie moet het al weken stellen zonder politiek assistent – in de Haagse binnenwereld steevast p.a. genoemd – maar volgens de PVV-bewindsvrouw is dat geen onoverkomelijk probleem. ‘Gelukkig beheers ik zelf ook het politieke handwerk’, zei ze afgelopen vrijdag. ‘Ik zit al dertien jaar in de politiek.’

Toch is niet iedereen onder de indruk van Fabers politieke handwerk. Zo informeerde de PVV-bewindsvrouw onlangs provinciale bestuurders verkeerd over haar intenties om op korte termijn de Spreidingswet in te trekken. ‘Vermoeidheid’, gaf de solo opererende Faber als oorzaak.

Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.

Alles over politiek vindt u hier.

Ook de afstemming binnen het kabinet verloopt nog allerminst soepel. Normaal hebben p.a.’s van de betrokken bewindspersonen veelvuldig contact over eventuele hoofdpijndossiers, maar Faber heeft niemand die kan dienen als haar ogen en oren. Ook Kamerleden worden amper bijgepraat over de plannen, terwijl dat juist iets is wat de p.a. voor zijn of haar rekening neemt.

Nergens te bekennen

Formeel heeft Faber wel een assistent. Al op 12 juli is de benoeming van die ‘politiek adviseur’, zoals de functie in de officiële stukken heeft, ‘ter kennisneming’ door de ministerraad gegaan, net als de benoeming van alle andere p.a.’s. Alleen is de assistent van Faber – een voormalige medewerker uit het Europees Parlement – nergens te bekennen. De Telegraaf meldde vorige week dat hij nog niet door de screening van de inlichtingendiensten is gekomen. Faber zelf wil er niks over zeggen.

Bij vicepremier Fleur Agema is de p.a. alweer vertrokken. Net als Faber doet ook de minister van Volksgezondheid (VWS) er laconiek over – ‘ik heb alweer een invaller, dus alles komt goed’ – maar in PVV-kringen is het nieuws met verbazing ontvangen. De p.a. van Agema was een ervaren senior beleidsmedewerker uit de fractie die bij uitstek geschikt leek om de vicepremier te assisteren.

Het p.a.-schap is een veeleisende functie die opoffering vraagt, zeggen ervaringsdeskundigen. Het werk gebeurt bijna volledig in de luwte en houdt nooit op. ‘Een hondenbaan’, aldus een ex-assistent.

Mini-ministers

De p.a.’s zijn meestal afkomstig uit de fracties of de ambtenarij. Hun belangrijkste taak is om de wereld van de Tweede Kamer te verbinden met die van het ministerie. De assistent legt het voorgenomen beleid in de week bij Kamerleden, kijkt wat er mogelijk is en inventariseert de wensen van de fracties. Daarnaast overleggen de p.a.’s geregeld met elkaar over de plannen op hun ministerie. Niet voor niets worden ze licht spottend ‘mini-ministers’ genoemd.

Het verklaart ook waarom ambitieuze types afkomen op de baan: het is de ideale leerschool in de Haagse binnenwereld. Een p.a. doet achter de schermen kennis op van zowel de ambtenarij als de Tweede Kamer. Bestuurderspartijen kunnen daar later weer gebruik van maken: tal van ex-p.a.’s zijn uiteindelijk zelf Kamerlid of zelfs minister geworden, zoals Sophie Hermans en Hugo de Jonge, tegenwoordig commissaris van de Koning in Zeeland.

PVV-leider Geert Wilders, die premier zegt te willen worden, kan in theorie de huidige regeerperiode gebruiken om nieuw bestuurlijk talent te ontwikkelen, maar dat proces verloopt moeizaam. De PVV-ministers Reinette Klever (Buitenlandse Handel) en Barry Madlener (Infrastructuur) hebben jonge ambtenaren als p.a. aangetrokken. Maar Dirk Beljaarts, die namens de PVV minister is van Economische Zaken, leunt op een VVD’er als assistent en de PVV-ministers Faber en Agema zijn dus zoekende.

Dat past in een patroon. De PVV slaagt er ook al jaren niet in om voldoende medewerkers aan te trekken voor de fractie, terwijl ambitieuze nieuwkomers zich daar juist kunnen ontwikkelen. Veel p.a.’s zijn binnen de fractie opgeleid.

Geld teruggestort

Terwijl andere onervaren partijen, zoals BBB en NSC, er via hun ledenbestand wel in slagen om talentvolle jongeren aan te trekken voor de fractie, stokt dat proces bij de grootste partij in de Tweede Kamer. Zo krijgt de PVV al jaren het geld niet uitgegeven dat beschikbaar is voor de ondersteuning van de fractie. De reserves van de partij hebben inmiddels het maximum van 5 miljoen euro gebruikt, blijkt uit het laatst beschikbare jaarverslag. Van de ruim 4,5 miljoen euro die de PVV in 2022 kreeg ter ondersteuning van de fractie, werd ruim 1,7 miljoen niet gespendeerd. Vanwege de uitpuilende reserves moest dat geld door de PVV worden teruggestort naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het is niet duidelijk hoe Wilders zijn bestuurlijke ambities wil waarmaken – hij zegt nog steeds premier te willen worden – terwijl hij moeite heeft om een ruime poule van capabele mensen om zich heen te verzamelen, waaruit bijvoorbeeld p.a.’s geselecteerd kunnen worden.

Het grootste verschil met andere partijen is de afwezigheid van een ledenbestand, maar voor zover bekend is de PVV-leider niet van plan om zijn partij te hervormen. Als enig lid beslist alleen Wilders over de organisatie van de PVV.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next