Home

‘Ga je nu elke keer als een van je dochters jarig is klagen hoe snel de tijd gaat?’

Ding-dong, de bel gaat. Even kijken wie het is. Deur op een kiertje.
‘Nee, oprotten.’
‘Ja maar…’
‘Nee Vadertje Tijd, wegwezen. Oprotten. Echt, ik meen het.’
‘Maar…’
‘Met je baard en je puntmuts’
‘Ik heb geen paard’
‘Ik zei baard. En nu weg. Weg!’
‘Ik kan niet zomaar weg, ik ben er altijd.’
‘Weet ik, toch moet je weg.’
‘Ik heb een cadeautje voor je jongste dochter, die jarig is.’

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

‘Wat dan?’
‘Ja, beetje lastig uit te leggen, maar het heeft te maken met sociaalpsychologische ontwikkeling, maar ook met fysiologische ontwikkeling.’
‘Dat lijkt me nou typisch het werk van Moedertje Natuur.’
‘We werken samen.’
‘Goed. Maar, correct me if I’m wrong, het cadeau is dus dat haar tanden los gaan zitten en ze steeds bijdehanter wordt tegen haar ouders?
‘...’
‘Nou?’
‘Ja oké, het is niet echt een abonnement op Paardenpraat of zo. Maar hier heeft ze meer aan.’
‘Het gaat me eigenlijk helemaal niet om cadeaus. Het gaat me erom dat de tijd te snel gaat. En jij gaat over de tijd, want jij bent Vadertje Tijd. Tadertje Vijd.’
‘Ga je nu elke keer als een van je dochters jarig is, klagen hoe snel de tijd gaat?’
‘...’
‘Nou?’
‘Misschien wel.’
‘Doe je ding. Maar misschien moet je je niet zoveel met mij bezighouden, maar met je dochter.’

Die komt nu naar beneden. Haar tengere lijfje rekt zich uit, haar benen worden langer, haar gezicht verandert. Ze is 7 geworden, maar in mijn hoofd nog 4. We mogen niet zingen voor haar, want dat vindt ze stom. Wel doet ze een oranje papieren kroontje op en eet ze de mierzoete prinsessentaart die ze zelf heeft uitgekozen.

Haar cadeau staat in de woonkamer. Het is een fiets, maar die blijkt veel te groot voor haar te zijn. Ze weet haar teleurstelling goed, maar niet helemaal te verbergen. Tijdens het ontbijt speur ik Marktplaats af naar een andere fiets. Die vind ik en haal ik op terwijl zij op school haar traktaties uitdeelt. ’s Middags fietsen we samen een rondje. Ik fiets voorop en als ik omkijk zie ik concentratie, glundering en trots. ’s Avonds eten we bij de pizzeria. Binnen een half uur zijn de borden leeg en afgehaald. ‘Dan wil ik nu afronden’, zegt ze.

Ze is groter, maar nog niet zo groot dat ze haar eigen billen kan afvegen. ‘Ik ben klaar!’, roept ze als ze gepoept heeft. ‘Je bent nu 7’, zeg ik, ‘is het nu niet tijd dat je je eigen billen gaat afvegen?’ Ze trekt haar broek omhoog en wast haar handen. ‘Als ik 19 ben’, antwoordt ze. Doe ik het voor.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next