Een van de meest verlaten straten van Jeruzalem is de Via Dolorosa in de oude stad, een netwerk van trappensteegjes waar Jezus de kruisgang maakte. Voor 7 oktober 2023 verdrongen christelijke pelgrims en toeristen zich hier massaal langs goedkope souvenirwinkels, al dan niet biddend in gesloten gelid.
Sinds de oorlog zijn de menigtes verdwenen. De Via Dolorosa is nu een verstilde aaneenschakeling van gesloten stalen winkeldeuren in pastelblauw, groen, geel. Je kunt je eigen voetstappen horen. De weinige ondernemers die hun zaak nog openen, hopen op ‘druppels’ aan klandizie, verzucht de eigenaar van Mufti Cafe (‘the best coffee in the old city of Jerusalem’). ‘Ik ben er zo moe van.’
De eindhalte van de Via Dolorosa, de Heilig Grafkerk uit de 12de eeuw, gebouwd op de plaats waar Jezus zou zijn gekruisigd, begraven en weer opgestaan, blijft soms gesloten. Is de kerk open, dan heb je ’m bijna voor jezelf. Niet dat hier veel te zien valt. De kerk, een curieus samenraapsel van kapelletjes die zijn samengesteld door ruziënde christelijke fracties, wordt verbouwd. Pas op dat je niet uitglijdt over de loopplaten.
In de uitgestorven straat, tussen het vijfde station van de kruisgang (waar Simon van Cyrene werd aangewezen om Jezus’ kruis te dragen) en het zesde station (waar Berenice Jezus een doek aanreikte om zijn gezicht te deppen) heeft de antiekzaak van Khader Baidoun nog enige aanloop.
Baidoun, een 72-jarige Palestijn, gaat je voor in een schemerige ruimte vol aardewerk. Olievaatjes van vóór Christus onderscheidt hij zonder moeite. ‘Dit is uit de tijd van Abraham, deze uit de tijd van Mozes en dan hebben we hier David’, zegt hij met een stalen gezicht. Een olievaatje uit de tijd van Abraham kost zo’n 650 dollar. David is geschikt voor de kleinere beurs, ‘want moderner’.
Komt een Amerikaan binnen in khaki, werkzaam ‘bij de ambassade’, hij zoekt olieschaaltjes ‘uit de tijd van Jezus’. De winkel hangt vol dankbrieven van buitenlandse kopers. De president van een christelijk seminarie te Dallas beschrijft hoe hij tegen ‘realistische en eerlijke prijzen’ bijbelse artefacten over de oceaan liet verschepen.
Aan de muur hangt een foto van een jongere Baidoun naast een man met een zwart ooglapje: Moshe Dayan, generaal, later minister van Defensie tijdens onder meer de Zesdaagse Oorlog in 1967. Een Israëlische legercommandant die bijbelse oudheden inslaat bij een Palestijnse antiquair, dit is een Jeruzalem dat niet meer bestaat.
In zijn autobiografie Living with the Bible schrijft Dayan hoe hij van Baidoun de ‘kroon van David’ kocht. ‘Hoe en waar hij die vandaan had, heb ik nooit gevraagd.’ Dayan was een amateurarcheoloog die niet terugschrok voor plundering, maar dat vindt Baidoun te kort door de bocht. Alleen mensen zonder kennis van zaken beschuldigen hem daarvan. ‘Hij was een echte verzamelaar.’
Als je hem vraagt waar hij zelf zijn oudheden vandaan haalt, vertelt hij dat hij veel stukken erfde van zijn vader, die de winkel opende in 1927. Dan begint hij over iets anders. Dayan was bekwamer dan zijn hedendaagse opvolgers, stelt hij. ‘De oorlog van 1967 duurde nog geen week. Dit duurt nu al een jaar.’
Buitenlandse toeristen zouden meer verantwoordelijkheid moeten tonen. Je verschuilen achter een rood reisadvies, daarmee maak je de problemen in het Midden-Oosten alleen maar groter, want dan dringen westerse overheden onvoldoende aan op een staakt-het-vuren.
‘Toeristen moeten terugkomen naar het Heilige Land. Dan stopt deze oorlog vanzelf. Zonen van Abraham moeten niet zo bang zijn.’
Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant