Home

Ook centrum Beiroet is nu Israëlisch doelwit: ‘Als ze één man willen uitschakelen, kunnen ze dat toch doen met een precisieaanval?’

Wat een Israëlisch doelwit is en wat niet, wordt met de dag onduidelijker. Israël bombardeert steeds vaker ook centrale wijken in Beiroet, met opnieuw burgerdoden tot gevolg. Zoals de familie van Mohammed Nazzal: net gevlucht uit Zuid-Libanon, gedood tijdens het avondeten in de Libanese hoofdstad.

Uit een smalle straat in Beiroet klinkt het gerinkel van glas. Mohammad Nazzal (38) staat bij een witte Honda waarvan de voor- en achterruit volledig aan diggelen zijn. Met een bezem veegt hij de scherven bij elkaar. De auto is niet van hem, maar van zijn oom. De 51-jarige kwam donderdagavond om het leven bij een dubbele Israëlische luchtaanval, samen met zijn vrouw en hun drie jongste kinderen en drie andere familieleden. ‘Dat is nou Israël’, zegt Nazzal met hoorbaar sarcasme. ‘Een echte democratie.’

De woede in de volkswijk Basta al-Fawqa is groot, nu de Israëlische bommen steeds dieper in Beiroet inslaan. Ging het de eerste maanden nog vooral om de zuidelijke buitenwijken, gedomineerd door de militante beweging Hezbollah, nu zijn steeds vaker ook andere wijken het doelwit – veel dichter bij het centrum van de Libanese hoofdstad. In totaal vielen donderdag 22 doden en zeker 117 gewonden. Alle doden waren burgers, oordeelden de Libanese autoriteiten.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.

Israël had het naar eigen zeggen gemunt op Wafic Safa, een hoge Hezbollah-functionaris die in eigen land vaak intimidatiecampagnes op touw zette tegen politieke tegenstanders, maar die internationaal vaak een cruciale rol speelde tijdens onderhandelingen. De groepering haastte zich te zeggen dat hij het overleefd had, maar volgens sommige Arabische media verkeert hij in kritieke conditie.

Begrafenis

Nazzal vertelt over zijn familieleden. Ze kwamen uit Zuid-Libanon, en waren anderhalve week eerder naar Beiroet gevlucht, hopend dat ze hier veilig zouden zijn. Ze werden gedood tijdens het avondeten. De jongste dode was de 4 jaar oude Fatima. ‘Ik heb ze gisteren begraven’, zegt Nazzal. Hij kreeg toestemming van het Libanese leger om de acht gezinsleden in hun geboortedorp Srifa te begraven, zo’n twintig kilometer van de grens met Israël. Tijdens de begrafenis sloeg opnieuw een Israëlische bom in. ‘Vierhonderd meter verderop’, bromt Nazzal.

Wat een doelwit is en wat niet, wordt met de dag moeilijker te peilen. Woensdag doodde Israël vijf Libanese reddingswerkers bij een voltreffer op hun centrum in het zuidelijke grensgebied van het land. De dagen erna schoten Israëlische tanks op wachttorens van VN-organisatie UNIFIL, met vijf gewonden tot gevolg. Zondagochtend volgde een aanval op het Libanese Rode Kruis, duidelijk herkenbaar aan hun ambulances. In een jaar oorlog zijn aan Libanese kant meer dan honderd ambulancemedewerkers en reddingswerkers gedood.

Met name de aanvallen op VN-blauwhelmen leidden internationaal tot kritiek. De Amerikaanse president Biden vroeg het Israëlische leger ermee te stoppen. Niettemin laat de ervaring in Gaza (met bombardementen op onder meer VN-organisatie UNRWA) zien dat Israël zich zelden iets aantrekt van de publieke opinie. Straffeloosheid is de norm. Een Israëlische legerwoordvoerder verklaarde vrijdag dat iedere wagen een doelwit kan zijn, ambulances incluis, omdat die ‘strijders en wapens’ zouden vervoeren. Bewijzen daarvoor leverde hij niet.

Autokarkassen

Verderop in de wijk is de impact van de bombardementen goed te zien. Libanezen kennen Basta al-Fawqa als een stadsdeel waar je naartoe gaat om te shoppen voor meubels of antiek. Nu is de lucht er zwanger van het gruis. Twee flats zijn met de grond gelijk gemaakt, karkassen van auto’s als strooigoed neergesmakt. ‘Waar zijn de terroristen? Waar zijn de raketten?’, vraagt Ahmad Lahham (24) retorisch. ‘Als Israël één man wilde uitschakelen, hadden ze dat toch met een precisieaanval kunnen doen?’

Van de twee flats stond er één helemaal leeg, zegt Lahham in navolging van andere wijkbewoners. Ze voelden zich hier veilig, de wijk is gemengd soennitisch-sjiitisch. Ter vergelijking: tijdens de laatste grote oorlog tussen Israël en Hezbollah, in 2006, bleef dit deel van de stad gespaard. De sjiitische groepering Amal maakt er de dienst uit en niet het (eveneens sjiitische) Hezbollah.

Dat ditzelfde Hezbollah in deze buurt wel een kantoortje had, is onder kenners van de beweging bekend. Maar of dat hier was, is onduidelijk. Tussen de brokstukken van de flats heeft iemand een gele vlag geplant – de kleur van de groepering – met daarop een bekende leus: ‘We laten ons niet vernederen.’

Glasscherven

Lahham is hier om zijn nichtjes te helpen. Ze woonden zeven hoog, pal naast het getroffen pand. Het huis is in één klap onbewoonbaar. De nichtjes logeren nu bij familie in de bergen. Tegen de kou zijn ze vandaag wat kleren komen halen. Omdat de lift stuk is, laten ze hun koffers zakken met een touw. ‘Op!’, roept Lahham, ten teken dat ze het touw omhoog mogen trekken.

Als ze even later naar buiten komen, ogen de nichtjes lacherig, alsof ze nog niet kunnen beseffen wat er is gebeurd. Eentje maakt een selfie tussen het puin. ‘Mijn ouders zaten te eten toen de klap kwam’, zegt één van de nichtjes, de 20-jarige Iman Abduljalil, aarzelend. ‘Ineens lag hun bord vol glasscherven. Ik kan er met mijn hoofd niet bij.’

Bij anderen heeft de ontreddering plaatsgemaakt voor vastberadenheid. ‘Wij zijn sjiieten. Wij zullen nooit ophouden met strijden’, zegt Mohammad Nazzal bij de witte Honda van de omgekomen familie. Begrijp hem niet verkeerd, hij is geen Hezbollah-man en slechts een simpele medewerker van postorderbedrijf DHL. Maar strijden hoeft wat hem betreft niet met wapens. Dat kan ook door je rug recht te houden. ‘Zolang Israël bestaat, zal er altijd oorlog zijn.’ Het is, kortom, nog lang niet voorbij voor Libanon. Dit is pas het begin.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next