Europese regels tegen ontbossing worden met een jaar uitgesteld. Handelspartners hadden scherpe kritiek geuit, en dat was niet voor het eerst bij Europese milieuwetgeving. Moet Brussel zijn groene ambities mondiaal niet beter leren verkopen?
Niels Waarlo is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.
‘Bestraffend.’ ‘Eenzijdig opgelegd.’ Het waren harde woorden waarmee Brazilië vorige maand uithaalde naar de nieuwe Europese regels tegen ontbossing.
De maatregelen kunnen Braziliaanse bedrijven tot een groot administratief karwei dwingen. Boeren die bijvoorbeeld koffie, cacao, palmolie of soja aan Europa willen leveren, moeten hun gps-locatie vastleggen. Zo kunnen Europese bedrijven met satellietbeelden aantonen dat hier geen ontbossing heeft plaatsgevonden. Tussenhandelaren moeten bijhouden waar ze hun goederen vandaan hebben. Dat gaat al snel om duizenden plantages.
Over de auteur
Niels Waarlo is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over duurzaamheid, de circulaire economie en de hightechsector.
Dit kan Brazilië economisch schaden, schreef de regering in een gepeperde brief aan de Europese Commissie. De EU zou geen oog hebben voor hoe het land zelf ontbossing al probeert aan te pakken. Vandaar het verzoek aan de Commissie om de regels op zijn minst uit te stellen en ‘haar aanpak dringend te herzien’. De handelsrelaties stonden op het spel.
De Braziliaanse regering lijkt zijn zin te krijgen. Vorige week stelde de Europese Commissie voor om de regels tegen ontbossing niet vanaf eind dit jaar in te voeren, maar een jaar later. Lang niet alleen onder Braziliaanse druk, overigens. Naast een groot aantal Europese bedrijven waren onder meer Indonesië, Maleisië, de Verenigde Staten en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) niet te spreken over de ontbossingsregels en de spoedige ingangsdatum ervan.
Dreigt Brussel de verhoudingen met de rest van de wereld te schaden met zijn goede groene bedoelingen?
Het is niet voor het eerst dat een Europese milieu- of klimaatmaatregel wereldwijd opschudding veroorzaakt. Neem de CO2-grensheffing die de EU in 2026 invoert. Europese bedrijven moeten op dit moment betalen voor hun CO2-uitstoot, maar hun concurrenten buiten de EU veelal niet.
Om dat recht te trekken, komt er een importheffing op goederen als staal, ijzer en cement waarvan de hoogte vergelijkbaar is met de Europese CO2-prijs. Dit voorkomt oneerlijke concurrentie en zorgt ervoor dat de uitstoot van broeikasgassen in Europa ook is ingeprijsd als de grondstoffen van buiten de EU komen, is het idee.
Maar ontwikkelingslanden vinden de heffing onrechtvaardig, zei het hoofd van de WTO, Ngozi Okonjo-Iweala, onlangs in een interview met de Britse zakenkrant Financial Times. Zeker omdat ze zelf relatief weinig broeikasgassen hebben uitgestoten. ‘Ze zien het, of dat nou terecht is of niet, als een protectionistisch mechanisme.’ India heeft al gedreigd met een klacht bij de WTO.
Slechtere betrekkingen met de rest van de wereld zijn een serieus risico, zegt Louise van Schaik, expert klimaatpolitiek bij Instituut Clingendael. Beschuldigingen van ‘klimaatkolonialisme’ kunnen volgens haar Europa’s positie in de wereld ondermijnen.
Niet dat ze de maatregelen op zichzelf slecht vindt. Jarenlang heeft de Europese Unie geprobeerd om met handelsverdragen afspraken te maken over het oplossen van milieuproblemen als ontbossing, schetst ze. Zonder veel succes. ‘Dus ik begrijp ook wel dat de EU in dit stadium kiest voor eenzijdige maatregelen tegen ontbossing. Daar zijn in kritische landen trouwens ook genoeg partijen blij mee, zoals milieuorganisaties.’
‘Ik ben fan van die wetten omdat we invloed kunnen uitoefenen op uitstoot, vervuiling en ontbossing elders op de wereld waar wij zelf voor verantwoordelijk zijn’, aldus Chahim. ‘Het gaat erom dat ónze producenten worden aangesproken op hun bijdrage aan ontbossing.’
Er zal altijd wrevel ontstaan over eenzijdig opgelegde maatregelen die andere landen direct raken, zegt Van Schaik. Maar de schade beperken, kan wel. Volgens haar heeft Brussel te weinig oog voor de diplomatieke kant van de zaak. ‘In de EU heerst een expertcultuur, gericht op de technische uitvoerbaarheid van beleid. De diplomatieke cultuur is onderontwikkeld.’
Brussel zou andere landen eerder moeten betrekken bij wetgeving die hen raakt en stevige delegaties moeten sturen als bijvoorbeeld Indonesië of India een top over duurzaamheid organiseren, vindt de onderzoeker. Openheid over het eigenbelang is daarbij cruciaal. ‘De CO2-heffing is ook bedoeld om onze eigen bedrijven te helpen vergroenen zodat Europa minder afhankelijk wordt van anderen voor energie. We hebben zelf immers weinig fossiele brandstoffen. Wees daar ook eerlijk over.’
Natuurlijk wil de EU zich niet bemoeien met Braziliaanse wetgeving, zegt Mohammed Chahim, Europarlementariër van de PvdA en hoofdonderhandelaar bij de totstandkoming van de CO2-grensheffing. Europa moet ‘oppassen dat we niet het morele vingertje heffen’, vindt hij. Maar volgens hem is daar geen sprake van: de wetten gaan puur over de Europese markt en wat daar binnenkomt, benadrukt hij.
Altijd zullen belanghebbenden kritiek hebben op nieuwe duurzaamheidswetgeving, zegt de volksvertegenwoordiger. ‘Vervolgens laten bedrijven zien dat het kan en dan denken mensen: waarom hebben we dit niet eerder ingevoerd?’ Hij noemt ontwerpeisen waardoor stofzuigers veel energiezuiniger werden, zonder slechter te zuigen.
De EU moet zijn ‘rug recht houden’, zegt hij. Hij vreest dat conservatieve politici hun kans schoon zien om de maatregelen tegen ontbossing af te zwakken, nu ze zijn uitgesteld.
Niet dat Brussel doof moet zijn voor kritiek van handelspartners. ‘Dit soort ingewikkelde wetten gaan altijd gepaard met kinderziektes. Vaak wordt dat aangegrepen door lobbyisten om de regels af te zwakken, daar ben ik beducht voor. Maar als er serieuze bezwaren zijn die niet zomaar weg te argumenteren zijn, dan moeten we dat natuurlijk meenemen.’
Chahim kan dan ook enig begrip opbrengen voor het uitstel van de ontbossingswet, omdat de Europese Commissie bijzonder laat was met het delen van nadere instructies. Vorige week – drie maanden voordat de regels eigenlijk hadden moeten ingaan – werden die pas gepubliceerd. Het was het belangrijkste kritiekpunt waarmee het bedrijfsleven en handelspartners uitstel wisten af te dwingen.
De Commissie had deze instructies veel eerder klaar moeten hebben, zegt Christina Toenshoff, die Europese milieupolitiek onderzoekt aan de Universiteit Leiden. Juist het tijdig delen van informatie is belangrijk om handelspartners binnenboord te houden. Ze vindt het zonde dat het zo is gelopen: de anti-ontbossingswetgeving is volgens haar ‘baanbrekend’.
Wel ziet zij risico’s, met name voor kleine boeren. Handelaren zouden zich meer tot grotere plantages kunnen wenden, omdat zij makkelijker te traceren zijn en grote partijen meer middelen hebben om zich voor te bereiden. De Europese Commissie zegt zich bewust te zijn van dit gevaar. Ze stuurt onder meer geld en organiseert workshops om kleine boeren te helpen. Of het genoeg is, is op dit moment moeilijk in te schatten, volgens Toenshoff.
Ook over de gevolgen van de CO2-grensheffing klinken zorgen. Lage- en middeninkomenslanden dreigen disproportioneel zwaar geraakt te worden, volgens Duits onderzoek, vorig jaar gepubliceerd in vakblad Nature Communications Earth & Environment. Het gaat onder meer om landen in Noord- en Sub-Sahara-Afrika die sterk afhankelijk zijn van export aan de EU. In VN-verband is juist afgesproken dat deze landen steun moeten krijgen bij hun energietransitie, wijzen de onderzoekers. Zij stellen voor om de opbrengsten van de koolstofheffing terug te geven voor vergroeningsprojecten.
‘Europa staat er in het mondiale Zuiden al niet zo goed op’, zegt Louise van Schaik. ‘Tijdens de coronapandemie hielden we de vaccins voor onszelf, op veel plekken ligt de westerse steun aan Israël niet goed. Je moet niet uitsluiten dat landen in het mondiale Zuiden op gegeven moment zeggen: dan verkopen we onze producten wel ergens anders.’
Maar pakt Europa het goed aan, dan kan het met zijn maatregelen juist veel betekenen voor de aanpak van klimaatverandering, aldus Van Schaik. Omdat het zo’n grote markt is, is het zeer invloedrijk. Er wordt zelfs gesproken van een ‘Brussel-effect’: legt de EU strengere regels op, dan kan dat wereldwijd tot veranderingen leiden.
Potentieel geldt dit ook voor de CO2-invoerheffing, omdat landen die zelf de broeikasgasuitstoot van hun staal of cement gaan beprijzen, geen heffing aan Europa hoeven te betalen. Van Schaik: ‘Diplomatie werkt met wortels en stokken. De CO2-grensheffing is zo’n stok. Dat kan werken, maar leg het niet op zonder het gesprek goed aan te gaan. Andere landen pikken Europese arrogantie niet meer.’
Het succes van de stofzuiger
Puur om indruk te maken op consumenten, voerden fabrikanten het vermogen van stofzuigers steeds verder op. Voor de zuigkracht maakte het weinig uit, de stofzuigers verspilden vooral steeds meer energie. Europese regels maakten hier in 2014 een einde aan met een maximumvermogen. Gevolg, volgens het laatste evaluatierapport van de Europese Commissie: een jaarlijkse energiebesparing van 14 terawattuur in de EU. Dat is veel: de opbrengst van alle Nederlandse zonnepanelen was vorig jaar 20 terawattuur. De echte besparing is nog groter, zegt Christina Toenshoff (Universiteit Leiden): omdat fabrikanten niet voor elke markt een ander product willen maken, worden ze elders op de wereld ook zuiniger.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant