Als geestelijk verzorger helpt Mustafa Bulut artsen en verpleegkundigen om culturele verschillen met patiënten te overbruggen, en dat is hard nodig: de Nederlandse directheid leidt vaak (onbedoeld) tot boosheid en escalaties.
Een oudere Turks-Nederlandse man wordt het ziekenhuis binnengebracht met een herseninfarct. Al snel zien de artsen dat hij niet meer bij bewustzijn zal komen. Ze vertellen de familie dat ze de behandeling gaan staken. De kinderen reageren ontzet: als zij daarmee akkoord gaan, zeggen ze dan dat hun vader mag sterven? Maar het is toch alleen de Almachtige die dat bepaalt?
Een Nederlands-Somalische jonge vader heeft uitgezaaide longkanker, maar hij weigert morfine. Zijn raspende ademhaling galmt over de afdeling, de verpleegkundigen kunnen zijn lijden niet meer aanzien, dit is toch geen goede zorg?
Over de auteur
Ellen de Visser is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over medische ontwikkelingen en nieuwe geneesmiddelen
Geestelijk verzorger Mustafa Bulut maakte beide zaken van nabij mee. Hij heeft begrip voor de dilemma’s van artsen en verpleegkundigen, maar snapt ook de overtuigingen van de patiënten en hun familie. Hij beschouwt het als zijn missie om die twee werelden bij elkaar te brengen.
Die verbinding vindt hij in cultuursensitieve zorg, die rekening houdt met de achtergrond van patiënten. Bulut schreef twee landelijke richtlijnen over cultuursensitiviteit, een onderwerp dat vooral sinds de coronapandemie volop aandacht krijgt. Ineens kregen alle ziekenhuizen te maken met een toestroom van ernstig zieke patiënten uit andere culturen. ‘Ze zaten vaak met de handen in het haar’, zegt Bulut. En dan belden ze hem.
‘Brandjesblusser’, noemen anderen hem soms, omdat hij vaak de angel uit een sluimerend conflict kan halen. Zorgverleners zijn echt van goede wil, zegt hij, en toch gaat het regelmatig onbedoeld verkeerd, met irritatie, klachten, second opinions en soms zelfs repatriëring en rechtszaken tot gevolg.
Bulut groeide op in het Brabantse Veghel. Hij volgde de eerste imamopleiding in Amsterdam en specialiseerde zich in islamitische geestelijke zorg. Sinds zes jaar werkt hij in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg, waar artsen uit het hele land hem weten te vinden voor advies.
Over zijn ervaringen schreef hij het boek Wilt u weten wat u heeft?, dat deze week verschijnt. Het staat vol met adviezen om cultuurverschillen in de zorg te overbruggen. Hij ziet om zich heen dat artsen daar langzaam vaardiger in worden. ‘Als je weet hoe het moet, is het werk zo leuk’, zegt hij enthousiast, via een videoverbinding vanuit huis. Hij houdt een pleidooi voor ‘omfloerste boodschappen’. Zijn advies aan zorgverleners: ‘Maak wat zwaar is licht.’
Hoe maken artsen de boodschap dan zwaar?
‘Vergeleken met hun collega’s in andere landen zijn Nederlandse artsen heel direct. Hier kan een slechtnieuwsgesprek als volgt beginnen: ‘U heeft longkanker stadium 4, we kunnen niets meer voor u doen.’ Dat directe taalgebruik kan leiden tot onbegrip en boosheid, patiënten met een andere culturele achtergrond willen vaak niet alles weten. Nederlandse patiënten trouwens ook niet altijd.’
Maar daarmee geef je ze toch valse hoop?
‘Een arts zei me eens: eerlijkheid is in alle landen hetzelfde, maar wel volgens een andere definitie. De patiënt heeft recht op duidelijkheid, maar wij hebben ook de plicht om te vragen: wilt u weten wat u heeft? Ik ben net terug van een werkbezoek aan een ziekenhuis in Istanbul. Daar zei een arts me: wij brengen het slechte nieuws, maar we ontnemen de patiënt nooit zijn hoop.’
‘Ik pleit echt niet voor het bagatelliseren van de boodschap. Ook niet voor eindeloos doorbehandelen. Het gaat erom dat je patiënten niet het gevoel geeft dat ze zijn afgeschreven. Dan geef je geen hoop, maar gun je hoop.’
Hoe doe je dat als zorgverlener?
‘Vermijd bijvoorbeeld een woord als uitbehandeld, maar zeg in plaats daarvan dat je er alles aan zult doen om goed voor de patiënt te zorgen. Benoem de dood niet, maar zeg dat de situatie ernstig is. Dat is voor patiënten duidelijk genoeg. Als ze meer willen weten, vragen ze dat wel.
‘Ik begeleid nu een Turkse patiënt die op de poli te horen heeft gekregen dat hij kanker heeft. Hij is daar zo neerslachtig van geworden dat hij niet meer is teruggekomen. De afdeling belde mij met de vraag of ik met hem in gesprek kon gaan, maar hij wil niks meer. Dat kan het gevolg zijn van een te directe boodschap.’
Je zou ook kunnen zeggen: in een Nederlands ziekenhuis wordt zorg gegeven volgens de Nederlandse standaard.
‘Gedraag je, dat bedoel je toch? Praat Nederlands, kijk me in de ogen, schud me de hand, want zo doen wij dat hier. Als we ons zo blijven opstellen, groeien we uit elkaar, en dat heeft grote gevolgen. Dan missen we de dialoog met de patiënt en juist dat contact is essentieel voor goede zorg.
‘Cultuursensitieve zorg is geen extraatje, het is dé oplossing voor de toekomst. Als er in Nederland mensen wonen uit ruim tweehonderd culturen, dan kun je patiënten niet één maatstaf opleggen. In de grote steden heeft een derde van de 65-plussers een migratieachtergrond, ziekenhuizen zullen steeds vaker met die groep te maken krijgen. Er zijn artsen en verpleegkundigen die vinden dat alles op hun manier moet. Ik kom ze soms tegen en dan wens ik ze altijd succes. Ik weet gewoon dat ze het moeilijk gaan krijgen, maar ik wil ze ook de tijd gunnen om te wennen aan deze aanpak.’
Begrijpt u dat zorgverleners zich aangesproken voelen als ze horen dat ze zich anders zouden moeten gedragen?
‘Ja natuurlijk, zorgmedewerkers doen allemaal enorm hun best voor een ander. Toch zien we situaties ontsporen en dat leidt tot boosheid en verdriet bij de familie én bij mijn collega’s. Daar maak ik me zorgen over. Hoe meer energie die escalaties kosten, hoe minder het zorgpersoneel voor zichzelf overhoudt.
‘De afgelopen jaren hebben families een paar keer een rechtszaak aangespannen omdat artsen de behandeling van hun dierbare wilden staken. In de zaken die ik ken, hadden de specialisten medisch gezien gelijk, maar de situatie was geëscaleerd. Een rechtszaak kan zorgpersoneel jaren aan tijd en energie kosten. Doe dat jezelf niet aan. Met een cultuursensitieve aanpak help je niet alleen de patiënt en de familie, je helpt ook jezelf.’
Zijn de conflicten die u schetst in uw boek altijd het gevolg van een gebrek aan cultuursensitieve zorg? U heeft het soms ook over de beveiliging die moet worden ingeschakeld.
‘Wij veroorzaken met onze directheid soms onbewust boosheid en escalaties. Als artsen zeggen dat ze niets meer voor een patiënt kunnen doen, dan reageren familieleden daar soms zeer emotioneel op. Omdat ze het idee krijgen dat hun dierbare in de steek wordt gelaten. Dat komt ook voor bij families zonder migratieachtergrond.
‘We zien inderdaad ook gewoon vervelende families, maar dat staat los van hun culturele achtergrond. Bij agressie trek ik een grens.’
Migrantenkinderen van de tweede en derde generatie zijn opgegroeid met de Nederlandse directheid. Is cultuursensitieve zorg over een tijdje niet meer nodig?
‘Ik ben hier geboren, maar ik krijg af en toe nog te horen: wat spreek je goed Nederlands. Daar glimlach ik dan maar om, maar het zijn uitspraken die maken dat ik me anders blijf voelen. Taalkundig is mijn generatie heel sterk, ik ben Turk maar ook hartstikke Hollands. Maar wie ziek wordt, zoekt houvast. Ook ik val dan terug op de basis, op mijn familie, mijn opvoeding. Ook voor de jongere generatie blijft cultuursensitiviteit belangrijk.’
Hoe vertel ik het familie Yilmaz? Zo heet de korte educatieve film die Bulut met zijn collega’s heeft gemaakt en die inmiddels door tal van ziekenhuizen wordt gebruikt. Aan het begin van de film zien we hoe de hele familie zich naar het ziekenhuis spoedt, waar vader Yilmaz is opgenomen. De kamer stroomt vol, de verpleegkundige trekt zich, zichtbaar ongemakkelijk, snel terug.
Bij families met een migratieachtergrond, schrijft Bulut in zijn boek, is de betrokkenheid van kinderen en kleinkinderen vaak groot. Hun ouders of grootouders hebben ooit het vaderland verlaten om de familie te helpen. Als zij ziek worden, wil de familie iets terugdoen, en wel onmiddellijk. Dat verklaart de grote bezoekersaantallen en al die bezoekers kunnen in hun bezorgdheid emotioneel zijn. Dat kan, beseft hij, intimiderend aanvoelen.
Zoek onmiddellijk de leider van de familie, adviseert hij: de oudste zoon of dochter of de oudste broer of zus. Bespreek met hen de regels van het ziekenhuis en maak afspraken.
Met dat soort tips hoopt Bulut zijn collega’s te helpen, zodat ze hem in de toekomst steeds minder nodig hebben als brandjesblusser. Bij jonge artsen en verpleegkundigen merkt hij een groeiende interesse voor cultuursensitieve zorg en dat stemt hem hoopvol.
Als geestelijk verzorger steunt hij ook zijn collega’s in het ziekenhuis, benadrukt hij. Als de vragen, de problemen of het verdriet te groot worden, organiseert hij een moreel beraad, een bijeenkomst waar met het hele team een ethisch dilemma wordt besproken.
Hij herinnert zich de bijeenkomst over de Nederlands-Somalische man met longkanker die pijnbestrijding weigerde. Zijn lijden raakte de artsen en de verpleegkundigen, merkte Bulut, en het hielp dat hij daar samen met hen over kon praten. Gelovigen willen meestal helder blijven en bij bewustzijn terugkeren naar de Heer, legde hij uit. Hoezeer dat ook indruist tegen ‘het Nederlandse zorgverlenershart’, de wens van de patiënt moet worden gerespecteerd. Zo staat dat immers in de wet.
Heeft cultuursensitiviteit meestal betrekking op moslimpatiënten?
‘Bij cultuurverschillen gaat het vaak over moslims, alsof dat de lastigste doelgroep is. Maar ook christenen kunnen er moeite mee hebben dat een behandeling wordt gestaakt. En er zijn ook genoeg Nederlandse patiënten die de directheid van artsen niet zo waarderen. Ik sprak een hartpatiënt die op de spoedeisende hulp was binnengebracht en een van de eerste vragen was: wilt u, indien nodig, gereanimeerd worden? Die man zat daar dagen later nog mee, die reanimatievraag was behoorlijk binnengekomen. Hij was toch gekomen om geholpen te worden?
‘Cultuursensitiviteit gaat over het overbruggen van verschillen, daar help je echt iedereen mee. Laatst was ik in een ziekenhuis in Vlaanderen en daar vroeg ik de verpleegkundigen welke patiënt, met welke culturele achtergrond, zij het lastigste vonden. Hun antwoord: de Nederlandse patiënt, die is zo direct.’
Mustafa Bulut: Wilt u weten wat u heeft? – Een geestelijk verzorger over omgaan met cultuurverschillen in de zorg. De Arbeiderspers; 208 pagina’s; € 21,99. Verschijnt op 15 oktober.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant