In een chaotische wereld verlangen veel mensen naar orde en geborgenheid. Het populisme van Wilders en Orbán heeft een lekker simpel antwoord: de saamhorigheid van ‘het volk’. Een levensgevaarlijke illusie.
Hoewel de Eerste Kamer zich deze week tegen de asielnoodwet keerde, lijkt premier Dick Schoof vastbesloten het theaterstuk van de PVV tot de laatste akte op te voeren. Evenals PVV-leider Geert Wilders en minister van Asiel en Migratie Marjolein Faber weet hij best dat het omzeilen van het parlement via de noodwet juridisch onhoudbaar is.
Dat maakt niet uit: de PVV laat haar aanhangers zien dat zij ‘vecht’ tegen migratie, terwijl haar tegenstanders straks de schuld krijgen van de mislukking. De PVV zal zeggen dat zij weer eens wordt gedwarsboomd door de oppositie die lak heeft aan de ‘wil van het volk’, het ‘tuig’ van de media of een ‘D66-rechter’ die de wet tegenhoudt.
Over de auteur
Peter Giesen is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk.
En passant wilde Wilders de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema het land uitsturen omdat ze het grondwettelijk recht op demonstreren respecteerde. ‘Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de heer Wilders alleen demonstraties wil toestaan waar hij het mee eens is’, reageerde Halsema in de talkshow Eva.
De aanval van de PVV op de rechtsstaat lijkt de kiezer niet te deren. In de laatste peiling van Ipsos I&O blijft de PVV met 41 zetels veruit de grootste partij, 4 meer dan bij de Kamerverkiezingen van 2023.
Critici zijn geschokt door de achteloze manier waarop de PVV met de rechtsstaat omspringt en de tamme, handenwringende reactie van premier Schoof en de coalitiepartners, vooral die van NSC, dat opgericht is om de rechtsstaat te verdedigen. Ze zijn bang voor Wilders of geloven niet dat een ferme verdediging van de rechtsstaat veel zetels oplevert.
Maar wie aan de rechtsstaat begint te tornen, opent de deur naar willekeur, naar het wegvallen van rechtsbescherming en uiteindelijk naar een autoritaire staat waarin minderheden en critici van de regering worden onderdrukt. ‘Het is belangrijk PVV-leider Geert Wilders te beoordelen vanuit het oogpunt van wat hij wil bereiken. Dat is niet ingewikkeld. Hij kopieert vrij letterlijk het draaiboek van de Hongaarse leider, Viktor Orbán’, schreef John Morijn, hoogleraar recht en politiek in de internationale betrekkingen, onlangs in NRC. Volgens een onderzoek in opdracht van de Nederlandse Orde van Advocaten is het regeerprogramma op negen punten in strijd met de rechtsstaat.
De rechtsstaat is een essentieel onderdeel van de liberale – of constitutionele – democratie. Die bestaat uit twee elementen die op gespannen voet met elkaar staan. Het democratisch element bepaalt dat de meeste stemmen gelden. Maar het constitutionele element garandeert elke burger individuele grondrechten, ook als hij tot een minderheid behoort of heel anders denkt dan de zittende macht. Zo mag hij demonstreren, ook al vertolkt hij standpunten die de regering walgelijk vindt.
In een liberale democratie wordt de macht aan banden gelegd door het recht, en door onafhankelijke controlerende instanties, zoals de rechterlijke macht, de vrije media of de universiteiten. Het populisme probeert dit liberale element uit te schakelen. ‘De wil van het volk’ – gedefinieerd door de populisten zelf – moet allesbepalend zijn. De minderheid heeft zich maar te voegen naar de meerderheid.
In de 18de en 19de eeuw werd al volop nagedacht over de spanning tussen democratie en individuele rechten. De Franse liberaal Alexis de Tocqueville geloofde dat de opkomst van de democratie onafwendbaar was, maar waarschuwde voor een ‘tirannie van de meerderheid’, die ten koste zou gaan van de individuele vrijheid. Ook de Britse liberaal John Stuart Mill was bang voor de massa. Opgezweept door demagogische leiders zou zij de rechten van het individu vertrappen, vreesde hij. Om dat te voorkomen wilde hij het kiesrecht afhankelijk maken van opleiding en inkomen.
Zeker naar hedendaagse maatstaven is dat een elitair en ondemocratisch idee (hoewel het tegenwoordig aan menige borreltafel wordt geventileerd). Liberalen werd dan ook verweten dat zij slechts de sociale positie van de elite wilden verdedigen, tegenover een volk dat zijn rechten opeiste. Toch werden de zorgen van De Tocqueville en Mill in de 20ste eeuw bewaarheid. De massa volgde demagogen van links en rechts, die in naam van ‘het volk’ de rechten van het individu op een gruwelijke manier vermorzelden.
De Tweede Wereldoorlog leidde tot een sterke herwaardering van het liberale of constitutionele element in de democratie. Tijdens de bezetting hadden burgers de willekeur van een dictatoriale macht ondervonden. Meer dan ooit geloofden zij dat een sterke rechtsstaat essentieel was voor de bescherming van burgers tegen mogelijk machtsmisbruik door de staat. Het bevrijde Nederland moest alles zijn wat nazi-Duitsland niet was.
Deze gedachte werd gedragen door de dominante politieke stromingen van die tijd, de sociaaldemocratie, de christendemocratie en het liberalisme. Zij werd nog eens versterkt door de Koude Oorlog. Achter het IJzeren Gordijn waren de mensen overgeleverd aan de almacht van een communistische partij die altijd gelijk had. Bij ons, in het Vrije Westen, werden we beschermd door een rechtsstaat die de macht aan duidelijke regels bond, zoals een onafhankelijke rechtspraak en vrijheid van meningsuiting.
Die naoorlogse wereld is verdwenen. De herinnering aan WO2 is vervaagd, de Koude Oorlog is voorbij, de oude volkspartijen hebben hun greep op de kiezer verloren. In een gefragmenteerde en chaotische wereld verlangen veel mensen naar orde en geborgenheid. Het populisme biedt een nieuw verhaal: de saamhorigheid van ‘het volk’.
De PVV en andere radicaal-rechtse partijen in Europa zijn ver verwijderd van een absolute meerderheid. Toch pretenderen ze namens ‘het volk’ te spreken door een authentiek volk – de ‘echte’ Nederlanders, Fransen of Duitsers – te plaatsen tegenover minderheden en een verraderlijke, kosmopolitische elite.
Deze retorische truc maakt burgers vatbaar voor de autoritaire verleiding, schreef het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in januari in een studie over de publieke opinie en de rechtsstaat. Als burgers geloven in één ‘volk’ dat het eens is over bepaalde maatregelen – minder migratie bijvoorbeeld – ‘kan dat mede verklaren waarom een deel van de bevolking openstaat voor een sterke leider die oppositie, parlement, rechter of wet zo nodig op een zijspoor zet’, aldus het SCP. ‘Controlerende machten worden dan niet meer gezien als beschermers van burgers tegen een te sterke uitvoerende macht, maar eerder als krachten die de uitvoering van de wil van het volk tegenwerken.’
Overigens constateert het SCP dat er nog altijd een grote mate van vertrouwen in de democratie en de rechtsstaat bestaat, ook onder kiezers van partijen als de PVV en BBB. Maar een ‘aanzienlijke minderheid’ schippert tussen het verlangen naar sterk leiderschap en het besef dat een rechtsstaat bescherming biedt tegen machtsmisbruik door de overheid, aldus het SCP.
Bovendien is de rechtsstaat voor veel burgers een abstract begrip waar zij geen dagelijkse ervaring mee hebben, schrijft het SCP. Dat biedt radicaal-rechts de ruimte om de rechtsstaat aan te tasten. Ach, is het zo erg om de regels een beetje op te rekken als daarmee een gewenst doel als minder migratie behaald kan worden?
De aantasting van de rechtsstaat past echter in een groter plan, memoreerde hoogleraar rechten John Morijn deze zomer in zijn oratie. ‘Het verhaal begint altijd met verkiezingen die gewonnen worden met een wij-tegen-zij-agenda. De ‘zij’ vormen een zondebok naar keuze, zoals migranten, lhbti-mensen, de Europese Unie of de rechter. Eenmaal aan de macht, worden de Grondwet en de wet veranderd zonder oog voor de belangen van minderheden. Instituties die bedoeld zijn om de wetgevende en uitvoerende macht te controleren, zoals de rechterlijke macht, de centrale bank en de ombudsman, worden gevuld met politieke benoemingen. Andere onafhankelijke actoren die vitaal zijn voor een gezonde liberale democratie, zoals het maatschappelijk middenveld, de media en academici, worden op allerlei manieren onder druk gezet’, aldus Morijn.
Zo ging het in Hongarije, waar de kritische Central European University moest verdwijnen. Zo ging het in Polen, waar rechters werden vervangen door juristen die loyaal waren aan de PiS-regering. Zo gaat het op dit moment in Slowakije, waar premier Robert Fico de media probeert te knevelen.
De PVV staat allerminst alleen in Europa. In Oostenrijk werden de verkiezingen gewonnen door de FPÖ, wier leider Herbert Kickl onder meer pleitte voor een noodwet om het asielrecht af te schaffen en een meldpunt voor ‘politiserende leraren’ die de FPÖ onwelgevallig zijn. Oostenrijkers met een migratieachtergrond moet het staatsburgerschap worden afgepakt als zij volgens de FPÖ ‘weigeren te integreren’.
In Frankrijk noemde minister van Binnenlandse Zaken Bruno Retailleau de rechtsstaat ‘niet onaantastbaar of heilig’. Hij pleitte voor een referendum over het recht op gezinshereniging voor migranten – hoewel het recht op een gezinsleven een mensenrecht is. ‘Het opperste gerechtshof is het volk’, aldus Retailleau. Ook noemde hij burgers met een migratieachtergrond ‘papieren Fransen’.
Retailleau vertegenwoordigt de rechtervleugel van de centrumrechtse Republikeinen. Hij is tot minister benoemd om de nieuwe regering te verzekeren van de noodzakelijke gedoogsteun van Marine Le Pens Rassemblement National.
De Europese Unie is opgezet als een samenwerkingsverband van liberale democratieën, maar die identiteit wordt langzaam maar zeker uitgehold door de opmars van radicaal-rechts. In een beroemde rede uit 2014 noemde Viktor Orbán Hongarije een ‘illiberale democratie’, waarin het pluralisme van de liberale democratie is vervangen door de eenheid van ‘het Hongaarse volk’.
Tien jaar later is meer dan ooit duidelijk dat de ‘illiberale democratie’ een leugen is. Wat begon met een aanval op het liberale element van de liberale democratie, eindigde met de aantasting van de democratie als zodanig. Hongarije is nog maar gedeeltelijk vrij, stelt Freedom House, een organisatie die de staat van de democratie in de wereld beoordeelt. Orbán heeft afgerekend met tegenkrachten – rechters, media, universiteiten – die hem in de weg staan. Het electorale systeem is veranderd, zodat zijn partij Fidesz nauwelijks meer te verslaan is.
Voor FPÖ-leider Kickl is Hongarije een lichtend voorbeeld. ‘Laten we Orbán nadoen’, zei hij. Ook Geert Wilders is een groot vriend en bewonderaar van de Hongaarse leider. Natuurlijk kan hij voorlopig slechts dromen van de macht die Orbán in de loop der jaren heeft veroverd.
Maar bij de schermutselingen over de rechtsstaat van de afgelopen week is het goed om het grotere verhaal voor ogen te houden, het streven van radicaal-rechts in Europa om zwaarbevochten vrijheden en individuele grondrechten af te breken, ten gunste van autoritaire leiders die pretenderen dat zij ‘de wil van het volk’ definiëren.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant