Verslaggever Hans Jaap Melissen volgde voor NU.nl vanuit Beiroet de Israëlische aanvallen op Hezbollah. Maar hij heeft besloten huiswaarts te keren. Onderweg naar het vliegveld en vanuit het vliegtuig wordt hij nog een laatste keer geconfronteerd met alle dood en verderf.
"Wie gaat er nou 's nachts voor een rood licht staan wachten. In een oorlog!"
De taxichauffeur geeft een ruk aan zijn stuur, ontwijkt de stilstaande auto en trapt het gaspedaal dieper in. Het is 4.00 uur 's nachts en we rijden keihard naar het vliegveld. Het vliegveld ligt pal tegen de zuidelijke wijk Dahieh in Beiroet aan, waar de meeste raketaanvallen plaatsvinden.
Enkele uren eerder was er een raketaanval op twee plekken in het centrum van de Libanese hoofdstad. Er zijn zeker 22 doden en tientallen gewonden gemeld. Het doelwit was waarschijnlijk een hoge Hezbollah-figuur. Maar veel buren zijn ook dood en gewond. Het geluid van gillende sirenes is pas net voorbij.
De onzekerheid in Beiroet over waar de volgende bom valt is daarmee vergroot. "Israël kent geen grenzen meer", heb ik de afgelopen weken vaak gehoord. Toch vraag ik de chauffeur rustiger te rijden; het ziekenhuis hoeft er niet ook nog een paar verkeersslachtoffers bij.
Iets minder hard gaan we nu over een soort snelweg die dwars door Dahieh loopt. We hebben de ramen open en je ruikt een sterke brandlucht. De wijk ziet er donker en verlaten uit. Het gebied is leeggestroomd sinds de aanval hier op Hezbollah-leider Nasrallah, eind september.
Daarmee verplaatste de angst zich ook, namelijk dat een gezocht Hezbollah-lid zich misschien in jouw appartementencomplex verstopt. En dat Israël vervolgens het hele gebouw platbombardeert.
"Kijk, we zijn er al. Het vliegveld ligt ín Dahieh", verbetert de chauffeur mij voordat hij weer hard wegrijdt. In de vertrekhal is het druk. Een heel rijtje vluchten gaat straks: Düsseldorf, Parijs, Milaan, Frankfurt. Maar voor elke plaats staat 'MEA'. Want alle luchtvaartmaatschappijen zijn gestopt met vliegen op Beiroet. Alleen het Libanese MEA (Middle East Airlines) gaat gewoon door.
Dat is een verschil met de zomeroorlog van 2006, toen Israël op dag één het vliegveld bombardeerde en niemand meer vloog. Dat het vliegveld bij zee nu wel nog open is, is best bijzonder aangezien vrijwel elke dag raketten in de buurt doel treffen. In Oekraïne landt al jaren geen burgervliegtuig meer. Ongetwijfeld wordt hierover gecoördineerd met Israël.
Dan hoor ik ineens Nederlands praten naast mij. Het zijn een Nederlandse man van Syrische afkomst en zijn Nederlandse dochter (28). Ze komen net uit Damascus.
"We zijn drie weken op vakantie geweest", zegt de vader met licht Amsterdams accent. Beiden willen liever niet hun namen in de media zien. Vliegen via Beiroet is een gangbare route, omdat je met een taxi enkele uren later in de Syrische hoofdstad kunt zijn.
Ze vertellen dat ze op 23 september in Beiroet waren aangekomen. Dat is precies de dag dat de grotere oorlog tegen Hezbollah begon. "Maar dat wisten we niet, we hoorden er pas bij de grens met Syrië van." Wel zagen ze in de Syrische hoofdstad Damascus steeds meer auto's met Libanese kentekens. "En ook Damascus is gebombardeerd, maar dat hebben we zelf niet gehoord."
Gisteren vertrokken ze om 23.00 uur uit Damascus om vandaag op de vlucht naar Düsseldorf te komen. Met een taxi de grens oversteken was geen optie, omdat de weg aan Libanese kant is gebombardeerd. "We hebben door bomkraters moeten lopen om alsnog bij een taxi te komen." Veel te vroeg arriveerden ze veilig hier op het vliegveld. Blij om weer naar huis te gaan, waar familie en bekenden hun reis bezorgd hebben gevolgd.
Bij de gate wacht ook Ghassan Boujaoude (68), die via Duitsland naar zijn thuis in de Verenigde Staten vliegt. "Maar ik heb in Libanon nog bezittingen, dat was de reden van mijn bezoek." Hij maakt zich zorgen om de rook die al weken boven Beiroet hangt en vraagt zich af of het giftig is. Over Hezbollah is hij kortaf: "Het is geen grap om met zulke mensen te moeten samenleven."
Boujaoude herinnert zich de Libanese burgeroorlog (1975-1990) nog goed. "Toch geloof ik niet dat dit tot een nieuwe burgeroorlog zal leiden. Dit zijn andere tijden."
We gaan aan boord. Het toestel is bijna helemaal vol. "Maar op de terugweg zijn we voor twee derde leeg", zegt de stewardess. Ik kijk uit het raam en zie een nieuwe rookpluim boven Dahieh.
Ik hoop voor de Libanezen (en mijzelf) dat vliegverkeer ook de komende tijd mogelijk blijft. De Amerikanen noemen een bombardement op het vliegveld van Beiroet 'een rode lijn'. Maar net zoals mijn taxichauffeur niets van die kleur moest hebben, zo zijn in deze regio wel meer rode lijnen van de VS tijdens oorlogen oranje of groen geworden.
We stijgen op. De Libanese mevrouw naast mij kijkt uit het raam naar een rokerig Beiroet. Ze veegt de tranen uit haar gezicht en zegt: "Libanon is een tragisch land geworden."
Source: Nu.nl algemeen