Home

Bestaat er zoiets als een homo-interieur? Nee, maar de zoektocht naar erkenning zie je er wel in terug

Hedendaagse interieurs laten niet alleen onze smaak zien, maar tonen ook maatschappelijke verschuivingen. Hoe ziet culturele identiteit eruit in meubelvorm? Bestaat er zoiets als trans- of homo-esthetiek?

Het studentenhuis met een straatjutterslook van afgetrapte banken, een dartbord en een kaal peertje aan het plafond. Het smaakvolle Zweedse houtmeubilair van de progressieve VPRO-kijker, de roze meisjeskamer met Taylor Swift-altaar, de primitieve mancave. Met (soms) zorgvuldig gecureerde meubels en intieme relikwieën bieden we met onze interieurs een venster op onze persoonlijkheid. De samenleving kent inmiddels meer variaties dan studentikoos, grachtengordel en swiftie. Minderheden en gemarginaliseerde groepen manifesteren zich steeds nadrukkelijker in de openbare ruimte. Zien we de veranderde opvattingen over gender, seksualiteit en het koloniale verleden ook in woonkamers terug? Bestaat er zoiets als het homo-interieur? Hoe ziet het moderne boudoir eruit? En met welk design wordt een biculturele identiteit verbeeld?

De queercollage

De kroonluchter Gaga is bekleed met een huidkleurige kunststof en gedecoreerd met stoere hondenriempjes. De peerlampjes komen tevoorschijn uit zwartgeverfde huishoudmoppen, die eruitzien als pruiken. De uitbundige creatie hangt aan een ketting aan het plafond. ‘Het is een hommage aan Lady Gaga en haar positieve boodschap van gelijkheid voor iedereen, ongeacht waar je vandaan komt of hoe je eruitziet’, zegt de ontwerper Dae Uk Kim. In zijn werk viert hij zijn homoseksuele geaardheid, waarvoor geen ruimte was in het conservatieve milieu waarin hij opgroeide in Zuid-Korea. Zijn stoel Elektra bestaat uit autobanden met een vleeskleurige coating die sierlijke arm- en rugleuningen vormen; de zwarte stoelpoten van plastic ogen als verleidelijke damespumps. ‘De inferieure materialen heb ik getransformeerd tot een object van begeerte. Deze stoel is een buitenbeentje, net als ik.’

Mutant heet de dubbelzinnige meubelcollectie waarin lust en zelfliefde en alledaagse materialen en buitenissige vormen samenkomen. Kim heeft al zijn verlangens, frustraties en angsten uitvergroot. Als kind wilde hij lang haar, nagellak en hoge hakken. ‘Ik heb naar de andere kant van de wereld moeten reizen om mijn vrijheid te vinden’, zegt de ontwerper, die in 2020 afstudeerde aan de Design Academy Eindhoven. ‘Nu stel ik stereotiepe opvattingen over seksualiteit, gender en schoonheid aan de kaak.’

De groteske objecten van Kim voldoen niet aan de platitude van roze slingers en rimpelloze hitsigheid die we kennen uit de verkleedkist van Village People. ‘Er bestaat niet één afgebakende homo-esthetiek, net zoals dé homo niet bestaat’, verklaart ontwerper Adam Nathaniel Furman (hen/hun), coauteur van het boek Queer Spaces. An Atlas of LGBTQ+ Places and Stories (2022), een historisch overzicht van interieurs en plekken waarop de lhbti-gemeenschap een stempel heeft gedrukt. ‘Als er al een gemene deler is in het queerinterieur, dan is het dat collages van persoonlijke herinneringen en zorgvuldig verzamelde objecten zijn doorspekt met historische referenties aan het ‘anders-zijn’. Homo’s, lesbo’s, transgender personen en andere queers hebben moeten zoeken naar hun identiteit. Wie ben ik? Met wie voel ik mij verbonden? Deze persoonlijke zoektocht naar erkenning en herkenning zie je terug in de inrichting van hun leefomgeving.’

Ook queers hebben een Billy-kast van Ikea, het zijn de spullen die erin staan die het verschil maken. Een felgekleurd behang of glitters zijn opeens meer dan een vrolijk accessoire, zegt hen. ‘Disco is diepgeworteld in de homocultuur. Op de nachtelijke dansvloeren vonden gays begin jaren zeventig de vrijheid om zich te uiten en samen te zijn. Discoachtige spullen als een spiegelbol, glimmende kussens of gekleurde lampjes in je huis kunnen daarom ook een uiting zijn van herkenning en respect.’ En ja, queers hebben een zekere neiging tot overdaad bij het inrichten van hun interieur, beaamt Furman meesmuilend. Levenslust en een voorliefde voor wat afwijkt van de norm vertaalt zich nu eenmaal al gauw in snoepkleuren, extravagante vormen en veel dubbelzinnige symboliek, van discolicht en barbies tot seksuele parafernalia (zoals een kroonluchter met hondenriempjes en kettingen). ‘Deze objecten hebben voor ons juist heel gelaagde betekenissen. Het zijn ook hints. Homoseksualiteit was tot de jaren zestig verboden. Met het interieur kon je je geaardheid seinen.’

Inmiddels is het etaleren van queerness geen niche meer in design. Dit voorjaar presenteerde het vermaarde queer ontwerpduo Formafantasma op de prestigieuze Design Week in Milaan een meubelcollectie als reactie op het strenge modernisme, waarin nauwelijks ruimte is voor persoonlijke expressie. Op de grijze stoffen bekleding van een klassieke fauteuil zijn bloemen geborduurd, een saaie kantoorlamp is versierd met een slinger van glas. ‘Als designstudenten leerden wij dat felle kleuren, decoraties en andere frivoliteiten slecht waren. Het overwegend mannelijke narratief van het modernisme is dat interieurs functioneel en rationeel moeten zijn’, vertelt ontwerper Simone Farresin van Formafantasma. ‘Daarom hebben wij modernistische meubels ge-queerd met sentimentele decoraties die herinneren aan onze kindertijd, voordat wij als jonge homo kregen ingeprent dat wat wij mooi vonden banaal was.’

Female gaze

‘Wij borduren hier geen kussens.’ Dit beet de beroemde architect Le Corbusier een nog jonge Charlotte Perriand toe, toen zij in 1927 met haar portfolio onder de arm zijn Parijse studio betrad. Met Perriand zou het goed komen; ze wordt gezien als een van de grootste ontwerpers van de 20ste eeuw. Mede dankzij rolmodellen als zij hebben vrouwelijke ontwerpers het mannelijk juk kunnen afwerpen. De Britse ontwerper Faye Toogood presenteerde dit voorjaar op de Design Week in Milaan een collectie erotische meubels vanuit een vrouwelijk perspectief; een sofa is gemaakt van een stapel fluwelen matrassen met fijn borduurwerk en wulpse wandtapijten zijn voorzien van rode vulva’s en fiere erecties. ‘Ik heb de afgelopen dertig jaar nooit de aandacht willen vestigen op het feit dat ik vrouw ben. Ik was ontwerper, punt. Maar het wordt tijd dat vrouwen met hun creativiteit de controle over hun lichaam terugveroveren. Daarom heb ik een ode gemaakt aan vrouwelijke seksualiteit en energie.’

Voor de feministische ontwerper Anna Aagaard Jensen gaat dit feminiene design niet ver genoeg. Het patriarchaat houdt immers stand. ‘Veel objecten zijn ontworpen of in een ruimte geplaatst vanuit een mannelijk perspectief. Stoelen waarin je als vrouw niet prettig zit, een tafel die te hoog is. De lijst is eindeloos. Dit veroorzaakt ongemak bij vrouwen over hun eigen lichaam.’ Ook irritant: mannen die zich de openbare ruimte ongegeneerd toe-eigenen door met hun benen wijd te zitten. ‘Dit is een uiting van mannelijke dominantie.’ Als reactie op manspreading ontwierp Jensen A Basic Instinct, een troon die zo is ontworpen dat je er alleen wijdbeens in kunt zitten. ‘De stoel neemt bewust veel ruimte in en het is expliciet niet de bedoeling dat mannen erin zitten.’

Met haar expressieve meubels stelt Jensen, die dit najaar een solotentoonstelling heeft in het Centraal Museum in Utrecht, stereotiepe genderpatronen aan de kaak. Lampen en vazen hebben grillige vormen en doen denken aan vleesetende bloemen, maar dan wel in lieflijk roze – al kun je er ook vrouwelijke geslachtsdelen in zien. De interieurcollectie Sally’s Room lijkt een stereotiepe meisjeskamer met roze spulletjes, maar heeft een feministische twist. ‘Het is een poppenhuis voor volwassenen. En een poppenhuis is vaak een instructiemodel voor het traditionele gezin. Hoe je als meisje ’s ochtends je haar moet kammen. Of hoe je een baby in bad doet. Zo worden traditionele rolpatronen al op heel jonge leeftijd ingeprent. Daarom zijn mijn meubels disfunctioneel. Een kast heeft geen laden en een spiegel heeft geen glas. Zo neutraliseer ik traditionele rolpatronen.’

Tradwives

Omgekeerd wordt het conservatieve gezinsleven juist verheerlijkt in het interieur van tradwives, een online subcultuur van vrouwen die kiezen voor de traditionele rol van huisvrouw en dat op sociale media etaleren. ‘Hun interieurs zijn een zorgvuldig geconstrueerd perfect plaatje’, ziet Bao Yao Fei, curator bij Design Museum Den Bosch. ‘Georganiseerde ladenkasten, sofa’s met gestreken kussentjes en een keurig opgeruimde keuken – dat werk. Hier woont iemand die het leven tot in de puntjes heeft geregisseerd, dat is de boodschap.’ Opvallend aan deze frictieloze ‘tupperware esthetiek’ waarin niets afwijkt van de norm van de gelukkige huisvrouw, is dat het niet louter nostalgisch zwijmelen is. Deze interieurs stralen juist een nieuwe eigentijdse burgerlijkheid uit, aldus de museumcurator. ‘Tradwives doen ook aan yoga of jagen de silent luxury van Kim Kardashian na. Dus zie je ook peperdure yogamatten, duurzame tapijten in aardse tinten of elegante gordijnen met een minimalistisch dessin.’

Hoezeer identiteiten door elkaar kunnen lopen, blijkt uit de appreciatie van de alom erkende designklassiekers van Eileen Gray (1878-1976). Met haar sierlijke buismeubels met verfijnd lakwerk gaf ze een vrouwelijke touch aan het strenge modernisme. Haar meubels zijn in sommige kringen het toonbeeld van goede smaak (daar is-ie weer, de VPRO-kijker). Voor vrouwen hebben haar meubels bovendien een emancipatoire gevoelswaarde; Gray was een voorvechter van gelijkheid voor vrouwen. Ze was ook openlijk biseksueel. Met haar flamboyante minnares reed ze honderd jaar geleden in een open koets door Parijs. Queer ontwerper Furman: ‘Voor lesbo’s is een meubel van Eileen Gray ook een teken van zelfbewustzijn.’

Biculturele rijkdom

Het heeft even geduurd, maar ook de westerse blik op design wordt verruimd. Een jonge lichting ontwerpers gebruikt een biculturele achtergrond als onuitputtelijke inspiratiebron. De Marokkaans-Nederlandse ontwerper Mina Abouzahra bekleedde een industriële stoel van Wim Rietveld (de zoon van) met een traditionele Berberstof. Wat niet is bedoeld als een aanklacht, maar als een verrijking van design, zegt ze. ‘Meer kleur en diversiteit in design betekent niet dat er geen ruimte meer is voor westers design. Er komt juist iets nieuws bij.’ Dus is het voor haar net zo vanzelfsprekend om Marokkaans handwerk een Nederlandse twist te geven. ‘De Marokkaanse cultuur is immers een smeltkroes van mediterrane, Arabische en Afrikaanse invloeden, en van de Berbercultuur. De Moren hebben zelfs Europese invloeden meegebracht.’

In een dorpje op het Marokkaanse platteland maakt Abouzahra met handwerkvrouwen een tapijtcollectie. ‘Je kunt aan elk tapijt zien waar en door wie het is gemaakt. Dit hoogwaardig handwerk verschilt niet alleen per regio, maar is ook geladen met emoties. Elke vrouw heeft een eigen stijl.’ Wie een tapijt koopt, draagt bovendien bij aan de economische onafhankelijkheid van deze ambachtsvrouwen. ‘Ik betaal ze een faire vergoeding.’ Pas toen Abouzahra zich verdiepte in de traditionele weeftechnieken, merkte ze hoe diep deze cultuur in haar zit. ‘Tot in mijn genen, want mijn moeder was hoogzwanger toen zij naar Nederland verhuisde. Ik voelde een enorme rust toen ik in Marokko achter het weefgetouw plaatsnam’, vertelt ze met Twents accent; ze groeide op in Enschede.

Het design van Abouzahra is aangekocht door het Centraal Museum in Utrecht en Fenix, het museum voor migratie dat binnenkort opent in Rotterdam. Dit najaar staan haar tapijten en meubels op exposities in het Amsterdam Museum en op de Dutch Design Week. ‘Voor de Marokkaanse gemeenschap is het ongelooflijk belangrijk om hun cultuur en erfgoed terug te zien in musea, bibliotheken of tv-decors. Dat versterkt het gevoel erbij te horen. Marokkaanse Nederlanders zijn niet meer weg te denken uit de samenleving. Dan is het toch raar dat design die realiteit niet weerspiegelt?’

De kernvraag

Betekent deze culturele uitwisseling dan ook dat een witte ontwerper een biculturele collectie mag maken, geïnspireerd op Berbertapijten? ‘Ja, mits er sprake is van oprechte interesse en respect voor de herkomst van zulke objecten’, zegt curator Fei van het Design Museum. Ter illustratie: ‘Een ambachtelijk object uit Europa krijgt al snel het predicaat design, terwijl het opeens folklore heet als het uit Afrika komt.’ De kernvraag die Fei daarom hanteert bij creatieve kruisbestuiving is: ‘Wordt het werk ook geaccepteerd door de gemeenschap waaruit het put? Indien niet, dan is er sprake van machtsongelijkheid.’

Vooralsnog zijn het vooral witte Nederlanders die Abouzahra’s werk kopen. ‘Wat geweldig is, geen misverstand daarover. Design is een fantastische manier om kennis te maken met andere culturen.’ Maar ze wil in álle huiskamers hangen. ‘Alleen kopen veel Marokkaanse Nederlanders juist moderne meubels die luxe en perfectie uitstralen. Traditioneel handwerk vinden ze vaak inferieur, ongeletterde arbeid van het platteland.’ Gelukkig ziet ze een toenemende belangstelling voor haar werk onder derde- en vierdegeneratie-Marokkanen. ‘Het is een manier om hun roots te ontdekken.’

Designcurator Fei beaamt: ‘Voor mensen van kleur is het eigen woonhuis vaak de enige plek waar ze zich volledig gerepresenteerd zien. De voorwerpen waarmee zij zich uitdrukken worden diep doorleefd en roepen ook ingewikkelde vragen op. Wat betekent het om Chinees of Marokkaans te zijn in Nederland? Welke voorwerpen representeren deze gelaagde identiteit? Dat kan een theepotje van oma zijn of een meubelstuk uit het tweede thuisland.’ Of juist een mix.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next