Home

Giulio Cappellini: ‘Het allerergste wat mensen kunnen zeggen? Cappellini is saai’

Artdirector Giulio Cappellini, ontdekker van inmiddels gevestigde namen als Marcel Wanders en Tom Dixon, is zelf al net zo stijlvol als zijn gelijknamige Italiaanse designlabel. Waar haalt deze smaakmaker zijn inspiratie vandaan?

Het vliegtuig waarmee Giulio Cappellini (70) vanuit New York naar Milaan vloog, landde pas laat de vorige nacht. Toch zit de artdirector van het smaakmakende Italiaanse designlabel Cappellini ’s ochtends al weer om 9 uur goed gesoigneerd en met een espresso achter zijn laptop. Met zijn golvende grijze haar, kraakwit overhemd en een onberispelijk donkerblauw maatpak is hij every inch a gentleman, sprekend in Engelse volzinnen met zwierig Italiaans accent. Kortom, de man is stijl. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de Cappellini-collectie, die hij al meer dan veertig jaar hoogstpersoonlijk samenstelt.

Over de auteur

Jeroen Junte schrijft voor de Volkskrant over grafische vormgeving, productdesign en interieurarchitectuur.

‘Ik kies alleen meubels die ik zelf thuis wil hebben. En die hebberigheid moet ik meteen voelen. Het zijn intuïtieve keuzen.’ Een andere verklaring heeft hij ook niet voor het succes van Cappellini, dat interieurtrends zet en niet volgt. Als eerste zag hij in 1996 de vernieuwende kracht van de Knotted Chair van Marcel Wanders; de stoel van geknoopt touw zou uiteindelijk een designklassieker worden. ‘Ik geloof in longsellers, niet in bestsellers.’

Wat ook geldt voor de S-Chair van Tom Dixon, een sierlijk eetstoeltje dat inderdaad niets meer is dan een ranke S. Of de Barbapapa-achtige Embryo Chair van Marc Newson. Daar steken zijn eigen ontwerpen maar bleek bij af, oordeelt hij streng. Niets meer dan ‘designer della domenica’ is hij (vrij vertaald: een zolderkameramateur). ‘Ik zie mijn bedrijf als mijn belangrijkste ontwerp.’

Kunst voor het alledaagse leven

Dat bedrijf wordt in 1946 opgericht door vader Enrico Cappellini. Wat begint als een fabriekje van inwisselbaar huis-tuin-en-keukenmeubilair is nog geen halve eeuw later een wereldberoemd designlabel, dankzij de visie en het lef van zoon Giulio die begin jaren tachtig als pas afgestudeerd architect toetreedt tot het bedrijf. Meteen geeft hij opdrachten aan branievolle leeftijdgenoten als Rodolfo Dordoni en Piero Lissoni, inmiddels ook iconen van het Italiaans design. De avontuurlijke, soms ronduit parmantige maar altijd elegante meubels slaan meteen aan. ‘Wij verkopen geen meubels, maar kunst voor het alledaagse leven.’

Misschien wel zijn grootste talent is het ontdekken van andermans talent. Hij geeft de nog onbekende Wanders, Newson en Dixon hun eerste kans. De ironie wil dat hij nu moet concurreren met merken als Tom Dixon en Moooi van Marcel Wanders. Even zat zijn bedrijf door de toenemende concurrentie in zwaar weer.

Een overname door een groot meubelconcern bracht redding. Inmiddels gaat het weer crescendo met merk én oprichter. Anders word je niet een half jaar geleden nog als gasthoofdredacteur gevraagd door een stijlbijbel als Wallpaper. Zijn oog voor de tijdgeest is nog steeds feilloos. De ondernemer werkt fulltime en zit wekelijks in een vliegtuig voor meetings, lezingen en jury’s over de hele wereld. ‘Dat doe ik vooral om interessante trends en jong ontwerptalent te scouten.’

Op de Milan Design Week lanceerde hij dit voorjaar een innovatieve meubelcollectie voor en door de digitale gelouterde vroeg-twintigers van Gen Z. Met een app kunnen patronen in tafelbladen worden getekend; op een plafondscherm worden rustgevende AI-beelden afgespeeld. ‘Fascinerend hoe deze jonge ontwerpers moeiteloos schakelen tussen online en offline. De wereld is voortdurend in verandering. Met Cappellini moeten we ons in de voorhoede van deze veranderingen begeven. Het allerergste wat mensen kunnen zeggen is: Cappellini is saai.’

Architectuur: Ludwig Mies van der Rohe – IIT Campus, Chicago (1942-1956)

‘Na mijn studie architectuur heb ik gewerkt voor Giò Ponti, een van de grootste Italiaanse architecten. Daar heb ik in één jaar meer geleerd dan in vijf jaar in de collegebanken. Maar ik vond architectuur te traag. Soms duurt het decennia of nog langer voordat de schoonheid van een gebouw zich ontvouwt. De architectuur van Mies van der Rohe bijvoorbeeld, lijkt tegenwoordig nog indrukwekkender door de eenvoud en ranke vormen. Zo licht en transparant wordt er nu nauwelijks meer gebouwd.

Die menselijke drang om iets moois te creëren, hoeveel moeite en tijd het ook kost, is een blijvende inspiratie. Ik ben volgende week in Chicago en kijk ernaar uit om eindelijk zijn campus van de Illinois Institute of Technology te bezoeken. Het is niet zo bekend als Van der Rohes andere gebouwen, maar het is een krachtige verbeelding van het optimisme en vooruitgangsgeloof na WOII. Tegelijkertijd oogt het nog steeds modern. De ingetogen gebouwen liggen versnipperd door een park. Architectuur moet zich voegen naar de omgeving en zich niet opdringen.’

(Italiaans) Design: Spaghetti al pomodoro

‘Weet je, Italiaans design is geen stijl. Het zit diep in onze volksaard. Het ontwerp van een meubel gaat om de juiste materialen die samen mooie vormen met spannende kleuren aannemen en zo verleiden tot gebruik. Het gaat om balans. Er kan niets bij, er kan niets weg. Het ontwerp dat deze mentaliteit het beste verbeeldt is spaghetti al pomodoro. Tomaat, pasta, basilicum en pittige kaas.

Meer is er niet nodig. Ik ken niemand die het niet lekker vindt, en het is nog gezond ook. Maar alleen als de tomaten supervers zijn en de saus niet te glad is. De pasta moet precies beetgaar zijn en op de juiste temperatuur worden geserveerd. Door deze verfijnde eenvoud heeft deze maaltijd toch een enorme rijkdom. Met kaas, zout en peper kan iedereen een eigen accent aanbrengen. En het heeft niet voor niets de kleuren van de Italiaanse vlag, haha.’

Film: A Clockwork Orange (Stanley Kubrick, 1972)

‘Cappellini was een van de eerste merken die de collectie in een samenhangende setting presenteerde, en dus niet als een verzameling losse meubels. Ik wilde altijd één sfeer creëren door na te denken over kleur en hoe meubels elkaar beïnvloeden. Voor deze landschappen, zoals ik ze noem, haal ik inspiratie uit films. De verhaallijn daarvan ben ik na afloop vaak al vergeten. Maar in welke auto de hoofdpersoon reed, welke jurk zij droeg of hoe hun huis eruitzag, dat kan ik feilloos uittekenen.

De film A Clockwork Orange heeft een heel eigen sfeer, je herkent elke scène onmiddellijk aan het decor. De scenografie is futuristisch, doordat het meest innovatieve design van dat moment is gebruikt. De Tulip Chair van Eero Saarinen bijvoorbeeld, of de stereoapparatuur van Braun. Tegelijkertijd is ongrijpbaar in welke tijd het zich afspeelt. En is de film nou grappig of juist onheilspellend? Er blijft ruimte voor eigen interpretatie.’

Museum: Noguchi Museum, New York

‘De laatst tijd was ik vaak in New York omdat we daar een nieuwe winkel openen. Om de drukte van de stad te ontvluchten, ga ik naar musea als het MoMa en The Met. De collecties zijn onovertroffen en er is altijd wel een nieuwe spannende tentoonstelling. Maar het is er vaak ook druk. Mijn laatste ontdekking is het Noguchi Museum in Queens, je moet dus het centrum uit. Ook het gebouw zelf is een ontwerp van de Japanse kunstenaar en ontwerper Isamu Noguchi (1904–1988).

Je ziet er zijn beeldhouwwerken, architectonische maquettes, schetsen en tekeningen en natuurlijk meubels. Omdat alles door elkaar staat, zie je het verschil tussen die disciplines niet meer. Noguchi was de eerste die industriële materialen en vormen uit de natuur op een vanzelfsprekende manier combineerde. Het museum heeft bovendien een prachtige beeldentuin.’

Tijdschrift: Capsule

I love magazines. Het is een heel directe manier om kennis te maken met kunst, design en cultuur van over de hele wereld. Vooral als ik moet vliegen vind ik niets fijner dan een dikke stapel tijdschriften mee. Al blader ik meer dan ik lees, moet ik eerlijk zeggen. Het maakt mij ook niet zo veel uit of een tijdschrift nou uit Europa of uit India komt.

Juist door alleen te kijken kun je veel leren over een cultuur. Italië heeft een lange traditie van avant-gardetijdschriften. Mijn nieuwe favoriet is Capsule, dat in Milaan wordt gemaakt door een jonge redactie. Het verschijnt slechts twee keer per jaar, wat ik goed vind. Dan weet je zeker dat ze echt alleen de beste verhalen uit de hele wereld hebben verzameld. Een verhaal over design is ook een reisverslag en als ze over architectuur schrijven, plaatsen ze een modereportage in en om dat gebouw. Het design van het magazine zelf is al even innovatief, met een grote, felgekleurde ringband die de pagina’s bij elkaar houdt.’

Stad: Miami

‘Miami is een smeltkroes. Een jonge stad, heel multicultureel. Het is de stad waar het noordelijk en zuidelijk halfrond elkaar ontmoeten. Dat elan zie je het beste in het nieuwe Design District met meer dan honderd galeries, de beste mode- en designshops, het recente museum voor moderne kunst en de jaarlijkse kunstbeurs Art Basel/Design Miami. De stad is werelds maar heeft tegelijkertijd een authentieke atmosfeer.

Je vindt er zelfs de mooiste parkeergarage ter wereld, van Herzog & de Meuron, een van mijn favoriete architectenbureaus. Het volledig open gebouw is parkeergarage en luxe winkelcentrum tegelijk. Pal naast je auto zit een winkel die helemaal van glas is. Op het dak zit een palmentuin en zwembad met uitzicht op de Atlantische Oceaan. Het is heel lomp en functioneel maar ook sophisticated. Miami zit vol zulke contrasten.’

Kunstenaars: Jean-Michel Basquiat & Lucio Fontana

‘Jean-Michel Basquiat experimenteerde begin jaren tachtig met graffiti, wat toen nog een niet-geaccepteerde kunstvorm van de straat was, gemaakt door jongeren uit arme stadswijken. Zijn schilderijen hebben dezelfde rauwe energie. Basquiat gebruikte iets alledaags om een compleet nieuw soort beeldende kunst te maken.

Er gebeurt van alles op zijn doeken, soms figuratief en verhalend, dan weer abstract. Bij Lucio Fontana draait alles juist om het weglaten. In kunst – en ook in design – is weglaten oneindig veel moeilijker dan iets toevoegen. Fontana maakte schilderijen in één effen kleur en sneed ronde gaten of rechte scheuren in het canvas. Dat ziet er eenvoudig uit, maar er zit een doordacht concept achter, dat hij over de jaren heeft verfijnd.

Het oogt agressief, maar de sneden die hij met grote precisie aanbrengt zijn ook sierlijk. Het doek opent zich naar nieuwe ruimten. Met letterlijk één beweging heeft hij gangbare ideeën over kunst op z’n kop gezet. Fantastico.’ Op het verzoek om er één te kiezen, reageert hij met gespeelde boosheid: ‘Onmogelijk. Allebei!’

Auto: 686 Ermini Roadster

‘Ik ben een autogek en vind rijden nog steeds fantastisch. De mooiste auto die ik heb gehad was een Jaguar E-type. Ik weet, een Italiaan in een Engelse auto kan natuurlijk niet. Maar ik vind de beleving van deze sportauto onovertroffen. Het geronk, de stroeve versnellingspook, dat is wat autorijden leuk maakt. Al rijd ik tegenwoordig voor het comfort een Mercedes. Moderne auto’s vind ik niet interessant meer. Ze zien er allemaal hetzelfde uit. Behalve dan de sportbolide 686 van Ermini, als ik zo onbescheiden mag zijn. Die auto heb ik ontworpen. Ermini was een kleine fabrikant van sportauto’s in de jaren vijftig.

Vrienden van mij hebben dat historische automerk een jaar of vijftien geleden nieuw leven ingeblazen. Er wordt slechts één model uitgebracht, de seie otto seie, die slechts 686 kilo weegt. Ik heb de carrosserie ontworpen van lichtgewicht koolstofvezel. Ze zijn helaas heel duur en worden uitsluitend op bestelling gemaakt.’

Kleur: Blauw

‘Kleur maakt het leven bijzonder. Natuurlijke kleuren zijn altijd het beste. Het groen van een boomblad, een rode roos, het oranje van de zonsondergang. Dat zijn kleuren die we als mens op z’n best kunnen imiteren. Mijn favoriete kleur is blauw. Het kan zoveel stemmingen oproepen.

Van het vrolijke hemelsblauw tot de intense energie van aquamarijn of het statige marineblauw. En natuurlijk het unieke blauw van Yves Klein, de krachtigste kleur die ik ken. Vergeet niet, we zijn omringd door blauw. Ongeveer driekwart van de aarde is zee en die is hoofdzakelijk blauw. De hemel is blauw. Het is de kleur waarmee we het meest vertrouwd zijn.’

Cv Giulio Cappellini

1954Geboren in Milaan.
1979Voltooit studie architectuur aan de technische universiteit Politecnico in Milaan.
1982Neemt familiebedrijf Cappellini over.
1987Eerste samenwerking met een buitenlandse ontwerper, de Brit Jasper Morrison.
2003Eregast op de Woonbeurs in de Rai Amsterdam.
2004Het merk Cappellini wordt overgenomen door Poltrona Frau Group, de eerste van diverse overnamen.
2012Ontwerpt sportauto Ermini 686 Roadster.
2016-hedenSenior advisor van de prestigieuze designopleiding Istituto Marangoni in Milaan.
2019Curator van de designexpositie I-Made in Saatchi Gallery in Londen.
2020Door Time Magazine verkozen tot een van de ‘100 trendsetters of our time’.
2021Het merk Cappellini wordt onderdeel van het Amerikaanse meubelconcern Haworth.
2022 Wint Compasso d’Oro, de belangrijkste designonderscheiding van Italië (en daarmee van de wereld).
2024Opening van Cappellini flagship store op Madison Avenue in New York.

Giulio Cappellini woont met zijn vrouw in Milaan; hij heeft drie volwassen kinderen

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next