Deze week bleek weer: Geert Wilders domineert op dit moment het politieke debat en de nieuwscyclus. Hoe counter je dan als politicus? Of is dat nou juist de kern van het probleem?
Tien woorden op X waren voldoende voor weer een Geert Wilders-dag in Den Haag. De wens van de PVV-leider om pro-Palestina-demonstranten en burgemeester Femke Halsema het land uit te krijgen, zetten alle Haagse raderen in werking. Journalisten die ministers, burgemeesters, coalitie- en oppositiepartijen om reactie vroegen, Halsema die zich verweerde, Wilders die reageerde met nog hardere teksten.
Het is het vertrouwde parcours waar niemand helemaal ongeschonden uitkomt. Wie reageert, draagt eraan bij dat de PVV-leider in het middelpunt van de belangstelling staat. Wie zwijgt, laadt de verdenking op zich Wilders’ radicale standpunten te gedogen en daarmee te normaliseren.
Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Alles over politiek vindt u hier.
Het is inmiddels een Haags cliché dat Wilders stukken rood vlees in de politieke arena gooit in de hoop dat iedereen daarop duikt, zoals ex-premier Mark Rutte meer dan een decennium geleden al diagnosticeerde. Volgens mensen die met Wilders werkten, is het zelfs de essentie van diens politieke bestaan: aandacht, beeldvorming, peilingen. Zeker toen Wilders nog in de marge verkeerde, stelde hij steeds weer dezelfde vraag aan fractiegenoten en ondergeschikten: wie heeft er nog een nieuwspuntje?
Wilders’ oeuvre is inmiddels onuitputtelijk. Het recept van de nieuwspuntjes bestaat uit een mengeling van harde taal en radicale plannen. Wilders die de Koran wil verbieden en het boek vergelijkt met Mein Kampf; Wilders die de Tweede Kamer een ‘nepparlement’ noemt; Wilders die ‘tuigdorpen’ wil voor veelplegers; Wilders die ‘minder, minder Marokkanen’ zegt te gaan regelen; Wilders die de Hoge Raad na zijn veroordeling voor groepsbelediging ‘een schandvlek’ noemt; Wilders die zijn politieke rivalen beschimpt als ‘bedrijfspoedel’, ‘miezerig mannetje’ of ‘heks’; Wilders die vrouwen met hoofddoekjes een ‘kopvoddentaks’ wil laten betalen; Wilders die journalisten als ‘tuig van de richel’ beschouwt. En nu dus Wilders die demonstranten wil laten deporteren en het ontslag eist van een onwelgevallige burgemeester.
Een nieuwe generatie politici moet een antwoord zien te vinden op een strategie die Wilders nu al twintig jaar met wisselend succes in het brandpunt van de Nederlandse politiek houdt. De PVV-leider heeft al zijn oude rivalen overleefd, uiteindelijk ook Mark Rutte, en profiteerde optimaal van het vacuüm. Zijn onervaren tegenstanders stonden toe dat de verkiezingscampagne hoofdzakelijk draaide om asiel en lieten zich vervolgens aftroeven in tv-debatten. Sindsdien staat Wilders boven op de apenrots.
Bijna een jaar na de verkiezingswinst van de PVV tekenen zich in Den Haag twee scholen af in de omgang met de methode-Wilders, bleek afgelopen week weer bij zijn aanval op Halsema. Een deel van de Tweede Kamer kiest voor een principiële benadering; een ander deel voor een pragmatische aanpak. Welke benadering het effectiefst zal zijn, is ongewis, ook omdat er sprake is van onontgonnen terrein. Nooit eerder vormde een radicaal-rechtse partij het hart van een kabinet.
Dat uitgerekend Femke Halsema de afgelopen week spil was in een Wilders-rel kan de nieuwe lichting in Den Haag tot nadenken stemmen. Het was de voormalige GroenLinks-leider die al in 2016 in haar memoires Pluche uitgebreid terugblikte op de omgang met de PVV-leider. Haar sombere conclusie: ‘Als politieke tegenstander van Wilders bevind je je in een catch 22: een paradoxale situatie waaruit je onmogelijk kunt ontsnappen.’
Halsema streefde er als GroenLinks-leider naar om haar interactie met de PVV’er zo inhoudelijk en feitelijk mogelijk te houden. Ze wilde zich niet laten meeslepen in de spiraal van polarisatie, ook omdat Wilders profiteert van de aandacht die dat genereert. Tegelijkertijd was het bij een voorstel als de kopvoddentaks ook voor Halsema onmogelijk om de PVV’er niet met kolkend bloed ter verantwoording te roepen.
Halsema’s catch 22 bestaat nog steeds. De Amsterdamse burgemeester gaf afgelopen week uitleg over de vrijheid van demonstratie en de wettelijke verplichting die ze heeft om daarnaar te handelen. Een inhoudelijke reactie kwam er niet, ook omdat Wilders weigert om zich echt te laten interviewen en alleen soundbites voert aan journalisten. De teneur van zijn reactie op X en elders: ik benoem het probleem van antisemitisme, de rest kijkt weg. Dat de op rechts ongeliefde Halsema verontwaardigd was, zag hij als een bonus: ‘Een beter reclamebureau is ondenkbaar’, schreef de PVV’er op X.
Met Wilders’ toegenomen macht lijkt zijn controle over de nieuwscyclus en het politieke debat alleen maar te groeien. De afgelopen week stonden weer PVV-thema’s centraal: de noodwetgeving voor asiel, de afschrikwekkende borden bij azc’s, de opt-out in Europa, het geëiste ontslag van Halsema, een voorstel om de koning te korten op zijn salaris. Geen van de plannen lijkt haalbaar, maar ze slokken wel aandacht op die niet naar andere partijen gaat.
In de pogingen een antwoord te vinden op Wilders kiest het linkse en progressieve deel van de Kamer overwegend voor de principiële strategie. Partijen als GroenLinks-PvdA, D66, Partij voor de Dieren en Volt zien de PVV’er als een acute bedreiging voor de democratische rechtsstaat. Zo waarschuwde GL-PvdA-leider Frans Timmermans eerder al voor ‘democratische normvervaging’ en verwees daarbij naar landen als Hongarije, Zweden en Italië, waar volgens hem onder invloed van radicaal-rechts de bescherming van individuele burgers is ingeperkt. ‘Het kan snel gaan.’
Die bezorgdheid was afgelopen week terug te horen in de reacties op de confrontatie tussen Wilders en Halsema. D66-leider Rob Jetten beoordeelde dat als ‘een aanval op een van de instituten van onze democratie, de burgemeester van Amsterdam’. GL-PvdA-Kamerlid Jesse Klaver gebruikte vergelijkbare woorden: ‘Wilders’ doel is om onze rechtsstaat van binnenuit uit te hollen. Het gezag van het bestuur in Nederland wordt ondermijnd.’
Wilders’ retoriek kan volgens de meer principiële oppositie niet onweersproken blijven. Duidelijk moet worden dat zijn opvattingen niet normaal zijn. Als er al geen weerwerk is bij een oproep tot deportatie van demonstranten en een burgemeester, wanneer dan nog wel?
Toch zijn er ook in delen van het linkse en progressieve kamp twijfels te bespeuren over de effectiviteit van die strategie. Niet alleen staat Wilders door de confrontaties met links nog vaker in het middelpunt van de aandacht, hij kan zichzelf ook nog eens presenteren als slachtoffer van ‘een hetze’. Ondertussen sneeuwt de aandacht voor de eigen linkse oplossingen en plannen onder.
Tegelijkertijd verwachten veel progressieve kiezers juist dat Wilders aangepakt wordt. De partij die dat het meest krachtig en consequent doet, wordt daarvoor beloond, zo leert het verleden. In 2021 boekte D66’er Sigrid Kaag mede daardoor een recorduitslag. In 2023 haalde GL-PvdA als grootste tegenstrever van Wilders kiezers weg bij andere linkse en progressieve partijen.
Bij de meer pragmatische school die zich nu aftekent in de Tweede Kamer is er veel minder aanvechting om Wilders tot de orde te roepen vanwege zijn denkbeelden en uitlatingen. Er zijn gradatieverschillen, maar bij partijen als SP, CDA en bovenal de VVD gaat het er minder om wat Wilders zegt of denkt en meer om wat hij uiteindelijk bereikt en – belangrijker nog – wat hij níét bereikt.
Ook daarbij spelen electorale overwegingen een rol. VVD, CDA en SP hebben nog de hoop zetels terug te halen bij de PVV. Een morele veroordeling van Wilders als gevaar voor de democratie zal potentiële PVV-kiezers eerder tegen de borst stuiten dan aanmoedigen om de oversteek te maken.
SP-leider Jimmy Dijk mengde zich de afgelopen week niet nadrukkelijk in het debat over Halsema. Hij concentreert zich vooral op de sociaal-economische beloften die Wilders heeft gebroken. Desgevraagd zegt de SP’er dat hij het wel wil benoemen als Wilders over de schreef gaat, maar ‘het moet niet de hoofdmoot worden’. ‘Uiteindelijk gaat het erom dat hij geen problemen oplost, maar alleen maar problemen creëert.’
Ook CDA’er Henri Bontenbal reageerde deze week relatief onderkoeld op Wilders. ‘Juist in een tijd van polarisatie hebben we mensen nodig die niet nog meer verdeeldheid zaaien’, zei Bontenbal in algemene zin. Zoals wel vaker wees hij Wilders daarbij op zijn verantwoordelijkheid ‘als leider van de grootste partij’. ‘Hij moet dit land bestuurbaar houden.’
De VVD voert de pragmatische aanpak het verst door. Het gaat er niet om of wat Wilders zegt staatsrechtelijk onverantwoord is, het gaat erom dat het niet productief is. ‘Ik wil leveren voor mijn kiezers, het verschil maken’, zei VVD-leider Dilan Yesilgöz dinsdag. ‘Dat doe je niet door af en toe een stuk rood vlees in de arena te gooien. Het zijn niet de teksten die horen bij een leider van de grootste partij.’
Er zijn meer VVD’ers die menen dat Wilders geen acuut gevaar vormt voor de Nederlandse democratie. Ook ex-premier Mark Rutte heeft die angst achter de schermen al gerelativeerd. Nederland is een land met een lange democratische traditie, met sterke instituten, veel checks-and-balances en een kiesstelsel dat coalitievorming onvermijdelijk maakt. Nederland is daardoor minder kwetsbaar dan jonge democratieën in Oost-Europa of landen met een winner takes all-stelsel, waarin één partij de meerderheidsmacht kan grijpen.
Bij de VVD leeft veel meer het idee dat de regeringsdeelname van de PVV ook louterend kan werken, al verkeerde de partij in shock toen Wilders de grootste bleek te zijn geworden. Het uitsluiten van de PVV had ook onmiskenbaar nadelen, meenden VVD’ers desondanks. Niet alleen werkte het ondermijnend voor het vertrouwen van die groep kiezers in de democratie, ook functioneerde de coalitievorming steeds moeizamer. Wat de kiezer ook stemde, uiteindelijk was er maar één uitkomst mogelijk: een middenkabinet vol ‘waterige compromissen’.
Bij een cordon sanitaire rond Wilders hadden VVD en GL-PvdA nu weer met elkaar moeten regeren. De VVD was ervan overtuigd dat zo’n nieuw middenkabinet zou leiden tot een uittocht van rechtse kiezers, net zoals de PvdA werd gedecimeerd na het monsterpact met Rutte in 2012.
De VVD neemt onder het kabinet-Schoof een afwachtende houding aan. De partij maakt er geen geheim van weinig fiducie te hebben in de voorgestelde opt-out in Europa, de noodwetgeving op asielbeleid of het plaatsen van ontmoedigende borden bij azc’s, maar staat de plannen wel toe. Het idee is dat Wilders – en ook Caroline van der Plas op het gebied van landbouw en natuur – het nu maar moeten laten zien. Het zijn hun plannen, en als het misgaat is het bovenal hun probleem. Uiteindelijk moet de kiezer beoordelen of PVV en BBB geschikt zijn om te regeren.
Zo staan de links-progressieve partijen en zeker de VVD in hun aanpak van de PVV lijnrecht tegenover elkaar. Yesilgöz krijgt nog steeds het verwijt dat zij de deur voor Wilders heeft opengezet en daarmee een onverantwoord risico nam met de democratische rechtsstaat. Omgekeerd kwam VVD-Kamerlid Thierry Aartsen afgelopen week met de kritiek dat GL-PvdA ‘ieder stuk rood vlees van Wilders oppakt’ om er anderen mee in het gezicht te slaan.
Zeker is dat Wilders voorlopig nog de toon aangeeft in de Nederlandse politiek. Als leider van de grootste partij heeft hij een groter podium dan ooit. Toch zal hij er ook van doordrongen zijn dat er veel pijlen op hem gericht staan op het moment dat het misgaat.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant