Voor arts en coach Simone Ardesch draait het bij het genezen van mensen om de interactie tussen geest en lichaam. Een pad waar de reguliere zorg nog altijd te veel aan voorbijgaat, vindt ze. ‘Dit is niet zweverig, maar juist geaard.’
‘In mijn ogen vindt er een fundamentele verandering in de gezondheidszorg plaats, waarbij het technisch en farmaceutisch gedreven model dat de regie bij de dokter legt, gecombineerd gaat worden met een bredere benadering waarbij de patiënt de regie in handen krijgt. In die benadering worden alle aspecten van gezondheid, dus ook bijvoorbeeld voeding en zingeving, betrokken bij het genezen en voorkomen van ziekte. De interesse onder artsen en verpleegkundigen daarvoor neemt de laatste jaren sterk toe.’
De 46-jarige arts Simone Ardesch leidt dat laatste af uit de groei die haar opleidingsinstituut doormaakt – in 2016 begint ze in haar eentje de Amsterdam School for Integrative Medicine and Health, inmiddels telt het vijftig docenten. Een andere indicatie: integratieve geneeskunde, zoals de door haar gepropageerde brede benadering van gezondheid wordt genoemd, vindt ingang bij reguliere ziekenhuizen. Afkomstig uit de Verenigde Staten, waar ziekenhuizen en universiteiten als Harvard en Yale er al langer mee werken, houden vijf Nederlandse oncologische poliklinieken zich ermee bezig –het toonaangevende Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis bereidt een ‘leefstijlpoli’ op deze leest voor.
Over deze serie
In Het Ideaal interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
In de ogen van Ardesch is oncologie een logisch startpunt: ‘Kankerpatiënten gaan vaak zelf op zoek naar wat ze kunnen doen.’ Dat artsen er ook voor openstaan, verbaast haar niet: ‘Je merkt dat het bestaande systeem aan het vastlopen is, zie het hoge aantal burn-outs. Er zijn zelfs jonge artsen die de volgende generatie afraden arts te worden.’
De aandrang mensen te helpen om te genezen, zit er bij haar van jongs af in. Haar jeugd speelt zich af in de jaren tachtig in Twente, als oudste dochter van een ambtenarengezin met twee jongere broers. In die jaren staan de media vol van de aidscrisis. Als 8-jarige zoekt ze een oplossing in de natuur: ‘Ik stampte boomblaadjes door elkaar en hoopte zo een medicijn te vinden.’
Die passie voor genezen leidt haar naar de studie geneeskunde in Groningen, waaraan ze na enkele jaren bestuurs- en organisatiewetenschap als tweede studie toevoegt. Aanvankelijk trekt de psychiatrie haar, later wordt ze bedrijfsarts bij onder meer KLM, enkele grote ziekenhuizen en de gemeente Amsterdam.
Voldoening biedt dat werk maar ten dele: ‘Ik leidde een fijn leven, maar was ook onrustig, omdat ik voelde dat dit niet mijn definitieve pad was.’ Anders wordt dat wanneer ze in 2010 aan een universiteit in het Amerikaanse Arizona integrative medicine gaat studeren: ‘Die studie leerde me dat alle lagen van het mens-zijn meespelen in het ontstaan van ziekte, maar ook van gezondheid.’
U kiest binnen de geneeskunde voor een geheel eigen pad. Begon dat al in uw studietijd?
‘Ik vond vakken als anatomie en celbiologie erg interessant en het halen van tentamens ging me gemakkelijk af, maar ik miste toch ook een diepere laag. Waarom gaat het alleen over het fysieke deel van ons mens-zijn, vroeg ik me af, waarom niet ook over onze geest, ons bewustzijn? Ook verbaasde het me dat aan zoiets belangrijks als voeding tijdens mijn hele studie maar een enkel uurtje werd gewijd. Al van jongs af had ik het verlangen grote vragen te willen doorgronden, ik wilde het mysterie van het leven begrijpen. Maar met mijn vragen over het waarom van ziekte en gezondheid vond ik geen weerklank bij mijn medestudenten. Ik verbaasde me erover dat die alleen maar bezig waren hun tentamens te halen.’
Bij de psychiatrie, waar u voor koos, kwamen toch wel andere dimensies aan bod?
‘Ik koos daarvoor omdat ik een fascinatie had voor de interactie tussen geest en lichaam, de inwerking van emoties en gedachten op het lichaam. In de psychiatrie hoopte ik daarover meer te leren. Als arts-assistent kwam ik bij een ggz-instelling in Amstelveen op de afdeling voor acute opnames. Daar kreeg ik te maken met mensen met psychoses, ernstige depressies of suïcidale neigingen. Ik probeerde wel dieper tot ze door te dringen, maar in de praktijk kwam mijn werk vooral neer op het voorschrijven van antidepressiva en slaapmedicatie. Ik heb dat drie jaar volgehouden, maar merkte dat het me geen goed deed. Ik was in de twintig, deed veel aan sporten en had nog geen kinderen, maar voelde me een stuk minder vitaal dan nu. Achteraf besef ik dat ik destijds mijn authentieke zelf nog niet tot expressie wist te brengen.’
Dacht u dat als bedrijfsarts wel te kunnen?
‘Dat was vooral een rationele overgang, want ik was ook afgestudeerd als bestuurs- en organisatiewetenschapper. Als je mijn twee studies combineert, is bedrijfsarts wel logisch. In die rol leerde ik over het belang van omgevingsfactoren: hoe de gezondheid van een organisatie mede de gezondheid van het individu bepaalt. Maar echt vervullend vond ik dat werk niet.’
Hoe kwam u op het spoor van integrative medicine?
‘Rond mijn 30ste kreeg ik een lezing onder ogen die een kinderarts op Amsterdam UMC had gehouden. Zij sprak over het intelligent combineren van technische en farmaceutische kennis met een meer holistische benadering van gezondheid: hoe werken lichaam en geest samen? Wat kun je doen met voeding? Precies de vragen die mij zo fascineerden. Ik mailde haar en dat werd het begin van een samenwerking en vriendschap. Zij was vijftien jaar ouder. ‘Als ik jouw leeftijd had, zou ik een Amerikaanse studie op dit vlak gaan doen’, zei ze. Dat was duur, zo’n 40 duizend euro, maar met mijn werk als bedrijfsarts kon ik dat net betalen.’
U begon daarna in Nederland in 2012 een eigen praktijk, maar kreeg te maken met persoonlijke aanvallen van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.
‘Ja, die beweerden dat mijn Amerikaanse studie niet aan een universiteit had plaatsgevonden, maar in een ‘alternatieve kliniek’. Over integratieve geneeskunde deden ze alsof het iets zweverigs was, terwijl universiteiten als Harvard en Yale zich ermee bezighouden. Mijn pleidooi voor mindfulness vonden ze belachelijk, wat je je nu nauwelijks nog kunt voorstellen. De hypnotherapie die ik aanbood, vonden ze ook maar niks, ook al is de effectiviteit daarvan met name in de kindergeneeskunde bewezen.
‘Waar het mij om gaat is niet zweverig, maar juist geaard – het uitgangspunt is dat je niet alleen kijkt naar de mens van vlees en bloed, maar ook naar zijn minder tastbare aspecten. Ziekte wijst wat mij betreft op een onbalans in die beide dimensies, een gedachte die je ook al in de traditionele Chinese geneeskunde terugvindt.’
Critici van de orenmaffia, een term van publicist Karin Spaink, vrezen dan dat patiënten de schuld krijgen van hun ziekte.
‘Schuld is een begrip waar we echt verre van moeten blijven, niemand creëert zijn ziekte bewust zelf. Maar de heling ervan verloopt in mijn ogen wel via een open houding tegenover de onbewuste lagen in onszelf. Die kunnen aan het ontstaan ervan bijdragen. Als je daarvoor een open oog hebt, kun je als arts aan de patiënt middelen geven waarmee hij met zijn eigen gezondheid aan de slag kan. Nu is de houding nog te vaak: als dokter weet ik wat voor jou werkt. Mij gaat het om empowerment: kracht geven aan degene met de ziekte door bijvoorbeeld andere voeding, een andere omgang met stress en een andere verhouding tot het leven.’
Kunt u dat concreter maken? U geeft mind-bodytrainingen, wat moet ik me daarbij voorstellen?
‘Deels gaat het daarbij om wat de wetenschap over de verhouding tussen lichaam en geest zegt: hoe hebben emoties of gedachten impact op onze fysiologie, ons zenuwstelsel, ons immuunsysteem? Er vindt tegenwoordig gelukkig veel onderzoek plaats naar emoties, bijvoorbeeld hoe chronische angst ons immuunsysteem ondermijnt.
‘Maar het draait ook om ervaringsgericht onderwijs – met onze cursisten doen we onder meer aan yoga en meditatie. Voor hen is het belangrijk oog te krijgen voor hun eigen onbewuste lagen om daarmee hun patiënten te helpen. Wetenschappelijk is aangetoond dat de kwaliteit van de behandelrelatie medebepalend is voor de uitkomst ervan – de mate van vertrouwen tussen arts en patiënt, de diepte van hun gesprekken, hebben een impact op de effectiviteit van de behandeling.’
Kunt u een voorbeeld geven?
‘Een oncoloog die zelf kanker heeft gehad, is een ander dan een oncoloog die dat niet heeft gehad. Die behandelt anders. Ik zeg niet dat je alles hoeft mee te maken, je hoeft niet zelf depressief te zijn geweest om iemand met een depressie te behandelen, maar er zijn wel basiselementen van ons mens-zijn, zoals verdriet en angst, die iedereen ervaart. Het helpt als je je bewust bent van je eigen kwetsbaarheid, dan kun je die ook in de behandelrelatie tonen. Tijdens onze trainingen leer je dat met elkaar te delen, waardoor je hele systeem, lichaam en geest, zich kan ontspannen en je beter in balans komt.’
Roept dat ervaringsgerichte onderwijs ook weerstand op?
‘Bij de KNMG (de beroepsvereniging van artsen, red.) leeft wel argwaan, zij kent aan traditionele kennisoverdracht nog altijd de hoogste waarde toe. In mijn ogen is deze vorm van onderwijs minstens zo belangrijk. We merken gelukkig ook dat de nieuwsgierigheid ernaar van artsen en verpleegkundigen sterk is. Vijf jaar geleden was er nog weinig vraag, nu hebben we onvoldoende plekken. Na de lastige beginjaren krijg ik tegenwoordig veel waardering en dankbaarheid terug, wat dit werk extra fijn maakt.’
Zit er ook een prijs aan het nastreven van uw ideaal?
‘Dat heb ik wel zo ervaren in de tijd dat ik pionierde, toen die persoonlijke aanvallen op mijn integriteit werden gedaan. Maar ik ben ten diepste gemotiveerd om door te gaan. Dat heeft te maken met het overlijden van mijn jongere broer. Hij was mijn beste maatje, ambitieus en sociaal, een echte wereldverbeteraar. Bij Unilever werkte hij aan duurzaamheid, maar hij droomde ook van een heel ander bestaan.
‘Op een gegeven moment raakte hij overbelast en heeft hij drie dagen achter elkaar niet geslapen. Toen is hij in een impuls uit het leven gestapt. Een enorm verdriet. Sindsdien heb ik het gevoel over een deel van zijn kracht te beschikken. Ik heb me ook heilig voorgenomen: als je iets wilt, wacht er niet mee. Na zijn overlijden besloot ik mijn opleidingsinstituut op te zetten, via crowdfunding. De resonantie die dat kreeg, had ik in mijn hele leven nog niet ervaren.
‘Een prijs die ik ook wel heb betaald, ligt op financieel vlak. Met dit werk verdiende ik zeven jaar lang een fractie van wat ik als bedrijfsarts kreeg, zo’n 10 procent. Maar dat was genoeg om een normaal leven te leiden, met een dak boven mijn hoofd, genoeg te eten en geld voor de sportclub van mijn kinderen. Bovendien voelde ik dat ik veel gelukkiger was, omdat dit werk me ten diepste vervulde. Het belang van zingeving heb ik zo aan den lijve ervaren.
‘Ik ben ervan overtuigd dat dat het meest impactvolle thema op je gezondheid is. Wanneer je in je leven iets doet, wat van belang is voor anderen, geeft dat een voortdurende stroom van energie. Zingeving is wat mij betreft ten diepste verbinding maken met wie je bent, met de ander en met alles om ons heen. Het heeft me in contact gebracht met de diepere lagen waarnaar ik mijn hele leven heb gezocht.’
Boektip: Radical Remission, Kelly Turner
‘Hoe kan het dat kankerpatiënten soms, tegen alle verwachtingen in, weten te herstellen? Kelly Turner, gespecialiseerd in integratieve oncologie, identificeert hun gemeenschappelijke factoren, zoals voedingsaanpassingen, het volgen van je intuïtie en stressreductie. De kracht van haar boek zit voor mij in de combinatie van wetenschap met de verhalen van overlevenden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant