Home

De ‘geur van geluk’ die na de Spelen in Parijs hing, heeft plaatsgemaakt voor die van natte jassen en rotte bladeren

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: in Parijs breekt na een vrolijke sportzomer de herfst aan. Het is misschien wel het mooiste seizoen, schrijft Eline Huisman.

De lichtheid van de Parijse zomer bezwijkt alweer onder het ondraaglijke gewicht van regenbuien en herfstigheid. Dus nu het leven ruikt naar natte jassen probeer ik zo hard als ik kan terug te denken aan de zomer.

Die komt normaal in vele geuren, maar in mijn standplaats rook ik dit jaar een nieuwe variant. Een hete mengeling van euforie en chauvinisme, in het Franse dagblad Le Parisien poëtisch geduid als ‘de geur van geluk’. Iedereen die niet de stad was ontvlucht voor de Olympische Spelen, raakte door de onweerstaanbare lichtheid daarvan bedwelmd.

De geur van geluk is cultureel bepaald, besefte ik afgelopen week opnieuw. Ik was terug in Nederland voor de correspondentendagen van de Volkskrant, waarbij collega’s aller landen hun standplaats hadden verlaten voor een weerzien met de redactie in Amsterdam. Vanzelfsprekend kwamen de Spelen – toch het hoogtepunt van het afgelopen jaar in Parijs – herhaaldelijk ter sprake.

Het Franse chauvinisme, zo bleek, heeft in Nederland een onuitwisbare indruk achtergelaten. Het uitzinnige juichen voor iedere Franse sporter, de Marseillaise die voortdurend door de stadions galmde – niet omdat het een volksliedmoment betrof, maar gewoon zomaar ingezet door de dienstdoende dj of anders wel het publiek. We vinden het typisch Frans, en blijven ons er desondanks over verbazen.

Hollands geluk ruikt anders. In het TeamNL Huis, het Nederlandse clubhuis tijdens de Spelen, herkende ik het deze zomer meteen. Op tientallen meters afstand van de ingang snoof ik de typische frituurlucht van kroketten op. Het brein registreert dan: je bent thuis.

Nederland is geen land, hooguit een bedrijf, kenschetste de Franse schrijver Michel Houellebecq in zijn roman Serotonine. Met een knap staaltje brand management, zou ik daaraan willen toevoegen. Tastbaar en concreet is de krokettenlucht als herkenbare huisgeur. Maar het Holland-gevoel zit ook in ongrijpbaarder zaken dan in een in hete olie gedoopte vulling in paneermeel.

Het zit in Rob Kemps en in de polonaise. In een ‘onder ons’-stemming, waarmee een willekeurige verzameling van vreemdelingen in oranje al gauw lijkt op een groep bruiloftsgasten, toegewijd aan het gezellig maken met elkaar. Het TeamNL Huis wilde deze zomer in Parijs ‘een gevoel van eenheid’ brengen en dat ging het verdraaid goed af. En over dat oranje: ‘Jullie denken dat jullie niet nationalistisch zijn’, reageerde een Franse vriend met wie ik de Nederlandse verbazing over het Franse chauvinisme deelde. ‘Maar oranje is een kleur die vrijwel niemand staat, en toch dragen jullie het massaal. Dat is pas vergaande vaderlandsliefde.’

Afijn, de geur van geluk dus. Van de Parijse zomer en de onweerstaanbare lichtheid. Hij maakt plaats voor een nieuw seizoen, voor de geur van natte jassen en rottende bladeren. Verzetten is verleidelijk, overgave is beter. Dan blijkt misschien wel de mooiste tijd aangebroken die je in deze stad kunt beleven, zolang je niets anders hoeft dan doelloos door de straten struinen of een glas rode wijn drinken achter het beslagen raam van een café. Als het ’s avonds weer vroeg donker wordt en de regen genadeloos uit de hemel klettert, weerspiegelt het licht van de straatlantaarns op de natte stenen in de lege straten. Dan schittert Parijs.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next