Een gezamenlijke hulpactie op televisie moet geld opleveren voor noodhulp aan mensen in Gaza, Libanon én Israël. ‘We zijn er voor alle slachtoffers aan alle kanten van dit conflict. Het is juist géén politieke keuze.’
‘Je hoort het misschien aan mijn stem,’ zegt Harm Goossens, actievoorzitter van Giro555 voor het Midden-Oosten en algemeen directeur van het Rode Kruis. ‘Ik begrijp het, maar het frustreert en irriteert me wel.’
De aankondiging dat er een gezamenlijke hulpactie komt, woensdag op televisie, voor het escalerende conflict in het Midden-Oosten ging deze week met gedoe gepaard. De Telegraaf meldde dat Ongehoord Nederland het oneens zou zijn met de verdeling van de gelden. Terwijl publieke omroepen daar helemaal niets over te zeggen hebben.
Over de auteur
Loes Reijmer is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over migratie, asiel en polarisatie
Allemaal ruis, zegt Goossens. ‘Het gaat om mensen in nood. Over een vrouw die op de vlucht van Libanon naar Syrië moet bevallen, kinderen die enorme stress en trauma’s hebben, de angst voor polio in Gaza. Donderdag is er weer een bom gevallen op een school in Beiroet met 22 doden tot gevolg. Dáár gaat dit over.’
Waarom komt er nu pas een gezamenlijke actie? In Gaza is al langer sprake van een humanitaire ramp.
‘In Gaza is aan alles een tekort: voedsel, water, medicijnen, tenten, dekens. Maar als iemand een euro geeft, moeten we die ook echt kunnen besteden. Dat was ingewikkeld in Gaza. Voor het conflict gingen er dagelijks driehonderd vrachtwagens met goederen naar binnen, nu zijn dat er zestig. Nog steeds is het erg lastig om hulp te bieden, maar we hebben betere logistieke ketens en distributieroutes kunnen opzetten.
‘De grote verandering is Libanon. De laatste twee weken is het conflict uitgebreid en geëscaleerd, waardoor er nog veel meer mensen in nood zijn. In Libanon zijn 1,2 miljoen mensen op de vlucht. Ook in Syrië en Israël is de nood hoog.’
Doorgaans komt u in actie op plekken waar de overheid niet goed hulp kan bieden aan de eigen bevolking. Toch is deze actie ook voor Israël, waar dat veel minder speelt.
‘Natuurlijk gaat het grootste deel van het geld naar Gaza en Libanon. Daar is de nood het hoogst en de infrastructuur het slechtst. Desalniettemin kunnen we óók hulp verlenen aan Israël. Ik ben onlangs in een van de kibboetsen geweest die is aangevallen door Hamas, daar is de nood eveneens hoog. Maar de concrete hulpvraag moet nog wel komen.’
Moet Israël erbij vanwege de gevoeligheid van het conflict, omdat de actie anders lastig te verkopen is?
‘Nee. Israël moet erbij, omdat wij er zijn voor mensen in nood. We zijn er voor alle slachtoffers aan alle kanten van dit conflict. Het is juist géén politieke keuze.’
In De Telegraaf werden percentages genoemd: 60 procent zou naar Gaza gaan, 35 procent naar Libanon en 5 procent naar Israel. Kloppen die?
‘Het ligt veel genuanceerder. Wij maken constant inschattingen waar de nood het hoogst is, zodat we onze middelen, geld en mensen het beste kunnen inzetten. Dat is heel fluïde, het bijna om dagkoersen. Maar het klopt wel dat veruit het grootste deel naar Gaza en Libanon gaat.’
Wat is de rol van de publieke omroepen? Hebben zij enige vorm van zeggenschap?
‘Nee, wij bepalen wanneer we in actie komen en waar we hulp bieden. We hebben de publieke omroepen wel hard nodig om ruchtbaarheid aan de actie te geven. Ik vond het natuurlijk jammer dat er bij twee omroepen discussie is ontstaan: welke twee weet ik niet. Het zou fijn zijn als iedereen meedoet, we hebben immers bewust gekozen voor de slogan ‘Samen in actie voor slachtoffers conflict Midden-Oosten’. Ik hoop oprecht dat we in Nederland even alle politieke gevoeligheden opzij durven te schuiven en puur kunnen focussen op de mensen in nood.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant