Zelfs de beste bedoelingen zijn te koop. Toen OpenAI – het bedrijf achter ChatGPT – van start ging, droomden de oprichters over een kunstmatige intelligentie die goed zou zijn voor de mensheid als geheel. Een winstoogmerk was er niet; het ging om het ideaal, om de ‘positieve menselijke impact’. Microsoft beloofde zelfs dat AI zou helpen de klimaatcrisis op te lossen.
Tech-columnist Kevin Roose schreef dat velen AI zien als een innovatie die de wereld zal veranderen, net als de stoommachine of elektriciteit – een nieuwe era vol gelukzalige bloei is nakende. Roose had ook wel een vermoeden waar die voorspoed terecht zou komen: bij de bedrijven die AI’s potentieel het beste weten te benutten.
En zo geschiedde. Vorige week zette OpenAI de ‘idealen boven winst’-gedachte bij het grofvuil om miljarden te kunnen ontvangen van durfinvesteerders en Microsoft. En Microsoft is er, ondanks hun groene praatjes, niet voor de planeet maar voor de winst: hun AI helpt oliebedrijven om nieuwe velden te vinden en hun fossiele productie te maximaliseren.
Nou ben ik sowieso niet erg optimistisch over AI. De technologie vreet koelwater en stroom in een tijd waarin de aarde zich dat niet kan veroorloven. Ze braakt regelmatig desinformatie en racistische shit uit. Ze plundert zonder toestemming of betaling het werk van talloze mensen, waaronder schrijvers en kunstenaars, om dat vervolgens in een soort digitale blender te gooien en er een grijzig gemiddelde van te draaien; een ongezoete havermoutpapvariant van wat ooit oorspronkelijk en creatief was.
Bovendien is er, ook onder kenners, onenigheid over of we moeten vrezen voor een soort killer-AI die de wereld gaat overnemen en ons allemaal gaat uitroeien. Ik heb geen idee hoe realistisch dat is, maar het roept in mij toch een zekere behoefte aan het voorzorgsprincipe op.
En nu zijn de idealen definitief gesneuveld en blijkt AI gewoon een ordinaire winstmachine voor het grootkapitaal te zijn. Terwijl de massa wordt zoetgehouden met handigheidjes – brood en gadgets – ontpopt AI zich tot de nieuwste manier om geld over te hevelen van arme mensen naar rijke.
Want dit is de voornaamste toepassing van AI, stelt schrijver Ted Chiang in een The New Yorker-essay: kijken welke taken menselijke wezens vervullen en dan een manier vinden om die menselijke wezens te vervangen. Dit is, niet toevallig, precies het type innovatie waar kapitalistische managementtypes lekker op gaan, want de bijbehorende besparing staat blits op de jaarrekening.
Een voorbeeld: uitgeverij VBK nodigde schrijvers onlangs uit om bij wijze van experiment hun boek te laten vertalen door AI. Naast het havermoutpap-bezwaar speelt hier het denivelleringsprobleem: geld dat eerst in de zakken van doorgaans matig betaalde vertalers belandde, eindigt zo bij AI-bedrijven en een grote uitgeverij.
Dit zou niet zo’n issue zijn als we een ander economisch stelsel zouden hebben. Jacobin-journalist Nathan Robinson fantaseert bijvoorbeeld over een AI-uitkering; zodra AI je werk overneemt, krijg jij een goed pensioen en mag je de rest van je leven doen wat je zelf zinvol vindt. Helaas leven we niet in zo’n samenleving, maar in eentje waarin mensen hun werk moeten verkopen om genoeg geld te hebben voor de huur. Als AI dat werk goedkoper kan doen, levert dat geen fijn en ontspannen leven op voor de maker of arbeider; het leidt tot wanhoop en armoede.
Over de auteur
Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Is er een manier waarop AI iets anders kan doen dan de messen van het kapitalisme slijpen’, vraagt Chiang zich af. Hij vreest dat het antwoord ‘nee’ is. Het doemscenario is volgens hem niet dat een AI de hele planeet verandert in paperclips – dit is blijkbaar iets waar mensen over nagedacht hebben – maar dat bedrijven zo fanatiek aan de haal gaan met AI dat ze ‘het milieu en de arbeidersklasse vernietigen in hun jacht op meer waarde voor aandeelhouders’.
Ze zeggen dat AI de wereld gaat veranderen, schrijft Chiang. Maar als dat zo is, dan hebben ze ook de plicht om die wereld beter te maken, niet slechter. Om een andere toepassing te vinden dan het versterken van de meedogenloosheid van het grootkapitaal. Want wat betekent vooruitgang als deze de levens van mensen niet beter maakt?
Ik zou zeggen: helemaal niets.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant