Dat muziekartiesten naar de Democraten neigen is al langer bekend, maar dit jaar (Taylor Swift!) zouden ze serieus gewicht in de schaal kunnen leggen.
Een liedje uit 1988 dan maar, van een oude rockband waarvan de meeste mensen niet eens weten dat hij nog bestaat? Zou ‘Team Trump’ dáár dan misschien mee wegkomen?
Niks hoor. Als de band in kwestie er op 26 september lucht van krijgt, verspreidt hun riposte zich via sociale media: ‘Little Feat is erop geattendeerd dat tijdens de Trump-campagne gebruik is gemaakt van het nummer Let It Roll. Hiervoor is op geen enkele wijze toestemming gegeven. Little Feat steunt de Trump-campagne niet. Indien nodig zullen juridische stappen worden ondernomen. Ga stemmen!’
Over de auteur
Menno Pot schrijft sinds 1998 voor de Volkskrant over popmuziek.
Wéér een nummer dat kan worden toegevoegd aan de lange lijst popliedjes die Donald Trump níét mag gebruiken. Wéér een artiest die zich tegen hem uitspreekt. Als een opiniepeiling onder popartiesten representatief zou zijn, was het allemaal duidelijk; dan wordt Kamala Harris op 5 november de nieuwe president van de Verenigde Staten, by a landslide.
De vraag blijft interessant: hoeveel invloed hebben popartiesten en hun liedjes werkelijk op de verkiezingen? Hoeveel gewicht legt hun steun (vooral aan Harris) in de schaal?
Vroeger was het vrij algemeen geaccepteerde antwoord: niet zo veel. Maar nu? Vroeger waren er geen sociale media, geen pop-memes, geen video-endorsements van artiesten die door tientallen miljoenen fans worden gevolgd.
Taylor Swift heeft alleen op Instagram al 280 miljoen volgers. Ter vergelijking: Donald Trump heeft er op dat platform 26,7 miljoen. Het officiële account van de president van de VS (‘Potus’) wordt op Instagram door 19 miljoen mensen gevolgd en op X door 36 miljoen.
De stem van de grootste popartiesten klinkt, dankzij internet en sociale media, veel luider dan vóór 2000. Daar komt in 2024 nog een specifieke factor bij: de saillante rol van vrouwen. Kamala Harris is een vrouwelijke kandidaat van kleur, die vrouwenrechten (waaronder het recht op abortus) hoog op de agenda heeft staan – en dat in een tijd waarin vrouwelijke popartiesten, onder wie veel vrouwen van kleur, meer dan ooit de lakens uitdelen in de commerciële voorhoede van de popmuziek. Zij kunnen enorme legers veelal jonge, vrouwelijke fans mobiliseren.
Nadat Taylor Swift zich op 10 september had uitgesproken voor Harris, registreerden minstens 400 duizend jonge, in meerderheid vrouwelijke Amerikanen zich voor een stembiljet. Als er ooit Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn waarbij de steun van popsterren werkelijk zoden aan de dijk zou kunnen zetten, zijn het die van 5 november wel.
Terug naar Donald Trump, die bij popartiesten voortdurend zijn neus stoot. Dat was in 2016 al zo, tijdens de campagne die hem naar het Witte Huis zou brengen: Neil Young (Rockin’ in the Free World), Adele, Leonard Cohen, Aerosmith, R.E.M. en vele anderen, tot Luciano Pavarotti en het Nederlandse 2 Unlimited (No Limit) aan toe, wilden niet met hem worden geassocieerd en verboden hem het gebruik van hun muziek. Je zou haast zeggen: You Can’t Always Get What You Want. Ook dát lied mocht Trump van The Rolling Stones niet gebruiken.
Acht jaar, een abortusverbod, een Capitoolbestorming en wat veroordelingen later, is het voor Trump zo mogelijk nog moeilijker geworden om een playlist voor zijn rally’s samen te stellen. Meestal gebruikt hij een liedje maar gewoon, totdat de brief van de advocaat van de rechthebbenden op de mat valt.
Zo ging het dit jaar met, om maar enkele voorbeelden te noemen, My Heart Will Go On van Céline Dion (een Canadese, sowieso een slecht idee volgens veel Trump-fans), de soulklassieker Hold On, I’m Comin’ van Sam & Dave (een compositie van Isaac Hayes), een paar liedjes van Abba (waaronder The Winner Takes It All), Seven Nation Army van The White Stripes, Nothing Compares 2 U van Sinéad O’Connor en (een verrassende keuze van kamp-Trump) Please, Please, Please, Let Me Get What I Want van de Engelse gitaarband The Smiths.
Het aantal artiesten dat Trump wél toestaat hun muziek te gebruiken, is klein (en het aantal artiesten dat hem expliciet steunt nog kleiner), maar er zijn er wel een paar. In november 2022 dineerde Trump op zijn golfresort Mar-a-Lago met de rapper Kanye West, die destijds nog overwoog om zelf een gooi naar het presidentschap te doen. De twee waren het over veel zaken eens. Als Trump een nummer van West draait, klinkt vanuit kamp-Kanye geen bezwaar.
Verrassender dan de coulance van de vrij ‘Trumpiaans’ denkende West is het zwijgen van countryveteraan Merle Haggard, die oogluikend toestond dat Trumps running mate J.D. Vance in juli opkwam op zijn liedje America First, dat hij in 2005 schreef als protestsong tegen president George W. Bush en de oorlog in Irak.
Haggard is zo’n countryster die zowel links-progressieve als rechts-conservatieve fans heeft. Haggard zelf heeft zich niet over de kwestie uitgesproken en laat het licht voor Trump zodoende op groen staan.
Eén bekende muzikant steunt Trump expliciet en zelfs officieel, als een soort ambassadeur: de theatrale rocker Kid Rock. Hij treedt op tijdens rally’s en partijbijeenkomsten en publiceerde in juli een video waarin hij op dreigende toon in de camera blafte: ‘You fuck with Trump, you fuck with me!’
Op Instagram heeft Donald Trumps beste muziekvriend overigens 1,3 miljoen volgers. Dat zijn er minder dan Lil Kleine.
Kamala Harris heeft het bij popartiesten aanzienlijk makkelijker, net als vrijwel al haar Democratische voorgangers, zeker als ze jeugdig en naar Democratische maatstaven progressief waren. Harris hoeft popsterren niet eens te vragen om hun steun. Die komt vanzelf wel.
Die vaststelling is niet nieuw. Popmuzikanten die de Republikeinse kandidaat verbieden hun muziek te gebruiken en hun steun voor de Democratische tegenstrever uitspreken: het is de voorbije veertig jaar een soort rituele dans geworden die er een beetje bij hoort.
Het eerste in het oog springende incident deed zich voor in 1984, toen Ronald Reagan tijdens zijn campagne de patriottische vuist balde op Born in the U.S.A. van Bruce Springsteen. Het was een van de grootste hits van dat jaar, gezongen door een all-American rockgod en sekssymbool met miljoenen jonge fans.
Springsteen had er geen toestemming voor gegeven en liet zijn verontwaardigde protest vergezeld gaan van een stukje tekstduiding: kamp-Reagan had het nummer compleet verkeerd begrepen. Het is geen patriottisch lied maar juist een aanklacht tegen de VS, over Vietnamveteranen die zich na thuiskomst door hun land in de steek gelaten voelen.
Reagan schudde met het oneigenlijke gebruik onbedoeld een geduchte vijand van de ‘GOP’ (Grand Old Party, de Republikeinse partij) wakker. Springsteen sprak zich tot 1984 zelden politiek uit, maar doet dat sindsdien vierjaarlijks. Zijn band met de Democraten is nauw. Barack Obama draaide in 2008 The Rising, Joe Biden in 2020 We Take Care of Our Own. Springsteens eloquente endorsement-video voor Harris (tevens vlammende waarschuwing tegen de aspirant-autocraat Trump) verspreidde zich op 3 oktober als een olievlek over het internet.
Amerika is de bakermat van het fenomeen campagnemuziek. Al in de 19de eeuw zetten Amerikaanse presidentskandidaten laagdrempelige, folk- en country-achtige liedjes in tijdens hun campagnes. Ze lieten ze vaak speciaal schrijven: liedjes over het leven van de kandidaat (een rechtschapen jongen die weet wat armoede is!), niet zelden gevolgd door een opsomming van diens politieke speerpunten.
De oudste voorbeelden in de archieven van de Library of Congress zijn meer dan 175 jaar oud, zoals The Harrison Song (voor William H. Harrison, 1840). Abraham Lincoln liet zich bezingen in een hele rij liedjes, zoals Our Abraham! en Campaign Song for Abraham Lincoln.
De eerste presidentskandidaat die zijn belofte aan de kiezer onderstreepte met een bestaand populair liedje was in 1932 Franklin D. Roosevelt. Na drie zware crisisjaren was het door iedereen meezingbare Happy Days Are Here Again (1930) van Annette Hanshaw de gewenste mantra.
Met het gebruik van bestaande liedjes kwam het risico dat de songschrijver of uitvoerende artiest er niet van gediend zou zijn en bezwaar zou aantekenen. Toch liet de eerste breed uitgemeten mediarel over muziekgebruik tot 1984 op zich wachten, omdat er vroeger minder media-aandacht voor campagnemuziek was, maar ook omdat Reagan een trend zette: gebruiken zonder om toestemming te vragen.
Kamala Harris hoeft niets te vragen. Popvrouwen als Beyoncé, Billie Eilish, Ariana Grande, Megan Thee Stallion, Cardi B, Charli XCX en Taylor Swift spraken ongevraagd hun steun voor haar uit. Dat hun liedjes veelvuldig klinken tijdens Harris’ campagne is daar een logisch uitvloeisel van.
Het nummer Freedom (2016) van Beyoncé werd aanvankelijk tijdens bijeenkomsten van zowel Harris als Trump gedraaid. ‘Vrijheid’ wil élke Amerikaan wel, al bedoelen progressieven en Trump-fans er verschillende dingen mee. Harris vroeg Beyoncé direct na haar kandidaatstelling om toestemming. Die kreeg ze. Met een expliciet endorsement erachteraan.
De spontane, breed uitgemeten steunbetuigingen van Charli XCX en Taylor Swift (zie de tijdlijn onderaan dit stuk) gaven Harris’ campagne een krachtige stoot wind in de zeilen op twee cruciale momenten: Charli XCX deed het daags nadat Harris naar voren werd geschoven (22 juli), Swift op de dag van het eerste en enige grote tv-debat (10 september).
Zo mogelijk nog populairder dan de steunbetuiging van Swift werd Trumps in kapitalen geschreven reactie erop, op 15 september afgevuurd via zijn netwerk Truth Social: ‘I HATE TAYLOR SWIFT!’ Swifties spijkerden het bericht massaal als een ereplaquette op hun digitale voordeurtjes.
Kamp-Trump reikt de Harris-aanhang wel vaker munitie aan. J.D. Vance zei in 2021 dat het land door de Democratische winst steeds meer wordt bestuurd door ‘kinderloze kattenvrouwtjes’. Als die oude uitspraak op 22 juli weer opduikt op X, gaat hij viraal en eigenen jonge vrouwen zich de kwalificatie massaal toe als geuzennaam. Taylor Swift ondertekent er op 10 september haar endorsement mee: ‘Taylor Swift, Childless Cat Lady’.
Ondertussen dendert Harris’ campagne door op de klanken van Beyoncés Freedom en het neo-feministische Femininomenon van popzangeres Chappell Roan, al weigert zij Harris expliciet te steunen.
Misschien zit in die songtitel de conclusie verstopt. De verkiezingen worden veel spannender dan een populariteitspoll tussen Kid Rock en Taylor Swift, maar dat vrouwelijke popsterren en hun jonge, vrouwelijke volgers erin geslaagd zijn om van Harris een popcultureel ‘femininomeen’ te maken, staat al wel vast.
Wat zijn de belangrijkste thema’s? En in welke staten wordt het spannend? Tien antwoorden op vragen over de verkiezingen.
Volg al het nieuws, analyses en reportages hier.
De onbekende countryzanger Oliver Anthony uit Virginia zet zijn lied Rich Men North of Richmond op YouTube, een ode aan de Amerikaanse arbeidersklasse. Het wordt een hit, en geliefd bij Republikeinen omdat het enkele rechtse standpunten over uitkeringstrekkers en belastingen (‘your dollar ain’t shit and it’s taxed to no end’) bevat. De zanger met de rode baard schrikt ervan en verklaart haastig dat hij met beide partijen niets heeft.
Joe Biden geeft gehoor aan de steeds luidere oproep om zich terug te trekken uit de verkiezingsrace. Kamala Harris neemt de fakkel over en lanceert op 25 juli haar eerste campagnevideo. Muziek: Freedom van Beyoncé.
Een dag na de grote Democratische wissel schrijft de Engelse Charli XCX op X: ‘kamala IS brat’. Brat is haar courante succesalbum, waarvan de titel verwijst naar vrijgevochten vrouwen die doen wat ze willen. ‘Team Harris’ neemt op de sociale media de limoengroene vormgeving van het album over. De sociale media doen de rest: een tsunami aan memes komt op gang. ‘Brat Summer’ breekt aan.
Een video uit mei 2023 duikt op. Kamala Harris verlaat een platenwinkel in Washington DC en toont haar buit: lp’s van Roy Ayers, Aretha Franklin, Charles Mingus en Louis Armstrong & Ella Fitzgerald. Het wordt een internethit en draagt bij aan Harris’ aureool van coole muziekvrouw. Er verschijnt een ‘Kamala Holding Vinyls’-generator, waarmee je Harris je favoriete lp omhoog kunt laten houden.
Donald Trump plaatst op de sociale media afbeeldingen van Taylor Swift en een aantal ‘Swifties’ die hun steun aan hem betuigen. De afbeeldingen blijken al snel nep, gegenereerd met kunstmatige intelligentie. Swift reageert er niet direct op.
Als Trump tijdens een rally in Arizona de gelijkgestemde Robert F. Kennedy Jr. ten tonele roept op de klanken van My Hero van de Foo Fighters, zet frontman Dave Grohl zijn verbod iets steviger aan: de royalty’s voor het gebruik zullen door de band gedoneerd worden aan de Harris-campagne.
Daar is het langverwachte endorsement van Taylor Swift. Ze zegt dat haar besluit om te onthullen op wie ze gaat stemmen, is ingegeven door het gebruik van misleidende AI-beelden door Trump. Ze noemt Harris een ‘stabiele, begenadigde leider’ en zegt onder de indruk te zijn van haar keus voor Tim Walz als running mate, omdat hij zich ‘al decennia sterk maakt voor ‘LGBTQ+-rechten, ivf en de zeggenschap van vrouwen over hun eigen lichaam’.
Tijdens het tv-debat van 10 september beweert Trump dat immigranten de honden en katten van Amerikaanse burgers opeten. Het Zuid-Afrikaanse YouTube-fenomeen The Kiffness maakt er pijlsnel een liedje van dat hilariteit veroorzaakt op sociale media: Eating the Cats.
Veertig jaar na zijn verzet tegen Ronald Reagans gebruik van Born in the U.S.A. meldt Bruce Springsteen zich met zijn endorsement van Kamala Harris en zijn waarschuwing tegen ‘de gevaarlijkste presidentskandidaat uit mijn leven’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant