In de overwegend witte bolwerken van diplomatie en internationale betrekkingen proberen vrouwen (van kleur) de situatie in Gaza aan te kaarten. Maar ze lopen daarbij voortdurend tegen een muur van vooroordelen op.
Tegen de achtergrond van een volgens het Internationale Gerechtshof ‘aannemelijke’ genocide door Israël in Gaza en in het licht van het tot nu toe complete falen van de westerse diplomatie om een totale oorlog in het Midden-Oosten af te wenden, is het onmogelijk een lichtpuntje te ontwaren.
Toch is er een opmerkelijke ontwikkeling die bijzondere aandacht verdient. Binnen verschillende westerse diplomatieke en ambtelijke diensten ontwikkelt zich een brede, georganiseerde beweging van tegenspraak tegen het overheidsbeleid met betrekking tot Gaza. In de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland namen verschillende ambtenaren het afgelopen jaar uit protest ontslag – en dat deden ze niet stilletjes.
Parallel daaraan spreken vele andere ambtenaren van nationale overheden en EU-instellingen – divers in rang, expertisegebied en aantal dienstjaren – zich uit via interne communicatiekanalen, open brieven en publieke protesten. Het openbare karakter en de breedte van deze beweging van tegenspraak is niet eerder vertoond en kan met recht historisch genoemd worden.
Over de auteurs
Angelique Eijpe, ex-diplomate (Nederland); Maryam Hassanein, voormalig door Biden-Harris benoemde adviseur bij het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken (VS); Faryda Hussein, rijksambtenaar en voormalig EU-ambtenaar (Nederland); Karim Kettani, EU-ambtenaar, co-voorzitter van Diversité Europe (diversiteitsnetwerk EU-ambtenaren); Melanie Schweizer, ambtenaar bij het Duitse ministerie van Arbeid en Sociale Zaken (Duitsland);
Annelle Sheline, ex-beleidsadviseur Midden-Oosten bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken (VS); Anosha Wahidi, afdelingshoofd bij het Duitse ministerie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Duitsland); Berber van der Woude, ex-diplomate (Nederland).
Dit stuk werd geschreven met een grotere groep vrouwen die nog in dienst zijn bij ambtelijke organisaties aan beide kanten van de Atlantische Oceaan en anoniem willen blijven. De personen hierboven ondertekenen ook namens hen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een specifiek kenmerk van deze mondiale beweging van tegenspraak moeten we belichten. En dat is het feit dat het vrouwen zijn die de beweging hebben gestart, haar leiden en dragen. Met een bijzondere rol voor vrouwen van kleur.
Zij stuitten daarbij voortdurend op de vooroordelen waar vrouwen zo vaak te maken mee krijgen in door mannen gedomineerde werkvelden, zoals de conflictdiplomatie. Aan beide kanten van de Atlantische Oceaan werden professionele en goed gedocumenteerde bezwaren, die leunen op argumenten van regionale stabiliteit (inclusief Israëls eigen veiligheidsbelangen) en het internationale recht, van tafel geveegd als ‘emotioneel’. Alsof het bezwaar dat deze vrouwelijke professionals hebben tegen genocide gaat over gevoelens, in plaats van over een op feiten gebaseerde analyse van beleidsfalen.
In sommige gevallen werden medewerkers die pleitten voor de-escalatie en handhaving van de rechtsorde niet serieus genomen op basis van hun voorkomen of (vermeende) persoonlijke overtuigingen. Alsof vrouwen van kleur, en in het bijzonder moslima’s en Arabische vrouwen, zich alleen uitspreken vanwege hun eigen religieuze of etnische achtergrond en niet omdat ze hebben gezworen de grondwet en rechtsstaat te dienen.
De neiging de bezwaren van experts af te doen als een kwestie van emoties werd het duidelijkst toen zowel het Amerikaanse als het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken ‘luistersessies’ organiseerde waar andersdenkenden, vooral vrouwen, werden uitgenodigd om hun zorgen over het Gaza-beleid te delen. Maar de sessies waren ingericht voor het praten over gevoelens, niet voor het voeren van beleidsdiscussies op basis van nationale veiligheid en internationaal recht.
In het Witte Huis werden daarbij speciale luistersessies gehouden voor Joodse en moslim-medewerkers, wat het narratief versterkte dat het ging om een zaak van religie en emotie, in plaats van rationeel denken.
Het laatste jaar heeft niet alleen laten zien dat onze westerse regeringen niet bereid zijn de meest fundamentele onderdelen van het internationale recht te handhaven. Maar ook dat, als het er echt op aankomt, al die overheidsinspanningen om de gender- en culturele diversiteit en inclusie te bevorderen, weinig meer blijken dan oppervlakkig symbolisme.
Een enkele uitzondering daargelaten, zoals de Amerikaanse ex-directeur
wapenexportbeleid Josh Paul, waren het het afgelopen jaar de kwetsbaarste medewerkers – vrouwen (van kleur) op de lagere treden van de hiërarchie – die het zware en voor de carrière meest risicovolle werk deden. Daarbij werden de tekortkomingen zichtbaar van de overwegend door witte mannen geleide instituties van internationale betrekkingen en nationale veiligheid. En hoewel hogergeplaatste, mannelijke medewerkers in informele settings vaak toegaven de kritische analyses te delen, kozen zij er om strategische redenen en omwille van hun carrière voor om niet achter hun vrouwelijke collega’s te gaan staan.
Terwijl het hele Midden-Oosten op het punt van ontploffen staat, zitten onze overwegend witte mannelijke politiek-bestuurlijke leiders stevig in het zadel. Willen westerse ambtelijke organisaties daadwerkelijk in staat zijn om de gruwelijkste gevolgen van racisme – oorlogsmisdrijven, misdaden tegen de menselijkheid en genocide – te voorkomen, dan is het cruciaal dat onze instituties hard aan het werk gaan om de hardnekkige cultuur te ontmantelen waarin als westers beschouwde levens meer waard zijn dan andere. Echt luisteren naar medewerkers en collega’s die niet in de mal passen van de typische witte mannelijke beleidsmedewerker, is daarvoor een goed begin.
Want waar al deze ‘hysterische vrouwen’ sinds 7 oktober 2023 voor hebben gewaarschuwd, is uitgekomen. Het is tijd om te erkennen dat de aloude reflex van blinde, onvoorwaardelijke steun aan oude vrienden en bondgenoten ver over de houdbaarheidsdatum is. De wereld is veranderd en de zogenaamde ‘rationele’ en ‘realistische’ mannen die de ivoren torens van het buitenlandbeleid domineren, zagen dat niet aankomen.
In dat licht dringt de vraag zich op: wanneer gaan mannen in de bolwerken van diplomatie en internationale betrekkingen de ongemakkelijke maar accurate perspectieven van hun vrouwelijke collega’s eindelijk verwelkomen?
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant