Digitale inzenders ten spijt, volgens de jury gaat het bij schilderkunst om aanraakbaarheid. Koning Willem-Alexander reikte donderdagmiddag de prijzen uit aan Faria van Creij-Callender, Shivangi Kalra en Tobias Thaens.
De winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst ontvangen elk 9.000 euro. Hun kunstwerken zijn vanaf vrijdag 11 oktober samen met die van de overige genomineerden te zien in het Paleis op de Dam in Amsterdam. Daar benadrukte koning Willem-Alexander bij de uitreiking: ‘Eigenheid, autonomie, vernieuwing: het zijn belangrijke waarden in de kunst.’
De Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst is een van de oudste kunstprijzen van Nederland, die al sinds 1871 wordt uitgereikt aan schilders tot 36 jaar. Dit keer hadden 483 inzenders hun werk ter beoordeling ingezonden. Twintig gelukkigen zijn nu in het paleis te zien.
Over de auteur
Anna van Leeuwen is kunstredacteur bij de Volkskrant. Ze schrijft over tentoonstellingen, musea, kunstenaars en de kunstmarkt.
Hun stijlen en technieken zijn, zoals ieder jaar, heel uiteenlopend. Ze schilderen abstract etherisch of juist grof cartoonesk en werken met olieverf of krijt. Het moet voor de zevenkoppige jury een lastige oefening in appels en peren vergelijken zijn, of zoals een van hen volgens het juryrapport het proces typeerde: ‘kill your darlings’.
Een extra uitdaging voor de jury was de beoordeling van een nieuwe werkwijze. Een aantal inzenders vermeldde namelijk als techniek ‘digital painting’. Het stelde de jury in hun eerste schifting (waarbij ze de werken op hun computer bekijken) voor raadselen, blijkt uit het juryrapport: ‘Het riep de vraag op of het werk in de vorm van een schilderij wel bestond, en of de afbeelding wellicht door AI gegenereerd zou zijn?’
In de tentoonstelling zien we hier niets van terug. De jury kan ‘digital painting’ eigenlijk ook niet serieus nemen, aangezien ze de schilderkunst opvat als tegengesteld aan digitaal. Dat blijkt uit haar rapport: ‘In de inzendingen herkende de jury de noodzaak van deze generatie om ondanks een wereld vol digitale schermen te kiezen voor het aloude medium van de schilderkunst, waarin de tactiliteit van het oppervlak ook een rol speelt.’
Het klinkt eigenlijk alsof de ‘digitale schilders’ gediskwalificeerd werden. Mogelijk ging het hier niet om appels en peren vergelijken, en ook niet om darlings killen, maar om rotte appels?
Het klinkt misschien logisch: een schilderij dat niet bestaat valt niet te beoordelen; maar toch is het opvallend dat hier impliciet zo’n grens wordt getrokken. De Prijs neemt het meestal juist niet zo nauw met de definitie van schilderkunst. Vorig jaar was Ricardo van Eyk een van de winnaars; hij bewerkte platen roestvrijstaal, daar kwam geen kwast aan te pas.
En eerder konden bijvoorbeeld textielkunst, fotografie, assemblages en sculpturen van piepschuim meedingen naar de schilderkunstprijs. En zei koning Willem-Alexander niet zelf dat kunst ook ging om ‘vernieuwing’?
Het dossier ‘digital painting’ zal in ieder geval niet gemakkelijk te sluiten zijn. De geest van AI gaat niet terug in de fles en zal de komende jaren in het paleis vast nog voor wat hoofdbrekens zorgen.
Een andere trend, volgens het juryrapport, is dat er ‘meer abstracte inzenders’ waren dan vorig jaar. In de tentoonstelling valt dat niet op: we tellen er drie. Wel werd een abstracte schilder beloond met de prijs, namelijk Tobias Thaens (25). Zijn doeken bestaan uit veel doorzichtige lagen verf, waarmee hij diepte suggereert. Een van de schilderijen in het paleis doet daarom denken aan een doolhof vol roze en oranje vitrages.
In een donkerder schilderij van Thaens is wel een solide vorm te zien, misschien is het een mens dat achterover valt. De titel is Rouwmantel. Zelf kreeg de kunstenaar te maken met ‘een heel plotseling tragisch verlies’, staat in de tentoonstellingscatalogus. Het heeft zijn schilderijen veranderd, omdat hij gevoeliger werd.
Hij komt tot zijn composities door de natuur te bestuderen. Dat leidt tot keuzen die niet per se navolgbaar zijn: ‘Ik wilde dat de focus van het schilderij ver van het midden lag, net als bij de vleugels van nachtvlinders.’
Maar die keuzen werken wel. De jury roemde ‘de balans tussen intuïtie en compositie’ in zijn schilderijen.
Ook achter de schilderijen van winnaar Faria van Creij-Callender (26) gaat een studieuze aanpak schuil. Maar bij haar gaat het dan vooral om de schildertechniek. Toen zij als kunststudent tijdens de lockdown noodgedwongen haar slaapkamer als atelier begon te gebruiken, leerde ze zichzelf via online-tutorials olieverf te gebruiken. Ook verdiepte ze zich in de technieken van Caravaggio en Rembrandt.
Met hulp van die technieken schildert ze scènes waarin fictieve zwarte vrouwen centraal staan. Daarmee past Van Creij-Callender in een illuster rijtje winnaars van voorgaande jaren die zwarte mensen verbeelden om de zwart-witbalans in de kunst te corrigeren (zoals Iriée Zamblé en Neo Matloga).
Op The 24th of August zien we een vrouw in een rode jurk zitten in een grasveld. Opvallend detail: die paardentatoeage op haar arm. Dit blijkt een verwijzing naar de ‘paardenmeisjes’ met wie Van Creij-Callender op school zat: ‘Het roept direct een bepaalde associatie op en ik vind het leuk om daarmee te spelen’
De schilderijen van Shivangi Kalra (25) roepen weer een andere, geheel eigen wereld op. Zij schildert scènes die uit dromen of zelfs nachtmerries lijken te komen. Op het indrukwekkende grote schilderij And nobody said anything is te zien hoe een kroonluchter vlam vat, terwijl in dezelfde kamer een tijgervloerkleed een aantal hoofdloze figuren aanvalt.
Kalra haalt voor haar olieverfschilderijen inspiratie uit haar eigen herinneringen. Elk schilderij gaat gepaard met een soort beschrijving, verhaal of gedicht, waarin de ik-persoon zowel zelf in de schilderijen aanwezig is, als ze lijkt te schilderen.
Zo schreef ze bij een rustiger schilderij met op de voorgrond een graslandschap: ‘Elke keer als ik me verstikt voel, kom ik buiten om gras te schilderen.’
Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2024.
11/10 t/m 10/11, Koninklijk Paleis, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant