Home

Ja, zelfs met een óntrouwe dienstbode zou ik al dolblij zijn

Ik werd wakker met een onheilspellend gevoel. En ja hoor: ik was jarig. 59, een leeftijd waar werkelijk niets positievers over te zeggen valt dan ‘nou ja, het is nog geen 60’. Ik kreeg een kopje thee op bed, dat wel. Daar lag ik, te overpeinzen wat ik nu eens graag zou willen, voor mijn verjaardag.

Dat schoot niet erg op. Ik wilde eigenlijk alleen maar dingen níét, namelijk: niet douchen, en niet de krant lezen. Niet douchen is heel eenvoudig. Je blijft gewoon 10 minuten langer in bed liggen en zegt tegen jezelf: ‘wat lig ik hier lekker níét te douchen’. Ik kan het iedere jarige aanraden.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

De krant niet lezen is al lastiger. Ik blijf toch nieuwsgierig wat Sheila er allemaal van vindt, of Sander, of Asha, of Max (al weet ik het meestal al van tevoren), en dan lees ik hun meningen, en dan ga ik alles schuimbekkend béter zitten te weten. Dat geeft enorm veel onrust, en dat wil ik niet, op mijn verjaardag.

De krant liet ik dus angstvallig op de mat liggen. De uitgespaarde tijd besteedde ik aan een verrukkelijk, honderd jaar oud kinderboek over ‘De Canneheuveltjes’, een gezin waarin alles precies is zoals ik het graag zie: een zachte, zichzelf wegcijferende Moeder, een joviale Pa, een stel ravottende kinderen, onder wie een kwikzilverig dochtertje met ‘zwakke longen’, ja, dan weet je al wat haar boven ’t hoofd hangt (maar ze gaat kuren in Zwitserland en dan komt alles toch nog goed), een oudste zoon die voor Dokter studeert, plus een bedlegerige tante met heimwee naar Indië, en natuurlijk de trouwe dienstbode, Bet.

(Trouwe dienstbodes heten altijd Bet. Ja, je hebt ook wel dienstmeisjes die Leentje of Ali heten, maar die zijn veel jonger, 15 of 16, en snoepen uit de suikerpot of stelen blikjes zalm uit de voorraadkast, en/of een zilveren theelepeltje, waarna ze teruggestuurd worden naar hun haveloze moeder en dronken vader.)

En kijk eens aan, Bet is óók al jarig! ‘Bet werd vuurrood en haar handen trilden toen ze ’t etui opende en ’t mooie horloge eruit nam...’t is te veel, Mevrouw, Menheer, ik kan d’r niet genoeg voor danken, ’k hoop alsdat ik het tot mijn dood zal gebruiken in uw huis.’

Ach, had ik maar een trouwe dienstbode! Ja, zelfs met een óntrouwe, lepeltjes stelende dienstbode zou ik al dolblij zijn. (Wat kan mij zo’n lepeltje schelen?) Met een spijtige zucht klapte ik het heerlijke boek dicht. Het was tijd om een stukje te gaan tikken. Al was ik dan ook honderd keer jarig: íémand moet het doen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next