Home

Wilde dieren leven in steeds kleinere groepen: 'Mogelijk onomkeerbare gevolgen'

Groepen wilde dieren leven in steeds kleinere groepen. De populaties zijn in vijftig jaar tijd met gemiddeld 73 procent gekrompen. Vooral in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied gaat het hard.

De cijfers komen uit het Living Planet Report, dat het Wereld Natuur Fonds (WWF) elke twee jaar publiceert. De laatste jaren blijkt dat de populaties (groepen) van wilde dieren steeds wat kleiner worden.

In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied was de achteruitgang tussen 1970 en 2020 het grootst, de periode waarover cijfers zijn bijgehouden. Daar krompen de populaties met gemiddeld 96 procent. In Afrika ging het om een krimp van 76 procent en in Azië om 60 procent.

Recentere cijfers dan die van 2020 zijn er niet. Wereldwijd zijn 35.000 populaties van bijna 5.500 diersoorten onderzocht. Het kost volgens het WWF jaren om op basis van die resultaten conclusies te trekken.

De populaties in Europa en Noord-Amerika zijn sinds 1970 ruim 30 procent kleiner geworden. Volgens het WWF is de krimp daar veel beperkter, doordat de achteruitgang van de natuur op die continenten al voor 1970 zichtbaar was. Vijftig jaar geleden was de situatie daar slechter dan op andere continenten.

"De komende paar jaar zijn cruciaal om verder natuurverlies te stoppen", zegt Jelle de Jong, directeur van de Nederlandse tak van de natuurorganisatie. "Anders dreigen ecosystemen zoals de Amazone, het Arctisch gebied en koraalriffen een kantelpunt te bereiken, met mogelijk onomkeerbare veranderingen. Het is nog niet te laat, maar de tijd tikt door."

Als ecosystemen verdwijnen, kan dat ook gevolgen hebben voor mensen. De combinatie van alle verschillende soorten planten, dieren en schimmels zorgt voor onder meer schone lucht, schoon water en bestuiving van planten. Als bepaalde soorten er niet meer zijn, kan dat dus gevolgen hebben voor de kwaliteit van de lucht of het water.

Het is niet zo dat er helemaal geen soorten mogen verdwijnen, dat is ook een natuurlijk proces. Alleen is het tempo waarin dat nu gaat veel hoger. Daarbij is vaak niet bekend welke soorten kunnen verdwijnen voor een ecosysteem instort.

Uit het tweejaarlijkse onderzoek van het WWF blijkt dat de afname het grootst is onder zoetwaterdieren. Wereldwijd gaat het om een gemiddelde afname van 85 procent. Dat komt doordat het leefgebied van die dieren verdwijnt. Maar ook door obstakels, zoals dammen en stuwen in rivieren. Daardoor zijn vissen niet altijd meer in staat om hun migratieroutes af te leggen.

Ook in het Nederlandse water liggen die obstakels. Tienduizenden sluizen en dammen belemmeren bijvoorbeeld de paling bij het zwemmen, rekende RAVON drie jaar geleden uit. In de Europese wateren liggen nog 150.000 barrières voor vissen die geen functie meer hebben, concludeerde het WWF vorig jaar.

Het Living Planet Report is niet alleen maar negatief. Er zijn ook enkele lichtpuntjes. Met sneeuwluipaarden en berggorilla's gaat het bijvoorbeeld goed. En ook de Europese bizon, die in 1927 in het wild is uitgestorven, gaat vooruit. Inmiddels zijn er bijna zevenduizend, verspreid over tien landen.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next