Home

Emerson Fittipaldi over eerste wereldtitel McLaren: "Goede energie"

Interview door Marije Dijkstra

De Braziliaan Emerson Fittipaldi wordt in 1972 voor het eerst wereldkampioen bij het vermaarde Team Lotus van teambaas Colin Chapman. Een jaar later eindigt Fittipaldi achter Jackie Stewart op de tweede plaats in het kampioenschap, mede door een aantal betrouwbaarheidsproblemen met de Lotus 72E.

Fittipaldi vindt het hoog tijd om voor 1974 op zoek te gaan naar een ander team. Een telefoontje van tabaksmerk Marlboro, dat interesse heeft om met de Braziliaan de Formule 1 te betreden, zet een en ander in gang. "Ik wilde weg bij Lotus, naar een nieuw team", zegt de inmiddels 77-jarige coureur als Motorsport.com hem spreekt tijdens de TABAC Classic GP, enkele weken geleden op het TT-Circuit in Assen. "Toen belde Marlboro me en zij vertelden me dat ze BRM voor me in gedachten hadden." BRM is met name halverwege en eind jaren zestig succesvol en Fittipaldi heeft dan ook weinig oren naar een avontuur bij dat team. "Ik zei bedankt voor de uitnodiging, maar er moet een ander team komen. Ze zeiden vervolgens ‘oké, je gaat naar Engeland en je kiest zelf het team.'"

1974: het jaar waarin McLaren de Indy 500 en de F1-titel won

Fittipaldi die op dat moment in Zwitserland woont, trekt de stoute schoenen aan en meldt zich bij Brabham, het team waar zijn broer Wilson rijdt en waar Bernie Ecclestone de scepter zwaait. "Dat was een heel goed team, met [ontwerper] Gordon Murray, ik mocht hem echt." De deal komt echter niet van de grond en dus probeert Fittipaldi zijn geluk bij Tyrrell. “Stewart was daar net met pensioen gegaan. Dat was ook een heel goed team dat net het wereldkampioenschap had gewonnen. Vervolgens ging ik naar McLaren. Toen ik daar kwam, voelde ik een goede energie. Het waren heel jonge mensen, een klein team, en ze hadden een goede auto.”

Enthousiast over het team dat pas enkele jaren (sinds 1966) bestaat en dat nog kampt met de naweeën van de dood van oprichter Bruce McLaren in 1970, besluit Fittipaldi het erop te wagen. "Ik ging terug naar Zwitserland, waar het hoofdkwartier van Philip Morris [en dus Marlboro] zat. Ik zei daar: 'kies McLaren.'" Dat idee valt in eerste instantie niet in goede aarde bij de tabaksproducent, maar de Braziliaan drukt door en krijgt zijn zin. "Ze zeiden dat McLaren nog nooit het kampioenschap had gewonnen. Maar ik had zoiets van we zullen het laten zien en vervolgens wonnen we het eerste kampioenschap."

Na die dubbele wereldtitel van 1974, rijdt Fittipaldi ook in 1975 bij McLaren, maar de Braziliaan en het team moesten het dat seizoen afleggen tegen Ferrari en Niki Lauda. Hij verhuist vervolgens naar Copersucar, het Braziliaanse team van broer Wilson Fittipaldi. De samenwerking tussen Marlboro en McLaren met de iconische rood-witte livery houdt wel stand, tot en met 1996 zelfs.

Emerson Fittipaldi in actie in zijn Lotus 72D tijdens de Classic GP in Assen

Source: Motorsport

Previous

Next