Home

Hoe klinkt de ruimte? Zes – volstrekt verschillende – soundtracks bij astronautenfilms

Voor veel (film)componisten blijkt de kosmos een oneindige bron van inspiratie. Ze geven er allemaal een eigen draai aan, van jubelende bombast tot doodse stilte.

Astronaut André Kuipers (66) heeft met zijn beeldcollage Beyond: Ode to the Earth een fraai bewegend vakantiealbum afgeleverd. Tweemaal werd hij vanaf ruimtebasis Bajkonoer naar het ruimtestation ISS gekatapulteerd – in 2004 en 2011, en die beslissende levenservaringen wil hij graag met de kijkers delen.

Want, zoals we laatste decennia meer astronauten hebben horen zeggen (te beginnen met die van de Apollo 8): vanuit de ruimte bezien is de aarde slechts een wankel scheepje. We kunnen er beter zuinig op zijn, want we hebben er maar één.

Over de auteur
Rob van Scheers schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

De begeleidende muziek bij Kuipers’ gethematiseerde filmbeelden van zijn uitzicht op de aarde – steden, woestijnen, bergen, poolkappen – komt van Vangelis (1943-2022). André Kuipers is groot fan van de Griekse componist; hij leerde hem ook persoonlijk kennen, er bloeide een vriendschap op.

‘De ijle klanken van zijn muziek maken het voor mij de perfecte ruimtesoundtrack’, zei Kuipers in 2019 in de Volkskrant. ‘Het is muziek die dingen mooier maakt. Dieper, kleurrijker. In het ISS had ik Vangelis vaak opstaan als ik naar de aarde keek.’

En het is waar: Evangelos Odysseas Papathanassioui, zoals zijn volledige naam luidde, heeft eerder een paar puike soundtracks afgeleverd. Voor zijn aandeel in de Britse sportfilm Chariots of Fire (1981) won hij een Oscar. En met de single Conquest of Paradise, afkomstig van de soundtrack van 1492, de Columbusfilm van Ridley Scott, scoorde hij in 1992 een wereldwijde nummer 1-hit.

Flarden, en hele nummers zelfs, van Vangelis’ synthesizerpop komen nu weer tot leven onder de beelden van Beyond. Atmosferische toonreeksen, 78 minuten lang, want voor André Kuipers klinkt de ruimte nu eenmaal zo. Nou ja, imaginair natuurlijk, want in de ruimte bestaat in het geheel geen geluid.

Voor ruimtefilms is momenteel de Duitse Hollywoodcomponist en tweevoudig Oscarwinnaar Hans Zimmer (67) de grote man. Hij schreef voor blockbusters als Interstellar (2014, Christopher Nolan) en Dune 1 & 2 (2020/2023, Denis Villeneuve), en zelfs de sequel van Blade Runner: Blade Runner 2049 (2017, Denis Villeneuve).

Doorgaans zitten Zimmers soundtracks doortimmerd in elkaar. Enige pathos is de man niet vreemd, maar zijn composities doen precies wat ze moeten doen: het verhaal ondersteunen.

Maar zou je deze muziek thuis ook afspelen? De muziek als muziek beluisteren, zoals je dat met Ennio Morricone – die nog de fraaie soundtrack voor het geflopte Mission to Mars (2000, Brian De Palma) schreef – kunt doen? Die status is lang niet voor alle musici weggelegd.

Wel blijft de ruimte voor veel componisten een oneindige bron van inspiratie. Voor degenen die er nooit zijn geweest, oogt de ruimte als een onbestemde, vijandige, gevaarlijke, eenzame, maar ook overweldigende plek. Muziekauteurs geven er allemaal een eigen draai aan. We legden zes variaties naast elkaar.

1. De ruimte volgens John Williams: jubelende bombast

In de nog te verschijnen documentaire Music by John Williams (vanaf 1 november op Disney Plus) zegt Steven Spielberg het zo: ‘De beste manier om te begrijpen hoe filmmuziek werkt, is dit: speel dezelfde scène twee keer af, de eerste keer zonder geluid, de tweede keer met. Je zult de briljante hand van John Williams onmiddellijk herkennen.’

John Williams (1932) begon al in 1960 met soundtracks, en vanaf Jaws (1975) deed hij zo ongeveer alle Spielberg-films – diens ruimtesprookjes incluis. Williams blijkt een uitgesproken optimist, want zijn muziek telt zelden dissonanten.

Een paar hoogtepunten: in Close Encounters of the Third Kind (1977) heb je die confrontatie tussen de zojuist gelande aliens in hun moederschip en een groep wetenschappers. Verrassend: met eenvoudige tonen op een synthesizer voeren ze een vredelievende dialoog.

Lieflijk wordt de muziek in E.T. (1982) als Elliott op zijn crossfiets met het ruimtewezen in zijn mandje het hazenpad kiest. Ze zijn op de vlucht voor de autoriteiten, en E.T. laat hun fiets vliegen... we zien ze gaan als een silhouet, afgezet tegen een volle maan.

Maar Williams’ meest gespeelde ruimtecompositie zal toch wel de ouverture van George Lucas’ Star Wars (1977) zijn. Terwijl de openingstitels over het scherm rollen (‘A long time ago in a galaxy far, far away...’) wordt het jubelende openingsthema van de Star Wars-reeks ingezet door een vol orkest.

Dit, zo wordt snel duidelijk, is Verdi’s Triomfmars voor de twintigste eeuw. Tá-dá-tá-tá-tá-dá-tá-dá. Op het pompeuze af, maar er hangt direct verwachting in de lucht. De kijker begrijpt: we staan op het punt een groot avontuur te beleven.

En dat is ook zo. George Lucas zegt in de documentaire: ‘ Zonder de muziek van John Williams was mijn Star Wars was nooit zo groot geworden.’

2. De theremin: zo klonk de ruimte begin jaren vijftig

Ver voor Star Wars bestond er al een hele verzameling Amerikaanse ruimtefilms, met name ten tijde van de Koude Oorlog. De aliens die de aarde wisten te bereiken waren in de Amerikaanse beleving vooral vermomde Russen. Daar was juist weinig optimistisch aan; dit was onversneden paranoia.

Bij de muziek in deze films deed altijd de theremin (oorspronkelijk ook wel de thereminvox) mee. De mysterieuze avant-garde-uitvinding van de Russische professor Leon Theremin (1896-1993) oogt als een simpel houten kastje met twee antennes. Binnenin produceren twee elektrische oscillatoren trillingen, en de magnetische velden die daarmee rond de antennes ontstaan benader je met de hand.

De staande antenne is voor hoog en laag, de ronde aan de zijkant voor hard en zacht. De variabele fluittoon van de theremin houdt het midden tussen een zingende zaag en een verkouden sopraan; het bereik is vijf octaven.

De Beach Boys gebruikten het specifieke geluid van de theremin bij hun hit Good Vibrations (1966), en de vooraanstaande filmcomponist Bernard Herrmann toverde er de gekste griezelgeluiden uit bij het sciencefictiondrama The Day the Earth Stood Still (1951). Daarin komt de alien Klaatu tijdens de Koude Oorlog per ufo naar Washington om de mensheid te manen te stoppen met de kernwapenwedloop, geholpen door zijn bodyguard Gort – een gigantische robot.

Al bij de openingscredits is het raak. De nerveuze zwabbergeluiden van de theremin schieten alle kanten op, en telkens als Gort in beeld verschijnt, herhaalt zich dat. Zo klonk de ruimte begin jaren vijftig, toen de Space Age met de lancering van de Spoetnik in 1957 nog moest beginnen.

3. Ambient-klanklandschappen voor een Nasa-documentaire

Dat elektronische muziek heus niet alleen maar saai, voorspelbaar of repeterend hoeft te zijn, bewees de eclectische Britse pionier Brian Eno met zijn album Apollo: Atmospheres & Soundtracks (1983, extended edition 2019).

Deze ambient-klanklandschappen werden speciaal geschreven voor de Nasa-documentaire For All Mankind (Al Reinert), want net als alle andere kinderen van de Apollo-generatie die waren opgegroeid met de eerste maanlanding, zomer 1969, had ook Brian Eno daar met open mond van verbazing naar zitten kijken.

Dus toen Eno werd gevraagd om de muziek te verzorgen bij wat de definitieve maanlandingsdocumentaire moest worden – in kleur, en vol met nog ongeziene beelden – besloot hij extra zijn best te doen.

Wat vooral opvalt, is de instrumentatie van het uitvoerende trio met Brian Eno zelf, zijn jongere broer Roger en Daniel Lanois. Weinig toeters en bellen, maar wel veel ruimte voor omfloerste basnoten en Lanois’ rondzwevende pedalsteelgitaar.

Dit is het muzikale equivalent van de kosmische vergezichten. Gelaagde miniaturen die ook heel goed op zichzelf kunnen staan. En voor een (film)componist is dat toch wel het hoogste. Nog regelmatig wordt het album live uitgevoerd, met de Apollo-beelden op de achtergrond geprojecteerd.

4. Een Weense wals in de ruimte

De vooraanstaande filmcomponist Alex North had al een complete soundtrack in elkaar gezet, toen Stanley Kubrick dacht: nee, toch maar niet. Te elfder ure besloot hij voor zijn meesterwerk 2001: A Space Odyssey (1968) louter bestaande klassieke muziek te gebruiken. Dat zou een brug slaan tussen het heden, verleden en toekomst van de mensheid, een van de grote thema’s uit de film.

Bij de opening hebben we vanuit de ruimte uitzicht op de aarde. Het is nacht. Boven dit silhouet breekt langzaam de dageraad aan. Die zonsopkomst gaat vergezeld van Also sprach Zarathustra van Richard Strauss uit 1896. Met klaroengeschal en paukenslagen wordt de spanning opgebouwd, en het effect van dit samenspel tussen beeld en muziek is monumentaal.

Een epische binnenkomer dus, en dat Kubrick bij zijn buitenaardse impressies vervolgens de polyfone koorzang van de Hongaars-Oostenrijkse avant-gardist György Ligeti (1923-2006) laat opklinken, valt ook goed te begrijpen.

Maar dan. We zien een shuttle richting Space Station Five vliegen, een roterend kasteel van een ruimtestation. Op de achtergrond: de blauwe aarde, en vervolgens klinkt er een wals op. Een Weense wals. Is dit André Rieu in outer space?

Kubrick legde in de verzamelband Interviews uit: ‘An der schönen blauen Donau van Strauss Junior is een geweldig muziekstuk voor de gracieuze omwentelingen van ons ruimtestation. Het leek mij de perfecte toevoeging bij wat er op beeld gebeurde.

‘Bovendien wijkt deze muziek af van het idee dat de ruimte alleen maar eng en griezelig zou zijn. Ruimtereizen zullen in de nabije toekomst heel gewoon worden, en dan zal iedereen het hebben over de schoonheid van de kosmos.’

5. Bas, drums, gitaar: kabaal in de ruimte

De acht astronauten uit Sunshine (2007), de sciencefictionfilm van de Britse regisseur Danny Boyle, worden op een onmogelijke missie gestuurd. Het jaar is 2057 en de zon staat op het punt van uitdoven. Daarmee wordt op aarde een Nieuwe IJstijd ingeluid die alle leven zal vernietigen.

In hun Icarus II trekken de gedoemde pioniers ten strijde, met aan boord een thermonucleaire bom die de zon zal moeten reactiveren. Ze weten eigenlijk al op voorhand dat een retourtje naar huis er niet in zit.

In deze film is de ruimte inderdaad een onbestemde, vijandige, gevaarlijke en eenzame plek, maar de fijne cast maakt veel goed, zo met Cillian Murphy en Michelle Yeoh, en de special effects zijn behoorlijk overweldigend.

Het is een van de innovatievere astronautenfilms sinds Alien (1979, Ridley Scott), en voor de muziek geldt dat al evenzeer. Boyle stuurde een ruwe montage naar zijn oude vriend Karl Hyde van de band Underworld – ze hadden al eerder samengewerkt bij vijf films, waaronder Trainspotting – en die wist er wel raad mee.

Niks ijle synthesizerklanken hier – nou vooruit, een paar – maar toch vooral een mix van minimal music op piano, achterstevoren afgespeelde tape-loops met vervormde stemmen, pulserende bas en drums, en stevige gitaarpartijen. Het kan een flink kabaal in de ruimte zijn, blijkt.

Underworld werd geholpen door de Britse componist John Murphy, die de wat introspectievere passages voor zijn rekening nam. Dit is nog zo’n voorbeeld van een soundtrack die je thuis voor je plezier kunt opzetten.

6. Of juist een oorverdovende stilte

Een van de dodelijkste wapens van een componist is het plotseling laten vallen van een stilte, een oorverdovende stilte. In First Man (2018, Damien Chazelle), de reconstructie van de eerste maanlanding in 1969, wordt die stilte tot in de perfectie uitgevoerd.

Neil Armstrong (Ryan Gosling) en Buzz Aldrin (Corey Stoll) hebben de rondcirkelende Apollo-cabine verlaten, en dalen in hun Lunar Excursion Module (LEM) af naar het maanoppervlak. De operatie is kielekiele, omdat er opeens een gigantisch rotsblok opduikt in de Mare Tranquillitatis, de beoogde landingsplek. Snel maar kalm schakelt Armstrong over op handbediening, en zet de LEM keurig aan de grond.

Daar is de muziek van componist Justin Hurwitz logischerwijs nog stuwend, maar als dan eenmaal het luik van de maanlander wordt geopend, horen we na een korte woeshhh van ontsnappende lucht(druk)... helemaal niets meer.

De camera toont ons een panorama van het desolate maanlandschap. Het shot lijkt een eeuwigheid te duren, maar dat komt de ‘wowfactor’ alleen maar ten goede.

Wij begrijpen: dit is een historisch moment. Zo moeten ook de astronauten de maan destijds voor het eerst hebben gezien, terwijl hun hart en hun slapen bonkten. Juist door die combinatie van beeld en géén geluid mag je dit wel de indrukwekkendste scène uit de hele film noemen. Briljant bedacht, dit fragment vergeet je nooit meer.

Arvo Pärt en de trailer van Gravity

In de geslaagde rampenfilm Gravity (2013, Alfonso Cuarón) worden de twee astronauten Sandra Bullock en George Clooney tijdens het sleutelen aan de Hubble-telescoop overvallen door Russisch ruimteschroot. Het begin van een boel ellende, in een film die goed was voor zeven Oscars, waaronder die voor beste filmmuziek, van de Britse filmcomponist Steven Price.

Het curieuze is dat de vooruitgesnelde trailer van 6 minuut 57 een heel andere indruk wekt. Daarin is de ruimte helemaal niet vijandig, maar krijgen we zonder verdere context een muzikaal gedicht van de Estse componist Arvo Pärt: Spiegel im Spiegel – een ingetogen duet voor piano en viool.

Zijn ascetische noten blijken heel goed te werken bij ruimtebeelden, maar in de speelfilm zijn ze erbuiten gevallen. Waarschijnlijk zag regisseur Cuarón de trailer als kunstwerk op zich.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next