Het kabinet is niet van plan verandering aan te brengen in de uitkeringen aan leden van het Koninklijk Huis en de bijbehorende belastingvoordelen. Als de Tweede Kamer volhardt in die wens, moeten Kamerleden zelf met een initiatiefwetsvoorstel komen.
Met die boodschap kwam premier Dick Schoof woensdag naar het jaarlijkse debat over de begroting van het koningshuis. Vier Oranjes ontvangen een uitkering van staatswege: koning Willem-Alexander, koningin Máxima, prinses Beatrix en prinses Amalia. Hun uitkeringen bestaan uit een A-component (inkomen) en een B-component (onkostenvergoeding) en worden jaarlijks aangepast aan de inflatie.
De A-component voor de koning stijgt volgend jaar met 78 duizend euro en komt uit op 1.164.000 euro. De PVV-Kamerleden Marco Deen en Geert Wilders stelden voor de koning geen salarisverhoging meer te geven, onder het motto ‘genoeg is echt genoeg’.
Waar zij dit vorige keer nog per motie opperden, kwamen zij nu met een amendement. Daarmee zou de bevriezing in de wet worden vastgelegd. Diverse Kamerleden vroegen zich af hoe dit juridisch vorm zou moeten krijgen. Deen stemde er na enige discussie mee in dat deze vraag eerst aan de Raad van State wordt voorgelegd.
Nog afgelopen januari nam de Kamer – met 108 stemmen voor, waaronder die van PVV en NSC – een motie aan van D66-Kamerlid Joost Sneller om de vrijstelling van inkomstenbelasting voor de koning te laten vervallen. Voorafgaand aan het debat had Schoof in antwoord op schriftelijke vragen al gemeld niets voor het opheffen van de belastingvrijdom te voelen. Hij schreef te hechten aan ‘stabiliteit van de financiën van het Koninklijk Huis’.
De partijloze premier heeft op dit punt zijn handen vrij: er is niets over afgesproken in het hoofdlijnenakkoord of het regeerprogramma van PVV, VVD, NSC en BBB. Net als zijn voorganger Mark Rutte voerde hij voor zijn weigerachtigheid vooral praktische argumenten aan. De vrijstelling van ‘persoonlijke belastingen’, voor die leden van het Koninklijk Huis die een uitkering ontvangen, ligt vast in artikel 40 van de Grondwet.
Wijziging van de Grondwet is ‘een complex traject’, aldus Schoof, doelend op de twee stemmingsrondes (met tussentijdse verkiezingen) en de tweederdemeerderheid die daarvoor nodig zijn in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Hij verweet de Kamer ook niet duidelijk te zijn over de gevolgen. Zoals Rutte eerder al uitlegde, zou de koning meteen in het hoogste belastingtarief vallen (49,5 procent), wat een halvering van zijn uitkering betekent. Moet zijn inkomen dan daarna worden verdubbeld?
Deze vraag kreeg initiatiefnemer Sneller nu ook voorgelegd door SGP-fractieleider Chris Stoffer, met oranje das: ‘Wilt u halveren of bruteren (aanvullen tot het huidige niveau, red.)?’ ‘Mijn antwoord is agnostisch’, zei Sneller. ‘Het gaat mij om het principiële punt van belasting betalen, waarvoor hier in deze Kamer een meerderheid is. De vraag ‘hoe dan verder’ komt daarna.’ CU-fractieleider Mirjam Bikker, net als Stoffer tegenstander van het idee, zei dat de koning niet in loondienst is. ‘Hij betaalt door zijn leven voor ons te leven.’
NSC-Kamerlid Jesse Six Dijkstra ging in op uitspraken van zijn fractieleider Pieter Omtzigt, deze zomer in EW, over het opschorten van de ministeriële verantwoordelijkheid voor leden van het Koninklijk Huis die niet direct voor troonopvolging in aanmerking komen. Dit naar aanleiding van ‘onwenselijke situaties’ zoals rond prinses Laurentien. Six Dijkstra toonde zich ontvankelijk voor de suggestie van VVD-Kamerlid Thierry Aartsen, die voorstelde hiernaar te laten kijken door een ‘commissie van wijzen’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant