Home

Klimaatwetenschappers waarschuwen steeds luider en dringender, maar wie luistert er nog?

Duizenden wetenschappers waarschuwen voor een ongekende klimaatcatastrofe. Maar politici en kiezers lijken er steeds minder ontvankelijk voor.

‘We staan op de rand van een onomkeerbare klimaatramp. Dit is zonder twijfel een wereldwijde noodsituatie.’

Liefst 15 duizend wetenschappers afkomstig uit honderdvijftig landen slaan groot alarm in een nieuw rapport, in aanloop naar de klimaattop van de Verenigde Naties die november van start gaat.

Bij een eerdere top, die van Parijs in 2015, spraken deelnemende landen met elkaar af de wereldwijde temperatuurstijging sinds de start van het industriële tijdperk ruim onder de 2 graden te houden, liefst op maximaal 1,5 graden.

Dat doel lijkt buiten beeld, waarschijnlijk wordt 2024 het eerste jaar dat de wereldtemperatuur boven de 1,5 graad schiet. Eind van deze eeuw staat het kwik volgens de prognoses 2,7 graden hoger.

De gevolgen zijn al zo vaak opgetekend dat elke nieuwsconsument ze na ontwaken direct zou moeten kunnen opdreunen: smeltend ijs, stijgende zeespiegel, extremer weer, enzovoorts.

De waarschuwingen uit de wetenschap klinken al ruim halve eeuw. In de jaren zeventig kreeg de Amerikaanse president Carter een memo van zijn wetenschappelijk topadviseur met de titel ‘Release of fossil fuel CO2 and the possibility of catastrophic climate change’. Het milieu was Carter dierbaar, hij maakte beleid tegen industriële vervuiling en liet zelfs al zonnepanelen installeren op het Witte Huis. Toch deed hij weinig met die memo, er waren simpelweg andere onderwerpen die om meer aandacht vroegen.

Verzachtende omstandigheid voor Carter was dat er destijds nog aardig wat onzekerheden waren over de gevolgen van klimaatverandering. Vanaf de klimaattop van Kyoto in 1997 is dat excuus er niet meer: de wetenschappelijke consensus over de noodzaak om de broeikasuitstoot drastisch te verminderen is vanaf dat moment duidelijk.

En toch herhaalt het patroon zich: wetenschappers waarschuwen, in steeds duidelijkere en luidere bewoordingen. Regeringsleiders bezweren dat ze het klimaat echt een belangrijk onderwerp vinden. En doen vervolgens te weinig om de klimaatramp te bezweren, want er is altijd een onderwerp dat kiezers op dat moment meer bezighoudt, zoals gewapende conflicten, economie of zorg.

Het huidige politieke klimaat staat zelfs in het teken van een politieke terugtrekking. Trump haalde de Verenigde Staten uit het Akkoord van Parijs en kan volgende maand zomaar weer tot president gekozen worden. Alternative für Deutschland vindt de hoofdrol van de mens bij klimaatopwarming ‘niet wetenschappelijk bewezen’. In Nederland schrijft de grootste partij, de PVV, in het verkiezingsprogramma: ‘De Klimaatwet, het Klimaatakkoord en alle andere klimaatmaatregelen gaan direct door de shredder.’

Klimaatgevaren die nadrukkelijk iedereen aangaan bestempelen tot elitaire hobby: het is een vast onderdeel van het populistisch handboek geworden. Kiezers blijken er vatbaar voor.

Boven de komende klimaattop hangt een donkere wolk. Alleen al de keuze van de locatie spreekt boekdelen. Eigenlijk was een land in Oost-Europa aan de beurt, maar het werd Azerbeidzjan. Een oliestaat met amper ervaring in klimaatdiplomatie, maar het was het enige gastland dat zich aanbood en geen veto kreeg van Rusland.

Want het is oorlog, en dan verdwijnt klimaatbeleid nóg sneller van de politieke prioriteitenlijst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next