Home

VVD wil kiesdrempel van 2 procent invoeren, maar leidt dat ook echt tot een effectiever landsbestuur?

De VVD wil met de invoering van een kiesdrempel de versplintering in de politiek tegengaan. Partijen moeten dan meer stemmen behalen om in het parlement te komen. Hoe effectief is dit instrument? En is een kiesdrempel in Nederland wel wenselijk?

Waarom wil de VVD een kiesdrempel?

Sinds de opkomst van nieuwe partijen is ‘de versplintering van de politiek’ een terugkerend thema van critici die wijzen op de nadelen van een parlement met een groot aantal verschillende fracties. Telt de Kamer op dit moment vijftien fracties – die van GroenLinks en PvdA meegeteld als één gezamenlijke fractie – op het hoogtepunt in 2021 waren het er zelfs negentien.

Over de auteur
Thom Canters is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

De ellenlange debatten vanwege het grote aantal sprekers en de onvermijdelijke profileringsdrang van splinterpartijen zouden een effectief landsbestuur in de weg staan, vindt nu ook de VVD: ‘De grote hoeveelheid aan partijen zorgt ervoor dat politieke partijen in de Tweede Kamer steeds meer met elkaar bezig zijn en minder met de inhoud.’

VVD-Kamerlid Silvio Erkens stelt een kiesdrempel voor van 2 procent. Effectief ligt de drempel nu op 0,67 procent van alle bij de parlementsverkiezingen uitgebrachte stemmen. Het is het percentage dat nodig is voor het veroveren van één van de 150 zetels in de Tweede Kamer. Een verhoging van de drempel kan zonder grondwetswijziging – de grondwet komt pas in beeld bij invoering van een kiesdrempel van 3 procent.

Kan een kiesdrempel leiden tot meer daadkracht in de politiek?

Een kiesdrempel van 2 procent zal niet het verschil maken, is de verwachting. Bij de jongste Kamerverkiezingen zouden Volt en JA21 met zo’n drempel buiten de boot zijn gevallen. ‘Hun drie zetels verdelen over de overige 147 zou heel weinig zoden aan de dijk zetten, qua vergroten van de bestuurbaarheid’, zegt Tom van der Meer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

De maatregel richt zich volgens Van der Meer op de verkeerde groep partijen. Als het gaat over versplintering van de politiek, worden vaak de kleinere partijen tot zondebok verklaard, maar dat coalitievorming lastig is, ligt niet per se aan hen, zegt hij. ‘Nederland kent veel middelgrote partijen, die zijn op te delen in drie grofweg even grote blokken: een links blok, een centrumrechts blok en een radicaalrechts blok. Voor die blokken blijk het moeilijk om regeringen te vormen.’

Ook wijst Van der Meer erop dat het geregeld juist kleine partijen zijn die coalities op een wankele basis uit de brand helpen, zoals de SGP deed toen zij het kabinet-Rutte 1 aan een meerderheid hielp in de Eerste Kamer.

Het verhogen van de kiesdrempel is volgens Van der Meer een ‘botte’ maatregel. Om die effectief te laten zijn voor het vergroten van de bestuurbaarheid, is volgens hem een fors hogere drempel nodig dan de door de VVD voorgestelde kiesdrempel van 2 procent. ‘Dan moet je denken aan 5, of misschien wel 8 procent’. Daarmee zouden naast ‘de kleintjes’ ook partijen als de BBB in de gevarenzone komen.

Wat zijn de risico’s van een hogere kiesdrempel?

Hoe forser de verhoging, hoe meer nadelen er kleven aan een kiesdrempel, waarschuwt Van der Meer. ‘Een evenredig kiesstelsel, zoals we dat in Nederland kennen, is de eerste verdedigingslinie van de democratie. Je verkleint er de kans mee dat één partij een meerderheid behaalt – een meerderheid die vaak ook nog eens kunstmatig is.’

Zo wist president Recep Tayyip Erdogan van Turkije in 2002 dankzij een kiesdrempel van 10 procent met een derde van de uitgebrachte stemmen een grote meerderheid te veroveren in het Turkse parlement. Ook de Hongaarse premier Viktor Orbán heeft geprofiteerd van een kiesdrempel. ‘In die landen komt de democratie nog meer onder druk te staan, doordat de machthebbers de prikkel hebben om het kiesstelsel verder naar hun hand te zetten en de tegenmacht uit te schakelen’, aldus Van der Meer.

De mate waarin de Nederlandse kiezer zich vertegenwoordigd weet in de Tweede Kamer zou al bij een kiesdrempel van 3 procent beduidend afnemen, betoogt hij: ‘Bij een drempel van 3 procent zeg je tegen ongeveer anderhalf miljoen kiezers in feite: bedankt voor uw stem, maar die gaat geen rol spelen.’

Hoe meer mensen het idee krijgen dat hun stem er niet toe doet, hoe groter het risico dat ze hun vertrouwen in de politiek verliezen. Dat zie je terug in landen met een hoge kiesdrempel, zoals Duitsland, zegt Van der Meer.

‘In een evenredig stelsel krijgen meer groepen een eigen stem in de politiek, ook die van kiezers die de zittende macht wantrouwen.’

Het is om die reden de Staatscommissie parlementair stelsel het verhogen van de kiesdrempel in 2018 afwees.

Welke alternatieven zijn er om versplintering tegen te gaan?

Om ellenlange debatten te voorkomen, zou je de reglementen van de Eerste en Tweede Kamer kunnen aanpassen, denkt Van der Meer. Bijvoorbeeld door fracties tijdens een debat pas spreektijd te geven indien ze over een specifiek aantal Kamerzetels beschikken.

Ook zou je het iets moeilijker kunnen maken voor nieuwe partijen om mee te doen aan verkiezingen, zegt hij. Nu zijn er slechts 580 handtekeningen nodig om een partij op de kieslijst te krijgen. Als je het vereiste aantal handtekeningen verhoogt, worden kiezers minder snel overspoeld door nieuwe partijen.

Ook een systeem van rivaliserende electorale blokken, waarbij partijen zich voorafgaand aan verkiezingen committeren aan een specifieke coalitie waaraan zijn willen meedoen, kan volgens Van der Meer helpen versplintering tegen te gaan. Het schept een stuk meer duidelijkheid voor de kiezers, waardoor zij minder snel geneigd zullen zijn hun stem te geven aan een nieuwe of kleine partij.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next