Home

Schaatser Christijn Groeneveld komt met een biografie: ‘Niemand hoeft medelijden met me te hebben’

Christijn Groeneveld, regerend Nederlands kampioen op natuurijs, wordt vaak herkend als de schaatser die een dwarslaesie opliep en in een rolstoel belandde. Nu verschijnt zijn biografie Ruggengraat. Medelijden hoeft hij niet te hebben, wel hoopt hij dat het boek zorgt voor meer begrip.

Woensdag is het exact tien jaar geleden dat Christijn Groeneveld (39) tijdens een schaatstraining in het Zuid-Duitse Inzell viel en een dwarslaesie opliep. De eerste jaren na zijn ongeluk waren zwaar, maar hij werd ook een beter persoon, stelt hij. Van egoïstische topsporter naar sociaal mens. En iemand die zich zo min mogelijk wil laten beperken.

Zitten er wel mensen te wachten op mijn uitgebreide verhaal, vroeg Groeneveld zich af, toen hij een paar jaar geleden werd benaderd voor een biografie. Er was al een documentaire verschenen bij de NOS in 2016. Een boek zou tijd kosten. ‘Maar ik heb de afgelopen jaren ook gemerkt dat je kwetsbaar opstellen, open zijn, positief kan werken. Het kan anderen inspireren, of maakt dat mensen willen delen.’

Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.

Vandaag verschijnt zijn biografie Ruggengraat, die hij samen met auteur Rick van Leeuwen schreef. Hij hoopt dat het boek zorgt voor meer begrip. Er zijn veel aannamen in de wereld over mensen in een rolstoel, of onnodige obstakels, merkte Groeneveld meer dan eens. Soms wordt er over hem gepraat in plaats van met hem. Zorginstanties werken traag. ‘Mijn rolstoel was stuk, ik miste een schroef en kon een half jaar wachten. Op één schroef.’ Of de goedbedoelde maar misplaatste hulp. ‘Bijvoorbeeld van iemand die mijn boterham voor mij wilde smeren. Dat is lief, maar vooral onnodig en heel irritant.’

Veranderd leven

Hij ontvangt thuis, in een pas verbouwde benedenwoning in Amsterdam. Daar woont hij samen met zijn vriendin Alexandra, die hij nu zo’n vier jaar kent, in een huis met brede deuren, zonder drempels. Op de bank ligt toypoedel Kuza, die ‘een beetje te hard blaft voor zo’n kleine hond’ – vooral als er wordt aangebeld. Groeneveld heeft net koffie gezet. Voor de kopjes reikt hij even, half staand, naar de keukenkastjes boven zich, voordat hij uiteindelijk met een pak koeken op zijn schoot en een mok in de hand naar de eettafel rolt.

In het boek staat ook een hoofdstuk dat gaat over de laatste bocht die hij schaatste tijdens een trainingskamp in Inzell. Hoe hij op volle snelheid ten val kwam, tegen de boarding knalde en uiteindelijk stil, met enorme pijn en bloedspugend op het ijs bleef liggen, terwijl hij met angstige ogen tegen zijn trainer zei dat hij zijn benen niet meer voelde.

‘Het is alweer tien jaar geleden, door het boek zijn veel herinneringen teruggekomen. Het was zeker niet de leukste periode uit mijn leven, vooral niet in het ziekenhuisbed. Je moet je privacy opgeven. Maar door het boek weet ik nu ook wat mijn ongeluk met mensen om mij heen deed. Daar was ik destijds niet mee bezig, nu kwam dat aan bod. Mijn leven veranderde, maar dat van hen ook. Dat is interessant en waardevol.

Van topsporter naar patiënt

‘Een dwarslaesie doet niet echt pijn. Maar ik verging in het ziekenhuis van Traunstein, waar ik na het ongeluk naartoe was gebracht, van de pijn. Dat kwam waarschijnlijk door de andere kwetsuren. Ik had acht of negen – ik weet het niet meer exact – gebroken ribben, allebei mijn longen waren geklapt en ik had twee gebroken wervels. Het was al verschrikkelijk als iemand zacht tegen mijn bed aanliep.

‘Ik veranderde in Inzell in een klap van topsporter naar patiënt. Een hulpbehoevende, met een heel ander vooruitzicht op het leven. Mijn benen waren voor mijn ongeluk alles waar ik het mee deed. Als schaatser voelde ik de hele dag: hoe goed zijn mijn benen? Juist die benen deden het in een keer niet meer.’

Groeneveld verbleef zeven maanden in revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee. In de kustplaats trof hij – ’s nachts gescheiden door een dun gordijntje – verschillende kamergenoten. Van een ‘asociale’ patiënt die overdag tegen iedereen een grote mond had, maar in het donker huilend zijn vrouw belde, tot iemand die elke ochtend in zijn bed poepte, waardoor Groeneveld steeds ontwaakte in strontlucht. ‘Er was veel negativiteit daar, het was mijn zwaarste periode.’

‘Ik word vaak gezien als die schaatser die dat ongeluk heeft gehad, maar ik heb ook een best goede schaatscarrière gehad, waar ik met trots op terugkijk. In het boek komt ook mijn sportieve carrière aan bod, dat vind ik leuk. Voor mij is dat veel belangrijker dan dat hele verhaal van mijn ongeluk. Maar ik ben ook wel zo realistisch dat ik weet dat er niet snel een boek van mij zou zijn gekomen door mijn schaatscarrière alleen.’

Kwajongensstreken

Voor zijn biografie gaat hij op bezoek bij zijn vroegere trainers Jillert Anema en Gerard Kemkers. Kemkers boorde zijn netwerk aan voor de beste expertise. Hij zei over Groeneveld: ‘Hij wilde olympisch kampioen revalideren worden. Dat straalde hij uit. Anema, als fysiotherapeut ervaren in het begeleiden van revalidaties, zal zeggen: ‘Als íémand zo’n kwaal moet hebben, is hij er wel vreselijk geschikt voor.’

Ook ging Groeneveld langs bij voormalig ploeggenoot Sven Kramer, die zijn eerste rolstoel financierde, zodat hij een comfortabeler model kon rijden in plaats van de simpelste, gesubsidieerde stoel. Met goede vriend en oud-huisgenoot Koen Verweij haalde hij herinneringen op over de kwajongensstreken die ze uithaalden in hun schaatstijd. Zoals die keer dat ze alle inboedel van de hotelkamer van hun fysiotherapeut naar het balkon verplaatsten – inclusief het matras. Of hoe ze gniffelend toekeken toen Freddy Wennemars, de jongere broer van Erben, op een vliegveld in München gesommeerd werd zijn tas te openen. Waarna de douanier er een enorme Duitse worst, afkomstig van het ontbijtbuffet, uithaalde. Door Groeneveld en Verweij erin gestopt.

Winterweer

Thuis op de kast in de woonkamer in Amsterdam staat een model van een botter, een bootje. Dat kreeg hij in 2013 bij zijn Nederlandse titel op natuurijs, dat op het Veluwemeer werd gehouden. Destijds had hij nooit kunnen bedenken dat de volgende strenge natuurijsperiode zo lang zou ontbreken – bij gebrek aan natuurijs is hij nog steeds regerend kampioen. Ironisch genoeg heeft hij het tegenwoordig juist lastig met streng winterweer. Ligt er sneeuw, dan is dat voor hem in zijn rolstoel als rijden door zand.

Hij houdt van fotografie. Hij werkt vier dagen per week als foto- en videograaf bij internationaal accountant- en belastingadviesbureau PwC. Ook tegen de mensen die hij fotografeert vertelt hij vaak zijn levensverhaal. ‘Als ik mensen op hun best in beeld wil brengen, helpt het om verhalen te delen.’

Groeneveld: ‘Destijds dacht ik: ik ga normaal leren lopen en misschien wel weer schaatsen. Elke dag was ik daarmee bezig. Het was een onzekere tijd. Medici hadden geen antwoord op wat mogelijk was, op hoever ik zou komen met revalideren. Natuurlijk heb ik me soms afgevraagd: waarom overkomt dit mij? Maar die gedachte helpt niet, dus wilde ik daar ook niet te lang in blijven hangen.’

Nieuw leven

In de loop der tijd besefte hij dat hij niet meer zou lopen en schaatsen. ‘Het was niet één moment. Het revalideren ging geleidelijk. Ik merkte ook wel dat het steeds minder realistisch werd om mijn doel te halen. Dat ik een partiële dwarslaesie heb, een gedeeltelijke dwarslaesie dus door schade in mijn ruggenmerg, was een geluk voor mijn mentale gezondheid.’

Bij een volledige dwarslaesie is er totaal verlies van functie, Groeneveld wist dat hij met zijn partiële dwarslaesie kans had op enige herstel. ‘Daardoor kon ik eraan werken om er zo goed mogelijk uit te komen. Dat hielp met het accepteren dat ik uiteindelijk in die rolstoel zou blijven.’

Hij krijgt last van koude voeten op grauwe dagen, zoals vorige week. Hij voelt een aanraking, of veters die knellen, maar het diepere gevoel in zijn onderbenen ontbreekt. Evenals zijn stabiliteit, als hij probeert met krukken een rondje te lopen. Lopen voelt nooit prettig, bovendien is er het risico dat hij valt en zelf weer moet zien op te staan, dus blijft hij liever in zijn rolstoel zitten. Hij mist de schaatswereld niet. ‘De dag na mijn ongeluk begon er een nieuw leven.’

Waarschijnlijk, zegt hij lachend, zou hij voor zijn ongeluk medelijden met zichzelf hebben gehad, als hij dit verhaal had gehoord. ‘Maar ik heb geen medelijden met mezelf. Niemand hoeft medelijden met me te hebben. Ik weet hoeveel beter ik ben dan ik was. Ik begon bij het punt dat ik moest leren rechtop in bed te zitten. Nu kan ik stukjes lopen en fietsen.

‘Natuurlijk is het een beetje sneu als je zoiets meemaakt. Het leven wordt niet makkelijker in een rolstoel. De kans is groot dat ik er mijn hele leven afhankelijk van ben, tenzij er een wonder gebeurt, maar daar ga ik niet van uit. Maar ik heb mijn draai gevonden. Ik zie vooral wat ik wél kan doen. Ik denk niet dat ik nu minder gelukkig ben dan ik zonder dat ongeluk was geweest.’

Christijn Groeneveld en Rick van Leeuwen: Ruggengraat. Uitgeverij Volt; 224 pagina’s, € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next