Home

Duizenden dienstmeisjes in Libanon in de steek gelaten: ‘Werkgevers vluchtten voor de oorlog’

De oorlog in Libanon heeft een schrijnend neveneffect. Duizenden (vaak Afrikaanse) dienstmeisjes worden door de Libanese families waarvoor ze werkten in de steek gelaten. Ze kunnen nergens naartoe. ‘Ze maakten zich zorgen om de hond, niet om mij.’

Ooit leek het zo simpel, zegt de 28-jarige Aida. Ze zou naar het buitenland gaan, hard werken en met het verdiende geld terugkeren naar haar eigen land. Daar zou ze een eigen winkeltje openen. Maar zo ging het niet. Het land waar ze terechtkwam, Libanon, is nu het toneel van een verwoestende oorlog. En zij zit er middenin.

Aida komt uit Burkina Faso, en is één van de naar schatting 176 duizend arbeidsmigranten in Libanon. Het gaat veelal om dienstmeisjes die inwonen bij middenklassengezinnen en geacht worden allerlei klusjes op te knappen: koken, boodschappen doen, voor de kinderen zorgen en soms ook voor de huisdieren. Uit angst voor represailles wil Aida niet met haar achternaam in de krant, noch herkenbaar op de foto.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.

Toen Israël op 23 september begon met zware bombardementen, verbleef ze bij een familie in het dorpje Zrariyeh, een uur rijden van de Libanese zuidgrens met Israël. Rond tien uur ’s ochtends ontvluchtte de familie het dorp. Zonder Aida. ‘Ik bleef in mijn eentje achter. Er was niemand te bekennen. Ik zat daar zonder iets, zonder internet.’ Een uur later werd een naburig huis bij een bombardement geraakt. ‘De explosies waren overal. Ik kon niet zomaar naar buiten.’

Hond is belangrijker dan het dienstmeisje

Het klinkt als een individueel horrorverhaal, maar dat is het allerminst. Uit heel Libanon komen verhalen van (hoofdzakelijk Afrikaanse) dienstmeisjes die vanwege de oorlog aan hun lot werden overgelaten. Vooral in het zuiden, nabij de grens met Israël, was de ontreddering groot.

‘Sommigen belden me in paniek op’, zei een Kameroense activist tegen tv-zender Al Jazeera. ‘Hun werkgevers hadden hen thuis opgesloten en waren het gebied ontvlucht, terwijl zij een zekere dood tegemoet gingen.’ Een ander vertelde dat haar gastgezin het eerste vliegtuig nam naar Dubai. Het werd haar verboden om in het familiehuis te blijven, ze moest het nu zelf maar rooien.

Aida wist na drie uur het dorp te ontvluchten. Afrikaanse vrienden kwamen haar op motoren halen, waarna ze gezamenlijk Beiroet bereikten. De vrienden bevestigen dit desgevraagd. Ook de 22-jarige Valentine, het jongere zusje van Aida, ontsnapte op die manier.

De twee werkten in hetzelfde dorp bij verschillende families. Nu ze in veiligheid is, kan Valentine erom lachen, maar haar boosheid is niet verdwenen. Ze kreeg een telefoontje van haar gastgezin. ‘Of ik misschien iemand wist die terug kon gaan om de hond op te halen.’ Hoofdschuddend: ‘Ze maakten zich zorgen om de hond, niet om mij.’

Kafala-systeem als moderne slavernij

Het racisme in Libanon is een wrange realiteit die vaker de kop opsteekt. Arbeidsmigranten vallen onder het zogeheten ‘kafala’-systeem dat ook elders in de Arabische wereld staande praktijk is. Mensenrechtenorganisaties spreken van moderne slavernij. De vrouwen zijn een soort lijfeigenen: hun paspoort wordt bij aankomst ingenomen, hun bewegingsvrijheid is nagenoeg nul.

Oproepen om het ‘kafala’-systeem af te schaffen klinken al jaren, maar hebben nooit ergens toe geleid, vermoedelijk omdat er veel geld mee gemoeid is. Volgens een studie uit 2020 van de Libanese denktank Triangle gaat er jaarlijks meer dan 90 miljoen euro in om. De vrouwen zelf fungeren als wisselgeld. Aan het begin van de covid-pandemie, toen de Libanese economie een vrije val maakte, werd het onbetaalbaar om een dienstmeisje in huis te hebben. Tientallen werden zonder pardon op straat gedumpt.

Ook ditmaal zijn honderden, zo niet duizenden migranten van de ene op de andere dag dakloos geraakt. In de honderden opvanglocaties van Libanese overheid zijn ze niet welkom - die zijn alleen voor Libanezen. Déa Hage-Chahine, een Libanese activist, heeft in een christelijke wijk van Beiroet een leegstaand pand gevonden waar momenteel 150 vrouwen uit diverse Afrikaanse landen overnachten. ‘Samen met andere vrijwilligers heb ik voor elektriciteit gezorgd, stromend water en een keukentje’, aldus Hage-Chahine aan de telefoon.

Ze wil de vrouwen helpen om naar hun geboorteland terug te keren, maar omdat ze vaak zonder paspoort zitten, is dat niet eenvoudig. Consulaten uit de betreffende Afrikaanse landen geven vaak niet thuis. Ook het feit dat het vluchtverkeer vanuit Beiroet minimaal is, helpt niet.

Nooit vrije tijd, altijd werken

Aida en Valentine slapen nu bij kennissen in Beiroet. Ze vertellen hoe het begon, anderhalf jaar geleden. In hun thuisland was geen werk te vinden, met als gevolg dat ze in handen vielen van mensensmokkelaars. Ze besloten hun zoontjes (nu 3 en 6 jaar oud) bij familie achter te laten. Een tussenpersoon zette hen op het vliegtuig naar Ivoorkust, met de fabel dat ze zouden gaan werken in Gabon, elders in West-Afrika. In plaats daarvan vielen ze in Libanese handen, en werd het een enkeltje Beiroet.

Volgens het contract dat ze tekenden, zouden ze binnenshuis werken, maar dat bleek een wassen neus. ‘We moesten ook op het land werken, en helpen bij de oogst van tomaten en olijven’, zegt Aida.
Valentine: ‘Of ze schudden me op vreemde tijden wakker en zeiden: je moet de hond uitlaten.’
Aida: ‘Vrije tijd had ik nooit, ik moest altijd doorwerken. Als ik ziek was, werd daar niet naar geluisterd.’
Valentine: ‘Alleen de grootmoeder deed aardig. Haar dochter sloeg me.’
Aida: ‘Mijn maandsalaris van 180 euro betaalden ze me nooit zomaar uit. Ik moest erom vragen. Ik heb nog twee maanden van ze te goed.’

En nu? De vrouwen denken niet dat ze hun gastgezinnen ooit nog zullen terugzien. Daar zitten ze ook niet op te wachten. ‘Ik heb het hier geprobeerd’, zegt Aida, voor wie het haar eerste buitenlandse ervaring was. Haar zusje knikt. Hoe hun toekomst eruitziet, is onduidelijk, omdat ook zij zonder paspoort zitten. Ze willen terug naar Burkina Faso, terug naar hun zoons. Het liefst zo snel mogelijk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next