Minister Ruben Brekelmans van Defensie kondigde afgelopen weekeinde een ‘actieplan’ aan van 400 miljoen euro voor het ontwikkelen van bewapende drones in Nederland en Oekraïne. Maar veel droneontwikkelaars in Nederland weten van niets, en het geld lijkt al vergeven.
Het waren veelbelovende woorden, waarmee minister Ruben Brekelmans van Defensie zondag in de Oekraïense stad Charkiv een nieuwe vorm van steun aankondigde voor het oostelijke front met Rusland. ‘We zien hoe belangrijk drones zijn op het slagveld. Daarom hebben we met een actieplan drones toegezegd: 400 miljoen euro om de meest geavanceerde drones te leveren. Die maken we voor ongeveer de helft in Nederland en voor de andere helft in Oekraïne en op andere plekken.’
Het zou volgens Brekelmans ‘een stimulans voor kennis en technologie’ zijn om prototypes te ontwikkelen en die ‘deels in Nederland’ te laten produceren. In een begeleidend persbericht stelt zijn ministerie dat Nederland ‘pionier’ is bij de ontwikkeling van onbemande systemen – te land, ter zee en in de lucht. ‘Als Nederlandse kennis en technologie worden samengebracht met Oekraïense ervaringen op het slagveld, leidt dat tot innovatieve en effectieve drones, die echt verschil kunnen maken.’
Over de auteur
Michael Persson is economieverslaggever en commentator van de Volkskrant.
Het leidde tot een simpele vraag: voor wie is dit nieuwe fonds bedoeld? Het antwoord is minder simpel.
Volgens defensie-brancheorganisatie NIDV heeft Nederland vijftien eindproducenten van complete drones en zo’n 45 toeleveranciers. ‘Dat systeem zou goed in staat moeten zijn om samen met defensie nieuwe systemen te ontwikkelen’, zegt een woordvoerder.
Maar bij de meeste van die bedrijven weten ze nog van niets. ‘Ik las het nieuws ook’, zegt Alex de Looze van dronemaker Aerialtronics. ‘Nu proberen we erachter te komen of we daarvoor in aanmerking komen.’
Ook Arnout de Jong van Delft Dynamics, ontwikkelaar van drones en dronevangers, heeft nog niets gehoord. ‘Het kwam voor mij onverwacht. Ik heb geen verdere informatie gekregen.’ Dietmar Lander, woordvoerder van het dronetestcentrum Unmanned Valley op het voormalige marinevliegveld Valkenburg, zegt ‘veel bedrijven te zien die willen aanhaken’. Maar ook hij heeft nog niets concreets gehoord. Een woordvoerder van onderzoekscentrum TNO zegt dat het ‘aan defensie is hoe zij deze toezegging invulling gaan geven’.
Het is goed mogelijk dat ze nooit wat van het ministerie zullen horen. Want een woordvoerder van Brekelmans laat weten dat ‘het grootste deel inmiddels al is toebedeeld’. ‘Om operationele en commerciële redenen kunnen we geen uitspraken doen welke bedrijven aangehaakt zijn.’
Zo snel kan het gaan met defensiegeld. Volgens uitzonderingsclausule 346 van de Europese (aanbestedings)regels mogen militaire opdrachten op deze manier onderhands worden gegund.
Er zijn een paar gedoodverfde ontvangers. Zo zijn Deltaquad en Avalor AI vorig jaar al eens met toenmalig defensieminister Kasja Ollongren mee geweest naar Oekraïne. Deltaquad is een van de weinige Nederlandse bedrijven dat vliegende drones maakt met vaste vleugels, in plaats van de quadcoptertjes (drones met vier rotors) die ook fotografen en hobbyisten gebruiken. De vliegtuigjes van Deltaquad vliegen al in Oekraïne. Avalor maakt software om zwermen drones te laten samenwerken. ‘Ik doe in het belang van defensie geen uitspraken over welke bedrijven er wel of niet bij betrokken zijn’, zegt Maurits Korthals Altes van Avalor. ‘In het algemeen geldt wel dat wij actief bezig zijn met wat in Oekraïne gebeurt.’
Een andere kandidaat is het Frans-Nederlandse Thales in Hengelo. Dat tekende in juni een overeenkomst met FRDM, een nog jonge Oekraïense fabrikant van vliegende en rijdende robots. De samenwerking is gericht op ‘het ontwikkelen en fabriceren van een onbemand vliegtuig dat munitie kan meenemen en loslaten’, aldus het persbericht van vier maanden geleden.
Het voorsorteren leidt tot nogal wat knarsetanden bij de kleinere bedrijven. Veel van de Nederlandse droneondernemers, vaak in de voorhoede van de robotische vooruitgang, worstelen met de stap van prototype naar productie. ‘Het ministerie van Defensie is vaak risicomijdend’, zegt De Jong van Delft Dynamics. Het Nederlandse leger is niet vaak een zogeheten ‘launching customer’, een klant die als eerste een bestelling (bij nieuwe innovatieve bedrijven) durft te plaatsen. De Looze van Aerialtronics zegt dat hij zijn drone graag wil laten opnemen in de defensiecatalogus, maar dan te horen krijgt dat die ‘niet aan de specificaties voldoet’. ‘Terwijl in die catalogus Chinese producten staan die echt veel minder kunnen.’
Of de in het actieplan van Brekelmans te ontwikkelen drones straks ook in Nederland gemaakt gaan worden, is de vraag. Er gaan geruchten dat de assemblagehal van Nedcar in Born overwogen wordt. Maar in Oekraïne is inmiddels ook capaciteit voor een productie van vier miljoen drones per jaar, zei de Oekraïense president Volodymyr Zelensky vorige week.
Het geeft niet alleen de schaal aan van deze nieuwe maakindustrie, maar ook die van de vernietigingsmachine.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant