De meeste dak- en thuislozen leven niet op straat of in een daklozenopvang, maar verblijven bij vrienden of familie, op een camping, in een antikraakpand, schuur of auto. Dit blijkt uit de tweede alternatieve daklozentelling van Hogeschool Utrecht en Kansfonds.
De telling is uitgevoerd in zes regio’s met 55 gemeenten. De resultaten ervan worden woensdag bekendgemaakt. In de regio’s Breda, Hart van Brabant, Holland Rijnland, Westelijke Mijnstreek, Gelderland-Zuid en West-Friesland werden 6.063 dak- en thuislozen geteld. ‘Dakloosheid is divers en treft heel verschillende mensen’, concludeert programmaleider Willem van Sermondt van Kansfonds. ‘Niet alleen volwassenen, ook veel kinderen leven in onwenselijke omstandigheden.’
Van de volwassen daklozen is een derde vrouw. Zij bivakkeren vaak met hun kind of kinderen bij familie of vrienden, in een tijdelijke opvang of in een vakantiewoning of stacaravan. Bijna een vijfde van de getelde dak- en thuislozen is jonger dan 18 jaar. ‘Van de alleenstaande vrouwen is bijna driekwart vrouw’, aldus Sandra Schel, onderzoeker van Hogeschool Utrecht. ‘Zij worden dak- of thuisloos na bijvoorbeeld een scheiding, of als ze wegvluchten uit een gewelddadige relatie.’
Over de auteur
Peter de Graaf is regioverslaggever van de Volkskrant in Zuid-Nederland. Eerder was hij EU-correspondent in Brussel en economieverslaggever.
Bij deze zogenoemde Ethos-telling, ontwikkeld door de Katholieke Universiteit Leuven, zijn tientallen maatschappelijke organisaties ingeschakeld die op één of andere manier in aanraking komen of bekend zijn met daklozen. Hierbij gaat het niet alleen om opvanginstellingen, maar ook om buurtteams, wijkagenten, huisartsen, maatschappelijk werk, woningbouwcorporaties, jeugdhulpverlening, gemeentelijke diensten en vrijwilligersinitiatieven. Zij brengen op één teldag het aantal dak- en thuislozen in kaart.
De eerste Nederlandse Ethos-telling vond vorig jaar plaats in de regio’s Den Bosch en Oss. Daarbij werden circa 1.500 daklozen geteld, van wie bijna een kwart minderjarig. Volgens de onderzoekers geven de tellingen een betrouwbaarder beeld van dakloosheid dan de gebruikelijke CBS-cijfers.
Het statistiekbureau telt alleen dakloze mensen van 18 tot 65 jaar die zijn opgenomen in het gemeentelijk bevolkingsregister. Daarnaast maakt het CBS van zogenoemde ‘minder zichtbare dakloze mensen’ een schatting. Volgens de laatste CBS-cijfers waren er begin vorig jaar naar schatting 30,6 duizend daklozen in Nederland.
Bij de Ethos-tellingen worden ook veel ‘verborgen dak- en thuislozen’ meegeteld, onder wie vrouwen en kinderen. Ethos staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’ (Europese typologie van dakloosheid en uitsluiting van huisvesting) en definieert dakloosheid als een gebrek aan volwaardige huisvesting. De uitkomsten van de eerste en tweede tellingen geven in het algemeen ‘een consistent beeld’, aldus de onderzoekers. ‘Het aantal getelde dak- en thuisloze personen is opnieuw schrikbarend hoog.’
De rapportage van de tweede Ethos-telling heet ‘Iedereen telt mee’. Die titel heeft een dubbele betekenis. Daarmee wordt niet alleen op de telmethode gedoeld, maar vooral ook op het fundamentele uitgangspunt om ‘alle mensen in een leefsituatie van dakloosheid mee te tellen’, aldus de onderzoekers. ‘Dat klinkt logisch, maar is nog niet de norm. Veel dakloze mensen komen niet in bestaande cijfers over dakloosheid voor vanwege hun leeftijd, hun veronderstelde zelfredzaamheid of hun wettelijke status.’
Uit aanvullend kwalitatief onderzoek blijkt dat er weinig zicht is op dak- en thuisloosheid onder arbeidsmigranten. Ze schrijven zich vaak niet in bij gemeenten – uit onwetendheid of vrees voor negatieve gevolgen – of hun werkgever houdt hen verborgen voor instanties. Arbeidsmigranten zonder passende huisvesting worden vaak ook niet toegelaten tot de opvang. ‘Betrokken professionals zien een forse toename van dak- en thuisloze arbeidsmigranten, met name jonge mensen’, aldus de onderzoekers. ‘Hun leefomstandigheden zijn zeer zorgelijk.’
De resultaten van de tellingen kunnen door betrokken gemeenten worden gebruikt om beter beleid te ontwikkelen voor het voorkomen en uitbannen van dakloosheid. In 2025 volgt een derde telling, waaraan negen regio’s zullen meedoen, waaronder de grote steden Amsterdam en Den Haag. Ook in 2026 is een Ethos-telling, waarvoor zich inmiddels elf regio’s hebben aangemeld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant