Home

Als volleerd hypochonder kan ik het niet uitstaan als mensen in mijn omgeving zieker zijn dan ik

Laat in de avond zat in de wachtkamer voor de intensive care van het AMC een vrouw met twee boodschappentassen waaruit kleren puilden. Haar verwarring kon niemand ontgaan. Mijn zoon speelde met een kleine wereldbol, af en toe gingen de liftdeuren open. Een man vroeg: ‘Is dit de uitgang?’ Ik antwoordde: ‘Nee, de intensive care.’ Hij schudde zijn hoofd en verdween weer in de lift.

Het ziekenhuis na bezoekuur heeft de suspense van de betere thriller. Voor de zekerheid had ik een bevriende psychiater meegenomen, mocht ik onverhoopt worden opgenomen. Voor de deur van de isolatiekamer kun je dan zeggen dat je enkele psychiaters persoonlijk kent, al is er een verhaal van Tsjechov waarin een psychiater zelf in een dwangbuis eindigt.

We waren hier om de beste vriendin van mijn zoon en van mij op te zoeken, die twaalf uur lang was geopereerd en die daarna volgens een verpleegkundige ‘nogal boos’ was geworden.

Nogal boos? Nee. Ze was ontwaakt als een verlicht heerser wier bevelen neigen naar het mysticisme. ‘Raak mijn voeten niet aan’, riep ze tegen mij. ‘Ik ben je moeder niet.’

Ook op de ic geldt: consent eerst, troost later.

Mijn zoon was gefascineerd.

Als volleerd hypochonder kan ik het niet uitstaan als mensen in mijn omgeving zieker zijn dan ik, ik wens de allerziekste te zijn, dat is mijn ambitie, daarom had ik me uitvoerig laten testen. Op soa’s, leverfunctie, cholesterol, prostaatkanker, diabetes. De huisarts belde met de resultaten. ‘Ik heb dus geen prostaatkanker?’, vroeg ik.

‘Nee’, antwoordde ze, ‘nog niet.’

Nog niet. Zo houd je de hoop levend.

Een taxichauffeur bracht ons rond middernacht naar huis. Hij kwam uit Syrië. Naast hem zat een man uit Jemen. ‘Ik moet het namelijk nog leren’, zei de Syriër.

Ik vroeg niet wat. Je moet het licht houden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next