Het kabinet kan niet rekenen op een meerderheid in de Eerste Kamer. Toch trotseerde premier Dick Schoof dinsdag in de senaat de breed gedragen kritiek op de inzet van noodwetgeving om het asielbeleid aan te scherpen. De PVV laat iets anders voorlopig niet toe.
Van BBB-leider Ilona Lagas had het belangrijkste debat van het jaar in de Eerste Kamer helemaal niet gehouden hoeven te worden. Althans niet nu. Het nieuwe kabinet is net aan de slag, veel begrotingen moeten nog worden behandeld, er zijn amper wetsvoorstellen. Waar moet de zogenoemde chambre de reflection dan over praten?
‘Reflectie kan alleen op wat al gebeurd is’, meent Lagas, die voorstelt om de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) voortaan in de Eerste Kamer pas aan het einde van het parlementaire jaar te houden.
Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Alles over politiek vindt u hier.
Het plan kan op weinig enthousiasme rekenen, maar helemaal ongegrond blijken Lagas’ bedenkingen niet. De APB in de Eerste Kamer lijken soms een bedaagde herhalingsoefening van de APB in de Tweede Kamer enkele weken geleden. De BBB is ‘blij en trots’, de PVV viert ‘het strengste asielbeleid’ ooit, de VVD maant het kabinet tot meer daadkracht, D66 hekelt de aangekondigde bezuinigen op onderwijs en de btw-verhoging, de SP wil meer oog voor kinderarmoede in Nederland.
Net als enkele weken geleden krijgt premier Schoof ook weer vragen over zijn eigen visie. ‘Waar staat hij voor?’, wil GL/PvdA-fractievoorzitter Paul Rosenmöller weten. ‘Als deze partijloze premier blijft zwijgen over zijn eigen anker, wordt hij in deze coalitie steeds vaker speelbal van de meest vocale, de meest radicale en de meest strategische. En iedereen weet wie dat is.’
De man op wie Rosenmöller doelt, Geert Wilders, domineert onmiskenbaar ook weer het debat in de Eerste Kamer, net als eerder in de Tweede Kamer. Dat begint al als Schoof ’s ochtends aankomt. Voor draaiende camera’s moet de premier reageren op een X-bericht van de PVV-leider, die meent dat de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema samen met pro-Palestina-demonstranten naar het buitenland uitgezet mag worden. Schoof schippert: de uitlating van Wilders wil hij niet recenseren, maar het kabinet staat achter alle burgemeesters.
Het is de opmaat voor de rest van de dag. Schoof voert het woord, maar centraal staat het ultieme Wilders-thema: het uitroepen van de asielcrisis via artikel 110 en 111 van de Vluchtelingenwet. Tot voor kort had niemand gehoord van die wetsartikelen, waarmee de Eerste en Tweede Kamer tijdelijk kunnen worden omzeild, nu is heel Den Haag ervan in de ban.
‘Ik hoop dat we deze discussie snel achter ons kunnen laten’, verzucht Schoof op een gegeven moment. ‘Dat we weer echt over de inhoud kunnen praten, over wat we willen bereiken en niet alleen over de manier waarop.’
Toch is het ook Schoof die even later de inzet van noodwetgeving ‘cruciaal voor het kabinet’ noemt. Van een alternatieve route via reguliere spoedwetgeving, zoals ook potentiële partners als SGP en CDA dinsdag weer bepleiten, wil hij niets weten.
Schoof volgt zo het spoor van Wilders. De PVV-leider heeft de afgelopen weken erop gehamerd dat de noodknop koste wat het kost moet worden gebruikt. De zogenoemde spoedwetgeving zal volgens Wilders getraineerd worden. ‘We gaan het gewoon doen’, herhaalt Schoof dinsdag over de noodwetgeving. ‘Het kabinet gelooft in deze aanpak en richt alle energie op deze route.’
Waar dat geloof precies op gebaseerd is, kan Schoof moeilijk duidelijk maken. Achter hem zitten PVV-minister van Asiel en Migratie, Marjolein Faber, en NSC-minister van Binnenlandse Zaken, Judith Uitermark. De twee tegenpolen in het kabinet gunnen elkaar geen blik waardig.
Uitermark heeft van haar ambtenaren te horen gekregen dat er geen ‘dragende motivering’ is voor het uitroepen van een asielcrisis, terwijl dat wel een harde voorwaarde is voor NSC. PVV-minister Faber blijft ondertussen volhouden dat het wel kan, maar heeft de dragende motivering nog steeds niet gepresenteerd.
Dat Schoof vooralsnog vasthoudt aan de noodwetgeving als enige optie brengt de premier bij zijn eerste debat op ramkoers. Een gevaarlijke keuze, omdat de coalitie in de senaat 8 zetels tekortkomt voor een meerderheid. Uiteindelijk moet de Eerste Kamer instemmen met een voortduringswet om de noodwetgeving ook langdurig in de lucht te houden.
Wilders - door Rosenmöller niet voor niets ‘de meest strategische’ genoemd - ziet blijkbaar nog steeds kansen. PVV-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Alexander van Hattem, gelooft er in elk geval wel in dat er uiteindelijk een meerderheid te vinden is om de noodwetgeving te steunen. ‘Dat die er niet is, is maar een aanname.’
Zeker is dat de rechtse oppositiepartijen JA21 (3 zetels) en FVD (2 zetels) het kabinet in de Eerste Kamer zullen steunen. 50Plus (1 zetel) zegt open te staan voor deals. De stem van de SGP (2 zetels) kan daarmee doorslaggevend zijn. De partij heeft een voorkeur voor spoedwetgeving en roept het kabinet dinsdag in een motie ook op om die route parallel uit te werken.
Toch valt ook op dat SGP-fractievoorzitter Peter Schalk hamert op de noodzaak van een strenger asielbeleid. Steun voor noodwetgeving sluit de SGP’er ook niet helemaal uit. Hij wil eerst de motivering van het kabinet afwachten. De vraag is of de SGP uiteindelijk tegen noodwetgeving durft te stemmen als daarmee een strenger asielbeleid voor langere tijd op losse schroeven komt te staan.
De PVV durft de gok nog steeds aan, maar Schoof oogt dinsdag soms toch minder zeker. Het kabinet zal de signalen uit de Eerste Kamer serieus nemen, belooft de premier uiteindelijk plechtig. Toezegging over het toch onderzoeken van een alternatieve route voor de noodwetgeving blijven desondanks uit.
Daarvoor zal eerst Geert Wilders overstag moeten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant