Home

Even twijfel ik of ik het zal zeggen, maar dan is het al gebeurd: ‘Ik heb seks gehad met een van hen’

Is dat...? God ja, dat is ’r. Ze is nauwelijks veranderd in vijftien jaar tijd. Ze zet haar bakfiets stil en haalt er een aantal blonde kinderen uit. Ik blijf even naar haar kijken, probeer oogcontact met haar te maken. Maar ze herkent me niet of is zeer bekwaam in veinzen dat ze me niet herkent. Terwijl we ooit bevriend waren op Hyves. Het is een van de laatste dagen dat de zon zich laat zien voordat ze aan haar winterslaap begint en ons achterlaat met het gure grijs.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Ze is niet alleen. Samen met drie vriendinnen en hun kroost, in verschillende tinten blond, gaat ze voor ons op het strandje zitten. ‘Zo’, zegt mijn vrouw, ‘de Haarlemse enclave is ook weer gearriveerd.’ De kinderen spelen in het water en het zand en de vriendinnen eten appels en truffelchips. Ze dragen alle vier ongeveer dezelfde soort zonnebrillen, met schildpadmotief.

Even twijfel ik of ik het zal zeggen, maar dan is het al gebeurd.

‘Ik heb seks gehad met een van hen.’

‘Met wie dan?’

‘Die helemaal rechts. Heel lang geleden. Ik weet ook niet meer hoe ze heet.’

Mijn vrouw richt haar aandacht op de vrouw helemaal rechts, die geen idee heeft dat ze vijftien jaar na dato nog even door de keuringscommissie gaat.

Ze was een vriendin van de vriendin van een vriend van me. Na een lange avond, die voor ons allemaal ergens anders begon, en langs verschillende feesten en kroegen leidde, eindigden we bij die vriend van me thuis. Hij woonde daar samen met – gevoelsmatig – tweehonderd huisgenoten, die allemaal al naar bed waren toen wij beneden in de woonkamer verder dronken, muziek luisterden en rookten.

We zaten op een witte, kunstleren bank en bleven daar met zijn tweeën zitten toen mijn vriend en zijn vriendin ook gingen slapen. Daarna deden we wat hitsige, dronken twintigers doen als die in het holst van de ochtend met elkaar eindigen op een witte, kunstleren bank.

Na afloop viel ik in een droomloze slaap, om een paar uur later gewekt te worden door de vijfentwintighonderd huisgenoten die, aangenaam blasé voor het tafereel dat ze op hun witte, kunstleren bank aantroffen, ontbijt maakten in de aangelegen keuken.

Na die nacht gingen we ieder ons eigen weg en spraken we elkaar nooit meer. Ze werd, net als Hyves, een vage en verre herinnering. Ik heb noch de behoefte, noch het lef om nu naar haar toe te lopen en haar gedag te zeggen. Wat zou ik haar ook moeten zeggen? Weet je nog, die witte, kunstleren bank?

Mijn vrouw heeft haar juryrapport inmiddels klaar. Het bestaat uit één zin. ‘Nou’, zegt ze, ‘valt me nog best mee.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next