Home

Worsteling voor mannen én vrouwen, maar: bestaat de midlifecrisis echt?

Noem het een dipje of een midlifecrisis: tussen hun 40ste en hun 60ste voelen mensen zich écht wat minder gelukkig. Een duik in de geschiedenis van de midlifecrisis. Plus: hoe kom je af van dat knagende ‘is-dit-nou-alles’-gevoel?

In de film Lost in Translation ontmoeten Charlotte en Bob elkaar bij toeval aan de bar van een trendy hotel in Tokio. Charlotte, gespeeld door actrice Scarlett Johansson, is een pasgetrouwde, jonge vrouw. Vijftiger Bob – een rol van Bill Murray – is jarenlang een succesvol acteur geweest, maar de glans van zijn carrière is verbleekt.

Gedesillusioneerd en blasé heeft hij een rol in een toneelstuk laten schieten om een reclamespot voor whisky in Tokio op te nemen. En, zo vertelt Bob, hij neemt ook even pauze van zijn vrouw, met wie hij ‘vijfentwintig lange jaren’ getrouwd is. Charlotte reageert met een wrang lachje: ‘Het klinkt of je een midlifecrisis hebt. Heb je al een Porsche gekocht?’

Het klassieke beeld van de midlifecrisis is een man van middelbare leeftijd die in een rode, snelle sportauto met een jonge, blonde vrouw wegscheurt van de vrouw met wie hij decennialang samen was. Vaak wordt er wat meewarig over gedaan, lacherig zelfs. Maar is dat wel terecht?

Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl

De Duitse cultuurhistoricus Susanne Schmidt schreef een boek over de herkomst van de midlifecrisis. Daarin haalt ze de karikatuur van de man die ‘even een pakje sigaretten gaat halen’ en nooit meer huiswaarts keert volledig onderuit. De midlifetransitie was eigenlijk een idee van de feministen uit de jaren zeventig, die helemaal geen crisis zagen, maar een kans op zelfontplooiing. Mannen én vrouwen gaven traditionele genderrollen op: vrouwen die bijna 40 waren, keerden terug naar de arbeidsmarkt, terwijl hun echtgenoten meer in het huishouden gingen doen.

Gekaapt door mannelijke denkers

Maar in de jaren daarna, zo schrijft Schmidt, werd dat verhaal gekaapt door mannelijke denkers. Zo zag sociaal psycholoog Daniel Levinson vrouwen het liefst als toegewijde moeders en huisvrouwen die mannen hielpen om succesvol te worden. Het was een ‘heroïsche taak’ van de vrouw om de dromen van de man te verwezenlijken.

Was dat doel op middelbare leeftijd eenmaal bereikt, dan moest de vrouw ‘de grotere behoefte aan autonomie’ van de echtgenoot liefdevol accepteren, anders was ze ‘een destructieve heks’ die de man ‘de kans ontnam om te worden wie hij werkelijk wilde zijn’. Dat antifeministische concept werd maar al te graag omarmd door andere mannelijke auteurs in de academische wereld en daarbuiten.

In de jaren daarna, zo betoogt Schmidt, is het verhaal van de midlifecrisis zich bijna uitsluitend op mannen gaan richten, op een manier die de genderhiërarchiën versterkte in plaats van uitdaagde: ‘De mannelijke midlifecrisis is gebruikt om de rechten en vooruitgang van vrouwen te beperken.’

Verschillende rollen en taken

In Nederland doet levenslooppsycholoog Marianne Simons met collega’s aan de Open Universiteit onderzoek naar het welbevinden gedurende de levensloop. Daaruit blijkt dat de ‘is-dit-nou-alles’-vraag zich niets van sekse aantrekt: ‘Mannen én vrouwen voelen zich echt wat minder blij tussen hun 40ste en 60ste.’

Dat komt, stelt Simons, omdat mensen in die fase veel verschillende rollen en taken hebben. Ook is het vaak de periode waarin ouders overlijden. ‘Dat confronteert mensen met hun eigen sterfelijkheid’, zegt Simons. ‘Het is een natuurlijk moment van zelfreflectie. In de tweede helft van je leven ga je terugkijken: ben ik waar ik wil zijn? Heb ik de juiste keuzes gemaakt? En dan komt vaak het besef: als ik nog iets wil veranderen, dan is nú het moment.’

Dat kán ertoe leiden dat iemand een boot koopt en de wereld over gaat zeilen, zijn baan als manager opgeeft om bakker te worden of uit een lange relatie stapt omdat hij of zij zich realiseert niet gelukkig te zijn. En dat hoeft helemaal geen slecht idee te zijn, zegt Simons. ‘Als we jong zijn, nemen we vaak beslissingen die van invloed zijn op ons latere leven. Niemand kijkt ervan op als een twintiger een tussenjaar neemt of gaat reizen. Maar als je 50 bent, heb je misschien wel veel langer nagedacht over zo’n beslissing. Die sportwagen wilde je misschien als twintiger al, maar dat kon je je toen niet veroorloven. Als je 50 bent en je wil die sportwagen nog steeds, waarom zou dat dan verkeerd zijn, of zelfs een crisis?’

Haar tips: heb je lange tijd een ontevreden gevoel over hoe je leven is gelopen, ga dan nadenken over wat jou energie geeft. ‘Maak een lijstje met tien waarden en activiteiten waar je meer tijd aan zou willen besteden en zet ze dan op volgorde: van superbelangrijk tot minder belangrijk. Vervolgens kun je misschien gaan nadenken over hoe je met je tijd kunt gaan schuiven. Overleg ook met mensen om je heen: misschien kunnen ze jou daarbij helpen. En relativeer! Want die midlifeworsteling is ook een luxeprobleem: er zijn ook mensen die de hele dag bezig zijn met overleven, de eindjes aan elkaar moeten knopen of in schuilkelders zitten omdat hun land in oorlog is. Dan is er veel minder tijd voor zelfreflectie.’

Over de auteur
Aliëtte Jonkers schrijft voor de Volkskrant over medische onderwerpen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next